'Ik heb nooit zo hard gehuild als die dag. Ik voelde me afgewezen'

Print
'Ik heb nooit zo hard gehuild als die dag. Ik voelde me afgewezen'

Afbeelding: AD

De vreugde van moeders die dankzij een spermadonor een kind kregen, heeft ook een schaduwkant. Ester en Monique gingen op zoek naar hun biologische vader.

Monique Aarts (34) heeft op het toilet nog eens goed in de spiegel gekeken. ,,Ik heb ook zijn haarlijn en voorhoofd.'' Ze weet niet wie haar biologische vader is, maar heeft wel een vermoeden. Haar gezicht vertoont gelijkenissen met dat van Jan Karbaat, oud- directeur van spermakliniek MC Bijdorp, die sjoemelde met donorzaad en gegevens.

Mogelijk insemineerde Karbaat ook vrouwen met eigen sperma. Dat knaagt aan haar sinds ze vorig jaar via de Fiom KID-DNA Databank vier halfzussen ontmoette. 

,,Bij hen zie ik zoveel gelijkenissen met Karbaat.''Ze schreef tevergeefs Karbaats kinderen aan, verzamelde krantenartikelen met zijn foto's en vergeleek die met haar eigen jeugdfoto's. ,,Ik kan het niet laten rusten. Ik word elke dag aan mijn afkomst herinnerd als ik in de spiegel kijk.''

Samen met Ester de Lau (43), ook kind van een anonieme spermadonor, vraagt ze aandacht voor de positie van donorkinderen. Ester: ,,Het is een oerwens om te weten waar ik vandaan kom. Mijn stamboom is voor de helft leeg.'' 

Anoniem
Dat geldt voor duizenden donorkinderen die voor 2004 zijn geboren, toen mannen nog anoniem sperma konden doneren. Ester wordt in 1972 verwekt met donorzaad in de Amsterdamse kliniek van Leo Swaab, omdat haar vader onvruchtbaar is. ,,In die tijd dachten ze dat de sociale omgeving belangrijker was voor het kind dan de biologie.''

De familie weet ervan, behalve Ester. Het blijft een geheim, ook na de scheiding van haar ouders. Pas op haar 28ste vertellen ze het haar. Noodgedwongen, omdat de toenmalige vrouw van haar vader hem ermee chanteert. ,,Ik ben weggerend naar vrienden van mijn ouders en bleef een week ziek thuis'', vertelt Ester.

,,Ik ging mijn jeugdherinneringen af. Hoe echt was de vaderrol van mijn vader? Ik ging voor de spiegel staan en bekeek alles opnieuw. Ik had dus niet zijn voeten. En die vetbultjes in mijn nek waren dus niet 'familiair', zoals de dokter zei. En nu begrijp ik waarom mijn neefjes en nichtjes één wenkbrauw hebben en ik niet. Als ik niet op die man lijk, op wie dan wel?''

Afgewezen
Monique is verwekt in de privékliniek van Karbaat. Twee jaar na haar geboorte verlaat haar wettige vader het gezin. Op een dag schuift haar moeder een artikel over een donorkind onder haar neus. ,,Ik heb nooit meer zo hard gehuild als die dag. Ik was er kapot van. Het enige wat ik hoor: je bent zo gewenst. Maar ik heb twee ouders: de één wilde mij heel graag, de ander wilde niks met mij te maken hebben. Dat laatste telt ook. Ik voelde me afgewezen door hem. Dat is niet terug te draaien. Maar wat ik ervan vond, interesseerde niemand.''

In de hoop op antwoorden hebben de twee zich aangemeld bij de Fiom KID-DNA Databank. Die is in 2010 opgericht door Fiom, dat helpt bij afstammingsvragen, en het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. Het ziekenhuis analyseert de dna-profielen van aangemelde donorkinderen en donoren. Als er een match is, informeert Fiom de betrokkenen.

,,We vragen of ze openstaan voor kennismaking en wat hun verwachtingen zijn'', zegt maatschappelijk werker Fred Gundlach. ,,De meeste donoren willen graag informatie geven over zichzelf en hun motivatie. Donorkinderen zoeken niet zozeer hun 'vader', maar willen hun 'verwekker' ontmoeten.''

Verwachtingen
Fiom probeert de soms hoge verwachtingen te temperen. ,,Als een kind verwacht dat het zijn vader gaat zien, gaan we eerst praten. Hij is geen vader maar een donor, die vaak ook een eigen gezin heeft. Verwacht geen vaderrol. Een donor die teleurgesteld is dat er niet méér contact is, moet het kind de ruimte gunnen om het een plek te geven in het gezin waarin het opgroeit.''

Het is belangrijk dat ouders de donorachtergrond niet verzwijgen, zegt beleidsmedewerker Hans van Hooff. ,,Hoe jonger je het vertelt, des te beter. De relatie tussen ouders en kind is gebaseerd op vertrouwen. Als je daar één leugen inbouwt, wreekt zich dat later. Het vertrouwen is weg, dat beïnvloedt de relatie tussen alle gezinsleden.''

De databank heeft Monique vier halfzussen opgeleverd. Maar ook het nieuws dat haar broer van een andere spermadonor is. ,,Mijn gevoel is dubbel. Het geeft veel onrust en negativiteit. Maar ik heb er ook leuke en lieve zussen bij gekregen. Dat gun ik alle donorkinderen.''

Verdriet
Ester zucht diep. ,,Dat wil ik ook graag! Ik ben gemaakt om mijn moeder gelukkig te maken. Natuurlijk is een kinderwens een oerding. Maar er moet bewustzijn komen over het donorkind. Wensouders kunnen wel zeggen: ik ga mijn kinderen met liefde grootbrengen, maar je kunt ze niet behoeden voor al het verdriet. Ik ben het gevolg van een sociaal experiment.''

Monique wil nu Karbaat voor de rechter dwingen tot een dna-test. ,,Ik kan me voorstellen dat hij niet op mij zit te wachten. Maar verplaats je eens in mijn schoenen. Als hij de donor is, wil ik niet de helft van mijzelf haten. Dan heb ik ermee te dealen.''

Afgelopen voorjaar stond Monique bij Karbaat voor de deur met een 'op zoek naar mijn wortels-taart'. Hij deed niet open. ,,Ik zou hem best willen zien, in de ogen willen kijken, onderzoeken wat we gemeen hebben. Daar heb ik al om gerouwd. Maar ik wil wel praten, nu het nog kan. Hij is 89. Zo lang heeft hij niet meer.''