Snellere hulp bij ernstige mijnwaterschade

Print
Snellere hulp bij ernstige mijnwaterschade

Het schachtgebouw van de kolenmijn Oranje Nassau 1, al meer dan een eeuw een icoon voor Heerlen en heel Parkstad. Afbeelding: Bas Quaedvlieg

Het liep het eerste jaar van het bestaan geen storm bij het Calamiteitenfonds Mijnwaterschade Limburg. Vijf gevallen van mijnschade zijn onderzocht. Twee zijn beoordeeld als echte noodsituaties. De met minister Henk Kamp van Economische Zaken overeengekomen werkwijze knelde. Dat verandert nu.

In de herfst heeft het fonds aan de eigenaren van twee naast elkaar gelegen woningen aan de Marktstraat in Kerkrade samen in totaal bijna 50.000 euro toegekend om dringende herstelwerkzaamheden aan de huizen te betalen.

Niet bedreigend
Twee andere behoorlijk ernstige schadegevallen in Kerkrade en een schadegeval in Rimburg moest het fonds echter afwijzen. Niet bedreigend genoeg. Vele tientallen andere gevallen van mijnschade zijn niet eens in behandeling genomen. De twee woningen aan de Marktstraat waren de enige gevallen die voldeden aan de voorwaarde dat er sprake moet zijn van een noodsituatie.

Als in de woonkamer stutten staan om te voorkomen dat de boel instort, is dat geen normale situatie

„Als er in je woonkamer stutten staan om te voorkomen dat de boel instort, is dat geen normale situatie”, verdedigde voorzitter Jan de Wit van het Calamiteitenfonds Mijnwaterschade Limburg twee maanden geleden in De Limburger deze twee toekenningen. Maar zonder acute noodsituatie kon het fonds geen geld uitkeren, klaagde hij toen. “We hebben een enorme beperking.”

In de pot van het fonds zit twee miljoen euro; een miljoen van het ministerie van Economische Zaken, 500.000 euro van de provincie en 500.000 van twaalf Zuid- Limburgse gemeenten waar vroeger in de bodem mijnactiviteiten plaatsvonden.

Gevaar
In een moeizaam tot stand gekomen bestuurlijk akkoord is afgesproken dat per gemeente alleen de eigen bijdrage maal vier mag worden uitgekeerd. In het geval Kerkrade is dat de eigen bijdrage van 58.765,11 euro maal vier. Is dat geld uitgekeerd, dan houdt het op. Volgens De Wit hebben de gemeenten niet voor het solidariteitsbeginsel gekozen, omdat dan het gevaar bestaat dat één gemeente met veel schade – zoals met name Kerkrade – het hele fonds leeg trekt. In Kerkrade zijn op dit moment zo’n 150 gevallen van mogelijke nieuwe mijnschade bekend. Elders in de vroegere mijnstreek nog enkele tientallen.

Van de ongeveer 235.000 euro die het fonds maximaal in Kerkrade mag besteden, is nu nog ongeveer 185.000 euro over. Daarvan kunnen nog slechts enkele noodsituaties verholpen worden. Voor bijvoorbeeld Sittard- Geleen of voor Heerlen zit elk ongeveer 450.000 euro in de pot. Daarmee mogen echter geen noodsituaties in bijvoorbeeld Kerkrade worden geholpen.

„De huidige schaderegeling is tot stand gekomen na lange onderhandelingen met het ministerie van Economische Zaken. Daarom mogen we alleen een voorziening treffen als er sprake is van een noodsituatie, waarin bewoners van een woning gevaar lopen”, zei De Wit eerder.

Misverstand
Volgens hem bestond bij veel mensen het misverstand dat iedereen met mijnschade een beroep op het fonds kan doen. „Elk verzoek wordt door ons behandeld en gewogen, maar wij zijn beperkt in onze mogelijkheden.”

Dat was toen. Nu lijken de mogelijkheden van het fonds aanzienlijk uitgebreid te worden. Niet alleen schrijnende gevallen kunnen geholpen worden.

Als je wacht tot er een acute dreiging is, loopt de rekening alleen maar op

Na nieuwe onderhandelingen met Economische Zaken slaagde Limburg erin enige verruiming van de interpretatie van ernstige schade te krijgen. De bestaande regeling knelde namelijk in zo’n tweehonderd gevallen van mensen met schade. Daar is geen sprake van een acute noodsituatie. “Maar als het bij deze mensen misgaat, zijn de gevolgen groter dan wanneer we de schade nu reeds herstellen. Als je wacht tot er een acute dreiging is, loopt de rekening alleen maar op”, zegt gedeputeerde Daan Prevoo (SP, wonen).

Verjaringstermijn
Het Calamiteitenfonds Mijnwaterschade Limburg houdt op te bestaan zodra duidelijkheid bestaat over de oorzaak van de mijnschade en met name over de vraag wie aansprakelijk is. Meer duidelijkheid daarover wordt verwacht na het bekendmaken van het onderzoek dat het Akense ingenieursbureau Heitfeld Schetelig in opdracht van minister Kamp (Economische Zaken) verrichtte naar aard en omvang van mogelijke na-ijleffecten van de voormalige steenkoolwinning en de mijnwaterschade in Zuid-Limburg.

Daarnaast komt er een door de provincie gesteund proefproces tegen het Rijk over de verjaringstermijn van de mijnschadeclaims in de Limburgse mijnstreek. Het Rijk gaat uit van een verjaringstermijn van dertig jaar na de sluiting van de laatste Limburgse mijn in 1974. Limburg vindt dat het stopzetten van het oppompen van mijnwater in 1994 als begindatum voor die periode van dertig jaar moet gelden.

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje