En tóch weer ’n gemiste kans

Print
En tóch weer ’n gemiste kans

Henrie van Geneijgen (Swartbroek) nam als ‘sjoeënmooder’ humoristisch wraak op de critici die steeds weer mekkeren over de overdaad aan schoonmoedermoppen in de buut. Afbeelding: John Peteres

Ze zitten er weer op, de voorronden van de Limburgse Buuttekampioenschappen. Uit een deelnemersveld van 21 buutteredners koos de jury er zeven voor de finale op 13 januari. En zoals altijd als er een jury in het spel is, valt over die keuze het een en ander te mekkeren...

Wat opvalt: Jo Clahsen uit Nuth staat op 13 januari niet in de finale van de Limburgse Buuttekampioenschappen. Is dat verrassend? Ja en nee. Ja, omdat zijn act als kersvers gepensioneerde tijdens de voorselecties qua humor met kop en schouders boven het andere aanbod uitstak. Nee, omdat zijn act niet past binnen de regels die door de scherpslijpers van de buut zijn vastgelegd. En regels zijn regels, óók - misschien helaas vooral - in het wereldje van de vastelaovend, waar je toch anders zou verwachten. Dat Clahsen het niet zou halen, was eigenlijk al meteen duidelijk bij de eerste zinnen waarmee de jury na afloop van de derde en laatste voorronde in Beek de bekendmaking van de uitslag inluidde. ‘De keuze van het juiste typetje is belangrijk, want dat is meestal de basis van een goede buut’. En ‘dit is een wedstrijd, en daar hoort nu eenmaal een reglement bij’. De goede verstaander heeft daar genoeg aan: de jury kiest ook dit jaar weer voor de bekende weg, voor de traditie, tegen de vernieuwing. Of, voor wie het scherper wil horen: de regels winnen het van de humor. 

Rijm
De act van Jo Clahsen is van het begin tot het einde op rijm. Niet de keuze van iemand die het zich gemakkelijk wil maken. Zeker niet omdat de vorm in dit geval perfect past bij de inhoud, het verhaal van een kersvers gepensioneerde die zijn pas verworven vrijheid stapje voor stapje ten onder ziet gaan in de terreur van het klussen, het oppassen, het overnemen van taken in het huishouden, noem maar op. Repeterende verzuchting, die naarmate het verhaal vordert steeds desperater klinkt: Ich bin gepensioneerd en hoof nieks mie te doën... Heel herkenbaar. En heel goed gedaan, concludeerde ook de batterij oud-buuttekampioenen die altijd bij de voorselecties aanwezig is. De jury oordeelde anders. Nou hádden ze een keer de kans om de boel eens op te schudden... Hier past een motie van teleurstelling. Wat opvalt: Jan Pijnenborg uit Ysselsteyn staat op 13 januari wél in de finale. En terecht. Zolang de buut maar aan de regels van de buut voldoet, heeft de jury in ieder geval de moed om niet alledaagse, om niet te zeggen gewaagde - in ieder geval voor de carnavalswereld - typetjes en onderwerpen toe te laten. Pijnenborg betreedt de buut als hoogblonde Jannie, net een geslachtsverandering geslachtsverandering achter de rug -„Vroeger was ik ‘ne kael... Zoude nie zegge, wa?” - en niet te beroerd om de consequenties daarvan, prettige en minder prettige, uitvoerig uit de doeken te doen. Een intrigerend spel met de zaal, en een al even intrigerende balanceeract op de smalle grens tussen humor en banaliteit. Jannie slaagt met lof. 

Wraak
Wat opvalt: ook Henrie van Geneijgen uit Swartbroek staat op 13 januari op het finalepodium in de Oranjerie in Roermond. Hij pakt uit met een overtuigende act waarin hij op een ludieke manier wraak neemt op de critici die steeds weer iets te makkeren hebben over het hoge gehalte aan schoonmoedermoppen - en andere oudbakkenheden - in het traditionele buutterednersrepertoire. Van Geneijgen verschijnt zélf in de buut als een haaibaai van een Sjoeënmooder. Het verhaal van de ándere kant, dus. En dat levert toch weer net iets andere humor op. Overtuigend.Wat opvalt: de garde der gearriveerden is met zesvoudig kampioen Ger Frenken (Roggel) en tweevoudig kampioen Fer Naus (Roerlimbur Roerlimbur mond) weer goed vertegenwoordigd in de finale. Zij presenteerden tijdens de voorselecties twee gedegen maar nog bepaald niet gepolijste acts - Frenken als meteropnemer, Naus als kapitein van een cruiseschip - die, leert de ervaring, in de komende weken nog flink opgelierd worden. 

Beginners
Beginners kunnen zich niet veroorloven tijdens de voorselecties met een buut te komen die nog niet af is, maar iemand als Ger Frenken kan in de buut bij wijze van spreken het telefoonboek voorlezen zonder af te gaan. Hij heeft, zoals dat heet, de lach aan z’n kont hangen. Dat weegt ook bij de jury stevig mee. Wat opvalt: ondanks alle op- en aanmerkingen die je kunt hebben op het eindoordeel van de jury, verschijnt er op 13 januari een gezelschap in de finale dat garant staat voor een uiterst aangename avond Limburgse vastelaoves- humor. Alleen: het had nóg aangenamer kunnen zijn. Want dat Jo Clahsen er met zijn buut op rijm niet bij is, dat blijft een gemiste kans.