De jongen met het behaarde hondengezicht als superster

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

© De Limburger

thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:

Van curiositeit en volksvermaak naar racisme en schaamte. Bijna vijf eeuwen lang zijn mensen te kijk gezet, tentoongesteld als ‘monsters’ en ‘wilden’. Het is in Luik te zien op de expositie ‘Menselijke Dierentuinen’.

Vikkie Bartholomeus en Caspar Cillekens

Hij blafte. Gromde. Beet als een hond naar het publiek. Maar Jo-jo, the dog faced boy, kon met zijn behaarde gezicht evengoed uiterst geciviliseerd overkomen. Keurig netjes in zijn uniform van de Russische cavalerie een praatje maken met de toeschouwers in het Duits, Engels of Russisch. Jo-jo was een sensatie, een superster.

De ‘menschelijke skyterrier met het poedelgezicht’ was in 1901 in Maastricht de topattractie op het affiche van de ‘grootste tentoonstelling der aarde’ van Barnum en Bailey. Het circus had een aparte tent voor curiositeiten en phenomenen. Zoals het Hindoestaanse dubbelwezen Lallo, de vrouw met de baard, de man met de stenen schedel, plus Queen Maab de ‘dwergin’ van 22 en een halve duim klein.

Wondermenschen waren het. Jo-Jo was zogenaamd door een jager gevangen in een grot waar hij als wildeman leefde. Feitelijk leed de jongen uit Sint Petersburg aan hypertrichosis, ernstige overbeharing. Jo-Jo’s optreden in Maastricht ging overigens niet door. Het was die oktoberdag in 1901 te stormachtig en te drassig om de circustenten op te zetten en de circustrein met 67 wagons had zo veel vertraging gehad dat doorgereden werd naar de volgende stopplaats Luik.

FreakJo-Jo werd begin vorige eeuw beroemd met zijn carrière als freak. In de zestiende eeuw verging het Antonietta Gonsalvus niet veel anders. Haar behaarde vader was ooit als jongetje geschonken aan de Franse koning Henry II; het behaarde gezin werd als curiositeit van de ene naar de andere adellijke familie doorgeschoven om daar in rariteitenkabinetten te belanden. Ze werden niet als menselijke soort beschouwd, eerder dierlijk. De Italiaanse wetenschapper Ulisse Aldrovandi bestudeerde de kleine Antonietta en schreef hierover: „Het gezicht van het meisje, met uitzondering van haar neus en lippen rond haar mond, werd volledig bedekt met haar. De haren op haar voorhoofd waren langer en peziger dan die van haar wangen, maar voelden zachter aan dan die op de rest van haar lichaam. Ze was behaard van top tot teen, en stekelig met geel haar tot op haar onderrug.”

De beeltenis van Antonietta Gonsalvus is te zien op de expositie Menselijke Dierentuinen in La Cité Miroir in Luik. De tentoonstelling is samengesteld door de antiracismestichting van de Frans Antilliaanse oud-profvoetballer Liliam Thuram. De stichting deed onderzoek naar stereotypering en de totstandkoming van het beeld van ‘de ander’. ‘Je bent niet als racist geboren, je wordt het’ is het credo van de stichting. Racisme is een politiek-historische constructie, de samenleving is in de loop der eeuwen geconditioneerd om de mens in categorieën in te delen.

De harige Antonietta Gonsalvus is een van de vroegst bekende voorbeelden van mensen die tentoongesteld werden. ‘Monsters’ en ‘wilden’ waren een tijd lang een rage bij de Europese koningshuizen. Christoffel Columbus brengt van zijn eerste reis naar Amerika zes indianen mee terug voor het Spaanse hof; ontdekkingsreiziger Hernán Córtez neemt Azteken mee voor Karel V. De exoten dienen als vermaak, maar ook als onderwerpen voor de wetenschap. Geleidelijk ontstaan rassenstudies; huidskleur, schedelvorm en andere fysieke kenmerken worden gekoppeld aan de morele en intellectuele kwaliteiten. Op de tentoonstelling is te zien hoe het fenomeen van ‘menselijke dierentuinen’ zich vanaf het midden van de negentiende eeuw als een olievlek verspreidt over Europa.

LuiIn 1883 vindt in Amsterdam de wereldtentoonstelling plaats. Technische uitvindingen trekken evenveel bekijks als inboorlingen uit Suriname. Een van hen is de 24-jarige Jacqueline Ricket, een fruitverkoopster uit Paramaribo. Ze poseert in Amsterdam met haar dochter Lise. Moeder en dochter staan in een tent met opschrift ‘Surinaamsche inboorlingen’. Jacqueline en haar dochter zijn met 29 andere Surinamers vanuit hun vaderland naar Amsterdam overgebracht door een Franse ondernemer. In de tent op het Museumplein zitten ze net zoals beesten in een dierentuin achter hekken. In de tentoonstellingscatalogus worden de inboorlingen omschreven:‘De boschnegers zijn jaloersch, wantrouwend en haatdragend van karakter en daarbij zeer lui, vooral de mannen. Tot geregelden arbeid heeft men hen nog niet kunnen bewegen.’

De boschnegers zijn jaloersch, wantrouwend en haatdragend van karakter en daarbij zeer  lui, vooral de mannen.
Catalogus wereldtentoonstelling Amsterdam, 1883

Het is rond 1900 een heuse industrie geworden. Wereldtentoonstellingen, koloniale exposities met nadruk op de huisvlijt van de ‘inboorlingen’ en reizende shows halen mensen uit allerlei windstreken naar Europa. Indianen uit Amerika, eskimo’s uit Groenland, Surinaamse bosnegers of ‘wilde Kongoweiber’.

