Radiomaker Hubert van Hoof vertrekt bij L1

Print
Radiomaker Hubert van Hoof vertrekt bij L1

Afbeelding: Peter Schols

Nog even en Nederlandse oudste en nog enige rootsprogramma Hubert on The Air gaat uit de ether. Officieel is programmamaker Hubert van Hoof (65) uit Maastricht al met pensioen. Een afscheidsinterview aan de hand zijn tien favoriete platen. “Willy Deville zei het al; rootsmuziek gaat naar het museum.”

“Jouw eerste vraag zal wel zijn; waarom stop je?” Hubert van Hoof houdt een klein dicht gevouwen papiertje vast. De programmamaker staat op het punt om het papiertje open te vouwen. Daar moet het antwoord op staan. Letterlijk.

Laten we eerst teruggaan naar het begin. Je vader spoorde jou aan om te solliciteren bij L1, toen nog ROZ. Waarom deed hij dat?
“Vroeger thuis luisterden we veel naar de radio. Iedere ochtend werden we door door een Duitse klassieke zender wakker geblazen met Bach, Beethoven en Mozart. Daarnaast luisterden mijn vader en ik ’s zomers altijd naar de Tour de France en op zondagmiddag naar het sportprogramma van Hilversum, de voorloper van Langs de Lijn. ’s Avonds in bed speelde ik dan wedstrijden na onder de dekens. Het wereldelftal, met altijd Lev Yashin in het doel, speelde zeg maar tegen Engeland, met doelman Gordon Banks van Leeds United. Ik was publiek en commentator tegelijk. Hetzelfde deed ik met de Tour de France. Ik liet Fausto Coppi de Alpen beklimmen, samen met Federico Bahamontes, bijgenaamd de Adelaar van Toledo. Mijn vader heeft dat een keer gehoord, en dacht, ‘wat doet die jongen dat toch goed’. Zei tegen mij: ‘Hubert, jij moet bij de radio’.”

;

Hoe oud was je toen?
“Een jaar of achttien, negentien. Dat was ten tijde van mijn toelatingsexamen aan het conservatorium in Maastricht. Toen heb ik mijn enige sollicitatiebrief ooit geschreven. Naar directeur Fred van Leeuwen. Wat een achterlijk instituut, schreef ik, zij het op eloquentere toon. Waarom doen jullie niks aan popmuziek? Frisse wind, oordeelde Van Leeuwen, die moeten we uitnodigen. Zo kwam ik binnen. Ik weet nog dat ik een item maakte en dacht, hier past heel mooi een liedje bij van Sly & The Family Stone. Dat kondigde ik aan als een nummer van de Dovenetels uit Doenrade. Om te voorkomen dat iemand zou zeggen, ‘wat moeten we met die vreemde muziek uit Amerika?’ Ik verlimburgste Sly & The Family Stone. En nu komt het.”

Hubert vouwt het papiertje open.

“Wat is nu de motivatie van de hoofdredactie om Hubert on the Air te skippen? Ik lees voor: ‘het programma draagt niet bij tot de versterking van de Limburgse identiteit bij L1’. Dat is de reden. De cirkel is rond. Als je dat beleid doortrekt, dan moet L1 ook stoppen met André Rieu. Hij speelt Weense walsen. Moet je stoppen met Pinkpop, want daar staan vrijwel alleen groepen uit het buitenland. En moet je stoppen met het Wereld Muziek Concours in Kerkrade. Daar hoor je gamelan, volksmuziek uit Indonesië. Voor de goede orde, ik ben on speaking terms met iedereen bij L1. Ook met de hoofdredactie.”



Je bent met pensioen?
“Sinds september. Hubert on the Air gaat nog even door. Zeker tot eind dit jaar, mogelijk tot maart volgend jaar. Het laatste rootsprogramma van Nederland, het oudste ook. Ik had het idee, samen met technicus Rob Driessen, voor een internetstation, Limburg Roots Unlimited. We zijn een sterk merk: live-muziek,de jazz met John Hendrix en The Originals met Arnold Rypens. De doelgroep is nog nooit zo groot geweest. Maar ze willen het niet bij L1. Daarom, ik las een etherpauze in. Het is tijd voor mijn memoires. De history so far. Of zoals de Fransen dat zo mooi zeggen, reculer pour mieux sauter. Even een stapje terug, en daarna nog sterker terugkomen.”

