Racen met favela als ereterras

Print
Racen met favela als ereterras

Afbeelding: De Limburger

Terwijl de Formule 1-miljonairs hun rondjes rijden, gaat in de aanpalende favela de keiharde strijd om te overleven verder. Alleen een paar handige locals verdienen een zakcentje bij.

Zweetdruppels gutsen over zijn bemodderde gezicht en trekken bruine streepjes op het doorleefde gelaat. Met het speciaal voor deze gelegenheid aangetrokken oranje t-shirt, voorzien van het opschrift 'BRASIL COPA 2014', dept hij het zweet van zijn voorhoofd. Het Nederlands bezoek was aangekondigd, vandaar. Zijn ogen glimmen. 

José-Antonio heet hij, al 35 jaar inwoner van de beruchte favela naast het circuit van Interlagos. Van beroep vuilverwerker, 'recycling-specialist' noemt hij zichzelf. Daarnaast vervult hij min of meer de functie van opperhoofd in de wijk. Iedereen kent hem; bij José-Antonio ben je in veilige handen, al waarschuwt hij doorlopend: ,,Stop dat horloge maar in je broekzak en haal het geld uit je beurs, want er lopen vingervlugge jongetjes door de wijk."

Trots showt hij zijn werkplaats, een van betonblokken en golfplaten opgetrokken keetje naast een oud-papierberg. Afgedankte koffiezetapparaten, potten en pannen, radio's, tv's, motorblokken van brommers, verroeste kranen en zakken vol plastic bedekken de lemen grond. Tussen de werkbankklem steekt een stuk regenpijp. ,,Daar ga ik een nieuwe uitlaat voor mijn busje van maken." Hij vraagt in te stappen voor een rondtour in het Volkwagen-afdankertje van zo'n twintig jaar oud. ,,Je krijgt wel pijn aan je kont. De vering deugt niet."

Opgeslokt
Het immens geknetter van het 1600 cc-motortje overstemt het geronk verderop van de Formule 1-motoren en weerkaatst tegen de muur die het circuit van Interlagos omzoomt. Een kilometerslange scheiding tussen arm en rijk. Nergens is het contrast zo groot als hier, aan de zuidkant van de  stinkende, lawaaierige metropool São Paulo met zijn 25 miljoen inwoners. 

Ruim veertig jaar geleden, bij de bouw, lag het circuit fraai in het heuvelachtige landschap  tussen de meren. Vandaar de naam 'Interlagos'. Inmiddels is de roemruchte baan opgeslokt door de stad, gaat het verkeer met een slakkengangetje over de autoweg die erheen leidt. 

José-Antonio stuurt zijn busje door de Rua Manuel de Teffé, langs bouwvallige garages die dienstdoen als buurtwinkeltjes. Zigzaggend, om de diepste kuilen uit de weg te gaan, bereikt het Volkswagenbusje de woning van een vriend van José-Antonio, Markus genaamd. 

Markus loopt met een grote glimlach op zijn gezicht, want hij is dit weekend grootverdiener in de sloppenwijk die het circuit omzoomt. Hij is net bezig om de kluwen van elektriciteitsdraden die in Interlagos nog bovengronds via houten palen zijn verbonden te ontrafelen; wil stroom aftappen. Markus gaat voor door een houten poortje, bestijgt een steil betonnen trapje, gaat door de openluchtkeuken, dan weer een trapje omhoog (ditmaal van metaal) om uiteindelijk op een wankel dakterras te belanden. Daar staat een kuip met watervoorraad op een plek waar het stinkt naar een mengeling van urine en verrot vlees. Stromend water is nog niet besteed aan de inwoners van Interlagos.

,,Op deze plek", zegt Markus, ,,begroet ik zondag 120 gasten die elk 50 reaal (15 euro, red.) betalen om de race te volgen." Een spotprijsje in vergelijking tot de woekerprijzen die even verderop worden berekend voor de officiële tribunes. Het dakterras van Markus, die met zijn bijverdiensten morgen drie modale Braziliaanse maandsalarissen opstrijkt, biedt fenomenaal zicht op zeker de helft van het Formule 1-tracé. 

Een verrekijker kan geen kwaad, maar toch. ,,Wie hier komen? Mensen van allerlei pluimage. Fans van hier uit de buurt, maar ook buitenlanders die via een tussenpersoon aan dit adres zijn gekomen en met een busje voor de deur worden afgezet. Ik zorg voor bier en monteer nog een flatscreen tegen de muur, zodat iedereen aan zijn trekken komt." Vandaar dus de extra stroomkabels die hij trekt. En na afloop van de race? ,,Dan ontdekken sommigen dat ze beroofd zijn", grinnikt José-Antonio. En keert het leven van alledag terug in de wellicht beroemdste sloppenwijk van de wereld.