Opluchting en tranen na oordeel over schietende agent

Print
Opluchting en tranen na oordeel over schietende agent

Advocaat Geert-Jan Knoops staat in de rechtszaal media te woord. Afbeelding: Marc Bolsius

Poging doodslag bewezen, geen straf. De agent die in augustus 2013 de bijrijder van een vluchtauto neerschoot handelde uit noodweer, oordeelt het gerechtshof in hoger beroep, nadat de rechtbank hem tot twee jaar cel had veroordeeld.

De zinderende spanning in de volle rechtszaal maakt haast voelbaar plaats voor enorme opluchting, als de voorzitter van het gerechtshof in Den Bosch meteen duidelijk maakt dat het hof niet tot een veroordeling komt. Geen vreugdekreten, wel hier en daar een traan, de rest van de emoties volgt ongetwijfeld later. Familie, vrienden en veel collega’s van Ronald V. (32), inclusief zijn korpschef Gery Veldhuis, bevolken deze woensdagmiddag de tribune van zittingzaal J. Luttele minuten eerder hielden allen nog angstig rekening met een celstraf van twee jaar, zoals de rechtbank in Maastricht vorig jaar oplegde. Na voorlezing van het arrest is er applaus voor het gerechtshof. 

Dat vaststelt dat er sprake was van een hectische en gevaarlijke situatie, de avond van die 22e augustus 2013 op de parkeerplaats van coffeeshop The Brothers in Heerlen. Bedoeling was hier de verdachte van een eerdere ramkraak te arresteren.Toen de aanhoudingseenheid, waar V. deel van uitmaakte, daar arriveerde, zat de verdachte alweer in zijn auto met een bijrijder, en probeerde te vluchten. 

In de borst
V. sloeg op het dak van de auto en schreeuwde dat de bestuurder moest stoppen. Hij probeerde het portier aan bijrijderszijde te openen, maar dat zat op slot. Ook het stukslaan van de ruit lukte niet. Op dat moment stond één van zijn collega’s voor de auto die „met grommende motor en gierende banden” aldus V., probeerde uit te breken. V. dacht: ‘Hij rijdt ons kapot’ en schoot. Hij mikte op de bestuurder, maar raakte de bijrijder in de borst. 

Uit camerabeelden van de parkeerplaats is het hof gebleken dat op het moment van het schot één collega van V. daadwerkelijk voor de auto stond en dat drie seconden daarvoor een andere agent zich voor het voertuig bevond. 
V. nam daarmee weliswaar het risico dat hij iemand zou doodschieten en daarmee is poging tot doodslag bewezen, maar er restte hem geen enkele andere, reële mogelijkheid meer. Noodweer, oordeelt het hof, tegengesteld aan de rechtbank in Maastricht: „Het handelen van verdachte was nodig ter noodzakelijke verdediging van andermans lijf.” 

Ik ben ontzettend blij voor Ronald en zijn familie, maar ook voor de politiepraktijk

Bovendien, zo stelt het hof, „mag juist van een politiefunctionaris worden verwacht in situaties als deze handelend op te treden”. De rechtbank in Maastricht heeft kennelijk anders naar die camerabeelden gekeken dan het hof, want die concludeerde juist dat op het moment dat het schot viel, niemand voor de auto stond. 
Advocaat Geert-Jan Knoops van V. stelt na afloop van de zitting dat het hof de beelden wat hem betreft veel gedetailleerder heeft bestudeerd: tot op honderdsten van seconden rondom het schot. Hij staat dan boven in het gerechtsgebouw in Den Bosch, omringd door camerateams van divers pluimage. Die allemaal om de beurt de advocaat, de persraadsheer en de pers-advocaat-generaal voor de camera halen en interviewen. 

Zo moet ook Gery Veldhuis aantreden voor de camera’s als woordvoerder van de politie. Ronald V. zelf, wederom in uniform aanwezig in de rechtszaal, wil niet praten met de pers. Veldhuis, die altijd pal achter zijn agent is blijven staan, is „ontzettend blij voor Ronald en zijn familie, maar ook voor de politiepraktijk. Fijn dat het hof ook heeft geoordeeld dat Ronald binnen de kaders van onze Ambtsinstructie heeft gehandeld: omdat verdachte zich aan zijn aanhouding probeerde te onttrekken, was gebruik van het wapen geoorloofd.” 

Blij met uitspraak
Uiteraard heeft de baas van de Limburgse politie zich al lang het hoofd gebroken over de vraag wat te doen als de agent - die al die jaren gewoon heeft doorgewerkt, maar niet in een aanhoudingseenheid - wel zou worden veroordeeld. Wat dan? „Dan had hij niet meer als politieagent kunnen werken, maar dan zouden we wel iets anders voor hem hebben gevonden.” 

Vrijwel iedereen is blij met deze uitspraak, behalve waarschijnlijk het slachtoffer van de schietpartij, dat deze ternauwernood overleefde en vervolging afdwong via een zogenaamde artikel-12-procedure. Het Openbaar Ministerie had eigenlijk niet willen vervolgen en vroeg zowel voor de rechtbank als voor het hof om ontslag van rechtsvervolging. 
Mag duidelijk zijn dat het OM in zijn nopjes is met dit arrest: „Het hof heeft ons gevolgd en daar zijn we zeer tevreden over”, zegt pers-advocaat- generaal Gerard Robben. „Poging tot doodslag bewezen verklaard, maar ontslag van rechtsvervolging is exact wat wij hadden gevraagd.” 

Er waren agenten die na de uitspraak van de rechter hun dienstwapen neerlegden. Ik hoop dat ze nu hun taak weer met trots kunnen vervullen

Ronald V. handelde in een situatie die zich in een zeer kort tijdsbestek afspeelde, duidt pers-raadsheer Daniëlla Hulskes het vonnis nog iets nader. „Hij had alle andere, minder ingrijpende mogelijkheden zonder succes toegepast. De aanhouding op die parkeerplaats was niet voorbereid - ze hadden de man in de coffeeshop willen aanhouden - en verliep onvoorzien. Het was gevaarlijk voor alle zes de leden van het aanhoudingsteam. Voor het gerechtshof is dit een duidelijk geval van noodweer.” 
Advocaat Geert-Jan Knoops memoreert nog dat deze uitspraak belangrijk is voor álle agenten in Nederland. „Er waren erbij die na de uitspraak van de rechtbank hun dienstwapen inleverden: zo wilden ze hun werk niet meer doen. Ik hoop dat ze nu hun taak weer met trots kunnen vervullen.”