Je eerste nummer op de lijst is klassiek. Erik Satie.
“Dat speelde ik tijdens mij toelatingsexamen. Net als de ROZ was het conservatorium destijds een duffe hut. Satie werd veracht door de leiding. Dat was geen klassieke muziek, vond men. Een charlatan. Ik had zijn werk via Reinbert de Leeuw leren kennen. Extra moeilijk, dat wilde ik ze laten horen. In die tijd was ik ook best wel recalcitrant.”

Werd je aangenomen?
“Ik zal je eens vertellen hoe dat ging. Eerst moest ik enkele verplichte werken spelen. Haydn en nog een paar klassieke componisten. Satie en boogiewoogie stonden op de lijst als vrije keuzewerken. Rob Hoeke’s Boogie Woogie Stomp, ja serieus. Bij de klassieke stukken zaten de leden van de toelatingscommissie nog vriendelijk te knikken. Bij de boogie woogie keken ze verstoord op. ‘Waarom hebben we daar geen partituren van?’ Ik legde uit dat het een improvisatie betrof. Ze vonden het niks. Van Satie hadden ze wel de partuur. Ze kletsten er gewoon doorheen. Ik voelde dat als minachtig voor mij en voor Satie.

Na afloop zei de voorzitter van de commissie, mevrouw Alting van Geusau, ik zal haar nooit meer vergeten, in haar plissé-rokje: ‘Meneer Van Hoof, ik moet toch een opmerking maken. U bent begonnen met het verkeerde stuk. Dat was niet van Satie’. Toen moest ik haar uitleggen hoe de muziek van Satie in elkaar steekt. ‘Mevrouw, de heren Satie en Claude Debussy waren goede vrienden. Ze maakten wel eens grapjes. De eerste maten van Sonatine Bureaucratique heeft Satie geleend van Debussy’.”



De uitslag?
“Ik was niet geschikt als pianist. Ik mocht schoolmuziek gaan doen. Sodemieter maar op, dacht ik, ik ga die brief schrijven naar de radio. Eigenlijk moet ik de toelatingscommissie dankbaar zijn. En mijn vader natuurlijk.”

Je zat toen al diep in de populaire muziek. Howlin’ Wolf, Ike & Tina Turner, Bob Dylan.
“Howlin’ Wolf is voor mij  de personificatie van de blues. Grote, zwarte, trotse man met een indrukwekkend stemgeluid. De BBC heeft iconische opnamen van Howlin’ Wolf live. De jongens van The Rolling Stones, tieners nog, kijken vanaf een trapje in opperste aanbidding naar hun held.”



The Beatles of The Rolling Stones?
“Allebei niet. The Yardbirds, The Animals en Manfred Mann waren destijds mijn bands. Ik keek liever verder, nog altijd. Nieuwe muziek ontdekken en die draaien voor het publiek. Programmamaker Dirk Jan Roeleven noemt mij nog altijd de missionaris van het  Mergelland, hahaha.”

Je favoriete nummer is River Deep Mountain High.
“De beste single ooit gemaakt. Ik hoorde het ‘s nachts op radio Caroline, of was het radio London? Ik knommelde wat aan de draad van mijn bakelieten Grundig-toestel voor een betere ontvangt. Ik dacht, ‘wat is dit?’ Dit nummer is voor mij de oerknal van de popmuziek. Letterlijk en figuurlijk. Grappig detail; een paar weken geleden stond ik stil bij de dood van Leon Russell. Hij speelde piano op River Deep Mountain High.”

Bob Dylan.
“Ook van 1966. Een magisch jaar was dat. Blonde on Blonde was een van de eerste tien elpees die ik kocht. Ik meen bij De Harp aan de Spilstraat. Later ging ik voor mijn platen naar Amsterdam, naar Boudisque. Nam ik vlaai mee voor de jongens daar. Met een enorme tas elpees ging ik ‘s avonds weer naar huis. Mijn ontdekkingen deed ik ’s nachts via radio Caroline.”

Favorieten van 2016 van Hubert:



Favorieten aller tijden van Hubert:

 

 

 

Lees het complete artikel in de krant van vandaag.

Al abonnee? klik hier om naar de digitale krant te gaan.

Nog geen abonnee en verder lezen?
Probeer de digitale krant dan 4 weken gratis!

Probeer nu

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →