Met Formule 1-sterren in de rij voor douane

Print
Met Formule 1-sterren in de rij voor douane

Afbeelding: Genaud Molin

Formule 1 is een sport met een sterke hiërarchie. Baas boven baas. Bovendien etaleert het racecircus dat verschil in rang en stand dolgraag.

De machthebbers slapen bijna per definitie in het duurste hotel van de stad, worden in de meest luxueuze limousine van en naar het circuit gereden, vliegen uiteraard in de hoogst beschikbare klasse en krijgen overal een voorkeursbehandeling. Hun komst wordt meestal ruim van te voren aangekondigd, zodat de gewone stervelingen nederig als een knipmes kunnen buigen en ja en amen roepen. Op de luchthavens waar de Formule 1-menigte aankomt is het verschil tussen wie wel en niet wat te zeggen heeft meestal ook zichtbaar. Aparte balies zorgen voor een vlotte afhandeling van de formaliteiten die vaak nodig zijn om het land binnen te mogen. Behalve in Brazilië. Ik had woensdag de pech dat mijn Iberia-vlucht vanuit Madrid ongeveer gelijktijdig in Sao Paulo landde met de kisten uit Zürich, Frankfurt, Rome en Londen. Gevolg: honderden betrokkenen van de Formule 1 die gelijktijdig bij de pascontrole opdoken. Chaos alom, maar waar doorgaans voor de upper class van de Formule 1 een aparte doorgang wordt gecreëerd mochten Maurizio Arrivabene, Monisha Kaltenborn, Franz Tost, Carlos Sainz, Jenson Button, Valtteri Bottas, Kevin Magnussen en nog een rits coryfeeën in mijn rij aansluiten. Na ruim een uur was ik eindelijk aan de beurt om in het gelid te springen voor de douanebeambte opdat die het paspoort van een toegangsstempeltje wilde voorzien. Aardig om een keer te ervaren dat de stelling van George Orwell over gelijken en meer dan gelijken toch niet altijd opgaat. En nee, ik heb geen moment de behoefte gevoeld plaats te maken.