'Als ik door het bos loop, ruik ik de dood. Een dode vogel ruikt niet anders dan een dood mens'

Print
'Als ik door het bos loop, ruik ik de dood. Een dode vogel ruikt niet anders dan een dood mens'

Afbeelding: Geertje Grom

Hoe moeilijk is afscheid nemen? 32 jaar stond forensisch arts Hans Thissen (60) klaar om ’s nachts slachtoffers én daders van misdrijven te onderzoeken. Maar nu kan hij zelf de slaap niet meer vatten. Hij stopt.

„Als ik door de bossen loop, dan kan ik de dood soms ruiken. Een dode vogel of bever ruikt namelijk niet anders dan een dood mens. Als je 32 jaar bent geconfronteerd met lichamelijke ontbinding, dan zit de geur van de dood diep in je systeem. De meeste mensen vinden een lijk luguber, maar een dode is niet bedreigend. Weet je wat pas bedreigend is? Psychiatrische patiënten, verslaafden of alcoholisten die helemaal doordraaien. Mensen die in een politiecel door zes, zeven agenten in bedwang gehouden moeten worden. Als ik in die 32 jaar ergens bewondering voor heb gekregen, dan is het voor politiewerk. Die lui worden dag in dag uit met het ‘afvoerputje van de maatschappij’ geconfronteerd en moeten vaak dingen doen waar ze niet voor zijn opgeleid.

Lijkenzak
Als forensisch arts ben ik elke week ongeveer één nacht en één heel weekend oproepbaar, 24/7. En bij elke nachtdienst moet je gemiddeld twee keer je bed uit. Soms voor een simpele bloedproef bij rijden onder invloed, maar bij een (zelf)moord ben je al gauw vier tot vijf uur bezig met identificatie en medisch sporenonderzoek. En als iemand voor de trein springt, moet je samen met brandweer en begrafenisondernemer erop toezien dat het lichaam zo compleet mogelijk in een lijkenzak komt. Dit soort werk doen we verspreid over Limburg met achttien (parttime) artsen. Dat is veel te weinig, maar er is onder jonge artsen weinig animo om forensisch arts te worden. Het werk is vaak confronterend, zéér onregelmatig, het heeft niet de hoogste status en betaalt niet bijster goed.

Doodstrijd
En het is ook wel een beetje een omgedraaide wereld. Als (huis)arts wil je mensen vooral beter te maken, als forensisch arts valt er vaak niets meer te genezen en ben je meer bezig om samen met politie (juridische) puzzels op te lossen. De primaire vraag bij iedere niet-natuurlijke dood blijft toch: was het een ongeluk, een zelfmoord of een misdrijf? Dat geeft een hoog CSI-gehalte, zoals je op tv ziet, maar ik moet altijd lachen als ze stellig beweren dat een slachtoffer twee dagen eerder rond kwart over tien is overleden.

 

Lees het complete artikel.

Al abonnee? klik hier om naar de digitale krant te gaan.

Nog geen abonnee en verder lezen?
Probeer de digitale krant dan 4 weken gratis!

Probeer nu

 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →