Knipoog contra satire

Print
Knipoog contra satire

Limburgs buuttekampioen 2016: Gilbèrt Petit Afbeelding: Paul Booten

Twee ‘humor-specialisten’, twee verschillende visies. Gilbert Petit vindt harde grappen taboe, het typetje is heilig in de buut. Naar de zin van Raymond Clement moet de humor in Limburg scherper, feller en actueler.

Gilbert Petit
Drukke dagen voor Gilbert Petit, winnaar van de laatste buuttekampioenschappen. Racen moet hij om op tijd al zijn optredens te halen. Soms wel drie tot vier op een avond. „Rond kerst en de jaarwisseling is het wat rustiger. Daarna weer vol gas tot en met carnaval.” Hoewel hij 67 is, leeft hij op als ‘er druk op de ketel’ komt. „Mijn beste optredens heb ik als er haast bij is en de zaal al zit te wachten.” Lachende koolzwarte ogen, met pretlichtjes. Van crisis in de buut lijkt geen sprake. De voorrondes voor de ‘grande finale’ in Roermond volgend jaar waren volgeboekt, en avonden met buutteredners draaien op volle toeren. 
Maar helemaal onbezorgd beziet de drievoudige kampioen de toekomst van het tonpraten niet. 

Vergrijzing
Bij de voorrondes zag hij hoe sterk de buut aan het vergrijzen was. „Van de zeven deelnemers in Beek hadden vier het over ouder worden en bejaardenhuizen En het waren ook nog eens oudere buutteredners. Er breekt te weinig jeugd door, we bereiken de jeugd niet meer.” De buut moet veranderen, benadrukt hij. „Hij mag geen blok beton worden, dat nooit verandert. De buut moet mee met zijn tijd. Zoals ze dat altijd wel heeft gedaan.” Toen Petit zijn lange carrière begon, waren buutteredners vooral vertellers van moppen. Pierre Cnoops was in die beginjaren de grote kampioen. Maar enkel moppen is een doodlopende weg waar het lachen je op den duur vergaat, meent Petit. Hoewel nu nog altijd tal van buuts bestaan uit het aan elkaar plakken van moppen en grappige anekdotes. „Ik vind moppen wel leuk, maar geen buuts met alleen maar moppen. Dat is te gemakkelijk. Ligt me ook niet.” 

Met harde grappen bereik je het publiek niet.

Kooi
Minder te spreken is hij ook over het ‘ton-reglement’. „Dat schrijft voor dat je niet uit de ton stapt tijdens je buut. De ton is nu teveel een kooi geworden. Hij moet een ankerplaats zijn, waar je tijdens een optreden af en toe naar terugkeert.” Soms schuift Petit de ton zelfs helemaal aan de kant, maar dat is tijdens een zaaloptreden. Niet bij een kampioenschap, waar juryleden elke afwijking van het reglement genadeloos afstraffen, zelfs als het een gelauwerd artiest als Petit betreft. Heilig is wel voor hem die andere pijler van de buut: het ‘typetje’. „Het typetje is heel functioneel. In de rol van het typetje kun je dingen laten zien en zeggen die ik als Gilbert Petit niet kan. Een typetje moet wel een menselijke ziel hebben, anders is het een karikatuur, er moet emotie in zitten”, zegt hij gedreven. „Ik kom uit de toneelwereld, ik houd van dat beweeglijke, als kind al. Het toneelspel heeft me veel geleerd, vooral hoe je in een rol moet kruipen en die levensecht speelt.” Een typetje is ook veilig, erkent hij. ,,Het staat los van mij als individu. Als ik als allochtoon optreed dan sta ik daar als allochtoon, niet als Gilbert Petit.” 

Overleven
Heilig is ook voor hem dat geen harde grappen worden gemaakt in de buut. „Laat dat maar over aan de cabaretiers. Met harde grappen bereik je het publiek niet. Mensen komen niet voor confrontaties of om belerende boodschappen met een klap in hun gezicht gesmeten te krijgen. Mensen willen lachen.” Want het is de essentie van de buut „om mensen met een knipoog” naar het leven te laten kijken. „Het leven is al zo serieus. De buut helpt je om als mens te overleven.” 

Raymond Clement
Voor een humoristcabaretier, die regelmatig op radio en tv en in krantenkolommen te vinden is, klinkt Raymond Clement opvallend somber. Humor maken in Limburg is allesbehalve een lolletje, geeft hij aan. Dat spitse grappen en rake oneliners bedenken geen sinecure is, is bekend. Maar dat een van Limburgs bekendste humormakers de toekomst van de lach in Limburg met zoveel zorg tegemoet ziet, is opmerkelijk. De 42 -jarige Heerlenaar is gepokt en gemazeld in het vak van entertainer. Op de middelbare school deed hij al aan cabaret. En hoewel zijn regiewerk voor allerlei kluchten veel tijd opeiste, bleef hij met Math Leise cabaretprogramma’s en erna soloprogramma’s maken met muzikanten als Ivo Rosbeek. Elk jaar schrijft hij een oudejaarsconference, waarin hij het voorbije jaar op de hak neemt. 

Keurslijf
„De Limburgse humor zit teveel vast in het keurslijf van de buut. De buutte wereld is te benepen en te beperkend voor humor. Teveel woordgrapjes en melige verhaspelingen van woorden.” Harde woorden voor iemand die opgroeide in een huis, waar de top van de Limburgse buutte- en amusementswereld vaak bijeenkwam.” 
Maar de buut is „een anachronisme” geworden. „De buut is niet met zijn tijd meegegaan. De buut loopt met een grote boog om de actualiteit heen. En als er eens een buutteredner een actuele grap maakt, is hij wel zo tandeloos dat het erg flauw is. In de buut gaat het teveel om ‘lang leve de lol’ en ‘iedereen sparen en niemand kwetsen’.” „De buut zal echter moeilijk te veranderen zijn”, zucht hij. „Limburg hecht aan het typetje, de taal van het typetje en het Limburgs terwijl het Limburgs zich niet zo leent voor het staccato, dat de stand up comedy tot zo’n succes maakt. De melancholie - grondtoon van de buut - is ook die van veel Limburgers.” 

De buut loopt met een grote boog om de actualiteit heen

Humor is echter meer dan melancholiek melancholiek de wereld in kijken. Humor is ook absurd, satirisch, cynisch. Limburg hecht eraan dat een typetje voorstelbaar is. „Dat je hem kunt zien in zijn pakje en met zijn gebaartjes. Niet absurd, zoals de figuren die je bij die knotsgekke Engelse humoristen van Monty Python zag.” 
Nieuwe vormen van humor heeft Limburg nodig, benadrukt Clement. 
Hij roept dat niet alleen, hij doet het ook, geeft hij aan. „Samen met Roger Lataster ben ik zowat de enige in Limburg die bezig is met een nieuwe vorm van cabaret en humor.” Scherper, actueler en wel „figuren, die erom vragen, te grazen nemen”. „Niemand durft Geert Wilders aan te pakken. Wij pakken hem aan om de manier, waarop hij polariseert en haat zaait. Humor is een perfect wapen om figuren als Wilders te grazen te nemen. Niet met de buuttehumor van lang leve de lol. Maar met satire en ferme grappen.” 

Moraalridder
Grote voorbeeld is Arjen Lubach, van het populaire Lubach op Zondag. Vol absurde grappen en messcherpe oneliners. Maar zo scherp als Lubach blaaskaken en volksmisleiders aanpakt, kan en wil Clement niet gaan. „Minder confronterend ben ik. Mijn verhaal is ingebed in een context, die meer ruimte voor fantasie laat en de harde boodschap verpakt. Waarschijnlijk komt dat door de moraalridder in me. Ik wil het publiek pakken met een lach. Choqueren gaat me te ver Ben ik toch teveel Limburger voor, vrees ik.” 

Reageren? ray.simoen@delimburger.nl