Fünfzig wilde Kongoweiber, zo heet de show die in 1913 te zien is in Passage Panopticum in de Duitse hoofdstad Berlijn. Duitsland verscheen als koloniale mogendheid pas laat op het wereldtoneel en bleef met een paar eilanden in de Stille Zuidzee, het huidige Namibië, Tanzania, Togo en Kameroen, een beetje ‘achter’ vergeleken met Nederland, Frankrijk, Engeland en België. Maar de belangstelling voor alles wat exotisch is, is er niet minder om.

VölkerschauDe Hamburgse dierentuindirecteur Carl Hagenbeck verdient een vermogen met het organiseren van zogenaamde Völkerschauen. Ook in Limburg is eind negentiende eeuw een gezelschap Sioux en cowboys te zien als onderdeel van een reizend circus.Halverwege de negentiende eeuw ontstaat een nieuw soort volksvermaak in Amerika, dat later ook in Europa te zien is. Circussen met siamese tweelingen, ‘aapmensen’ en andere ‘freaks’ die samen met wilde dieren worden getoond. De kermisshows richten zich vooral op de lagere klassen, de wereldtentoonstellingen op de gegoede burgerij. Zowel de arbeiders als de bourgeois zijn ontvankelijk voor het idee dat er ‘goede’ en ‘slechte’ rassen bestaan.

RaamwerkWetenschappers leveren het theoretische raamwerk om kolonisatie en onderdrukking te rechtvaardigen. Er ontstaat een ‘hiërarchie’ van rassen, met het blanke ras bovenaan. De geleerden leveren het wetenschappelijk alibi voor de amusementsshows.De Belgische regering haalt in 1879, als in Tervuren bij Brussel een grote expositie georganiseerd wordt, alles uit de kast om zoveel mogelijk verschillende Congolese volkeren aan de bezoekers te tonen. Dorpelingen uit Laag-Congo, dwergen van de Haut-Aruwini, een Arabier en ‘enkele boys van diverse afkomst’. ‘Verboden de zwarten eten te geven, ze worden gevoed’, staat op het bordje op de omheining in Tervuren in 1897. De tentoonstelling loopt dramatisch af: zeven Congolezen overleven de kille zomer dat jaar niet. Als in 1905 in Luik de wereldexpo plaatsvindt, trekt die ook veel Limburgse bezoekers aan. Ze kunnen zich vergapen aan ‘wilden’ die regelmatig in een poel springen om hun ‘kunstjes’ te vertonen.

KritiekRond 1900 staan in Londen en Berlijn Aboriginals uit Australië op het podium, in Parijs dansen in de Folies -bergère Zoeloes uit Zuid-Afrika. De grens tussen etnische tentoonstellingen en theatervoorstellingen wordt steeds vager. Sommige gezelschappen switchen tussen beide genres. De kritiek op het de menselijke dierentuinen laait op en authentieke inboorlingen raken op de achtergrond; er worden via impresario’s vaker gezelschappen en acteurs ingehuurd om de rol van inboorling te spelen. Ze worden steeds minder respectloos neergezet. In 1958 wordt voor het laatst een Congolees dorp gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Brussel. Achter houten hekjes worden Congolezen getoond in ‘authentieke’ kleding. Het dorp dat de bezoekers op de Expo te zien krijgen is geen Congolees dorp anno 1958, maar zoals de gemeenschap eruitzag voor de komst van de Belgen. Op die manier kan het Belgische publiek pas goed zien wat voor vooruitgang de kolonisator in de Congo gebracht had. Achter houten hekjes zitten de als halve wilden gepresenteerde Congolezen te knutselen aan eenvoudige werktuigen. Menige bezoeker heeft nog nooit een zwarte medemens gezien. Maar de tijdgeest is veranderd.

Pinda’sVeel bezoekers voelen zich unheimisch bij de kleurlingen als bezienswaardigheid; anderen gooien juist pinda’s en bananen over de omheining en maken oerwoudgeluiden. De beledigde Congolezen weigeren om nog langer in het dorp te blijven. Het tijdperk van de menselijke dierentuin lijkt voorbij. Maar in 2002 laat de dierentuin in Yvoir, niet ver van Luik, tien pygmeeën – vijf vrouwen en vijf mannen – uit Kameroen overkomen om de bezoekers te laten zien hoe ze leven. Een deel van de entreegelden moet ten goede komen aan de watervoorziening, scholen en de gezondheidszorg in de dorpen in Kameroen.

België is in shock. Het regent protesten van mensenrechtenactivisten en antiracisten; de demonstranten spraken van een ‘menselijke zoo’. De dierentuin gaat al snel door het stof en de pygmeeën houden het – diep beledigd – ook voor gezien.

Lees het complete artikel in de krant van vandaag.

Al abonnee? klik hier om naar de digitale krant te gaan.

Nog geen abonnee en verder lezen?Probeer de digitale krant dan 4 weken gratis!

Probeer nu


De expositie Menselijke Dierentuinen (De ‘wilden’ te kijk gezet) loopt nog tot 23 december in La Cité Miroir, Place Xavier Neujean 22, Luik.

Zie ook: www.zooshumains.be

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal