'Onze weekeindes staan tegenwoordig in het teken van onze Limburgse sporthelden'

Print
'Onze weekeindes staan tegenwoordig in het teken van onze Limburgse sporthelden'

Afbeelding: mgl

Chef-sport Patrick Delait van de Limburgse kranten las de volgende column maandagavond voor tijdens het Limburgse Sportgala.

Geweldig. Fantastisch. Briljant. Ongelofelijk. Memorabel. Oersterk. Heroïsch, Uniek.  Een provincie die Max Verstappen, Tom Dumoulin en Wout Poels kan nomineren voor sportman van het jaar mag zichzelf trots op de borst kloppen. 

Op zondagmiddagen hoeven we ons niet meer naar IKEA te slepen en van het rituele familiebezoek met de bijbehorende koffie en vlaai zijn we gelukkig ook verlost. Onze weekeindes staan tegenwoordig in het teken van onze sporthelden. Bij de koffieautomaat op kantoor hebben niet alleen kerels, maar ook vrouwen tegenwoordig het hoogste woord over de inhaalacties van Max, er niet zelden met rollende ogen aan toevoegend dat ze Max ook een leuk joch vinden. Ja ja, denk ik dan.

Ik moet er nog aan wennen, maar dat ik ’s maandags nog voor mijn eerste koffie door vrouwelijke collega’s wordt aangesproken over de pitstop-strategie van Red Bull betekent nogal wat. Vrouwen die me bijpraten over de keuze voor soft rubber: dat ik dat nog mag meemaken. Er is maar één Limburger wiens naam in eigen provincie net zo vaak wordt uitgesproken als die van Max: Geert Wilders. Het grote verschil tussen Geert en Max is dat Geert om de haverklap uit de bocht vliegt. U zult het mij vast niet kwalijk nemen dat ik Max een geslaagder exportproduct vind dan Geert. Ik durf wedden dat Max het nooit in zijn hoofd zal halen om in de ijssalon van Opa Frans als een volksmenner ‘meer of minder Mercedessen’ te roepen.   

Niet alleen Max ook Tom Dumoulin is in Limburg inmiddels ‘larger than life’. En dan heeft Tom niet eens de Tour gewonnen, of de Giro of de Vuelta, of het WK of een klassieker die ertoe doet. Dumoulin legt de lat voor zichzelf zo hoog, dat we de roze leiderstrui in de Giro, twee etappezeges in de Tour en een zilveren medaille op de Olympische Spelen al bijna normaal vinden, terwijl dat natuurlijk niet zo is. Wat Dumoulin ook bijzonder maakt, is zijn gewoonte om in interviews geen blad voor de mond te nemen. In De Limburger, veruit de beste regionale krant van Nederland, ik herhaal, veruit de beste regionale krant van Nederland,  maakte Dumoulin dit jaar gehakt van oud-Tourwinnaar Bradley Wiggins en de internationale wielerunie. Tom durft man en paard te noemen en toont daarmee zoveel meer persoonlijkheid dan de talloze  profvoetballers die zich elke week aan de leiband laten leggen door persvoorlichters en als buikspreekpoppen voor de camera’s staan.  Ik durf te wedden dat als Tom geen wielrenner was, maar speler van Fortuna Sittard hij voor de camera’s van Veronica zonder dralen zijn mening zou geven. ‘Ik vind er geen zak aan, voetballen voor lege tribunes en met tien hansworsten in de ploeg die er niets van kunnen.’ Willen jullie meer of minder Tom Dumoulin? Ik zeg meer.    

Aan de koffieautomaat doet Dumoulin het overigens ook goed. Mannen spreken vol bewondering over het vermogen dat hij wegtrapt, zijn aerodynamische houding, zijn hoge pijngrens. Vrouwen daarentegen vallen voor zijn gebeitelde kop, gespierde benen en zijn opengeritste shirt dat vooral op zwart-wit foto’s een soft-erotische lading krijgt. Laten we het er op houden dat Tom de gunfactor heeft.  De Gün-factor die bij Fortuna Sittard duidelijk nog niet werkt. 

We hebben Max, we hebben Tom en we hebben Wout, toch maar mooi winnaar van Luik-Bastenaken-Luik en in de Tour de rechterhand van eindwinnaar Chris Froome. Maar we hebben nog meer. We hebben Maartje, gestopt bij Oranje, maar tot in lengte van dagen een hockeymonument. We hebben Uschi, een meisje dat ik alleen al bewonder omdat ze van tien meter hoogte omlaag durft te springen. Al klotsten de golven bij elke duik van haar zo woest over de badrand dat het tsunami-alarm afging, dan nog zou ik Uschi Freitag een heldin vinden. Zelf word ik al misselijk als ik thuis een opstapje van dertig centimeter moet gebruiken om een vaas uit de keukenkast te rukken. We hebben Maaike Head, een roeister die olympisch goud won en omdat ze een kleine tien jaar van haar leven in Meerssen woonde door Topsport Limburg voor altijd een Limburgs etiket kreeg opgeplakt. Ach, waarom niet? Successen zijn er om te koesteren en aan opportunisme is nog nooit iemand gestorven.

In 2016 hebben we in de Limburgse sport ook veel kunnen lachen. Kent u die grap van Diego Maradona die naar Heerlen kwam? Hij kwam niet. Kent u die grap van de scorende Roda JC-spitsen? Ze scoorden niet. Kent u die grap van de gepromoveerde volleyballers van Peelpush? Ze promoveerden niet. Kent u die grap van de Tour de France die naar Limburg zou komen? Hij komt niet. Kent u die grap van het nieuwe VVV-stadion?  

Lees ook: Verstappen bestormt de hemel, maar Dumoulin wint

Genoeg gelachen. Dit is een feestelijke avond, dames en heren, maar laten we één belangrijk feit niet vergeten. Ook al baadt de Limburgse topsport momenteel in weelde, aan de basis schort er nog een heleboel. Eén van de uitgangspunten van de Go for Gold-campagne die Topsport Limburg bedacht, is dat elk kind de mogelijkheid moet krijgen het maximale uit zichzelf te halen. Prachtige woorden, alleen worden ze nog niet waargemaakt.  Zo kunnen de jeugdopleidingen bij de vier Limburgs profclubs niet tippen aan datgene wat er op betaald voetbalniveau wordt gevraagd. Ook in Limburg worden getalenteerde voetballers geboren, maar de wil, de kennis en de middelen ontbreken om hen tot bloei te laten komen. Hoe lang gaat het nog duren voordat de clubs over hun eigen schaduw heen durven stappen om een academie uit de grond te stampen die wel profwaardig is? 

Ook in de atletiek, toch de moeder van aller sporten, staan we stil. Samenwerkingsverbanden bloeden dood nog voordat ze goed en wel zijn opgestart. Nog niet zo heel lang geleden hadden we Marko Koers, Eugène Martineau en Rens Blom en wat hebben we nu? En dan is er nog de wielersport, paradepaardje van de provincie en met Tom en Wout als boegbeelden een behaaglijke pleisterplaats. Alleen is er aan de basis geen tijd om te paraderen. Zonder visie, beleid en passie blijven de mooiste wielerplannen dode letter. Dat Tom Dumoulin onlangs zijn zorgen uitsprak over de toekomst van de Limburgse wielersport is veelbetekenend.

Zeker, dames en heren, het is volkomen terecht om hier vanavond te toasten op een fraai Limburgs sportjaar, maar daar mag het niet bij blijven. Elk sportend kind dat, om welke reden ook, niet het beste uit zichzelf kan halen, is er één te veel. Topsport mag niet elitair worden en alleen toegankelijk voor degenen die weten waar ze de mosterd moeten halen. Elk talentje heeft recht op de beste ondersteuning.  Laten we in 2017 blijven genieten van Max, Tom, Wout en de andere toppers die we hebben, maar laten we ons vooral ook bekommeren om de jeugd. Er is op dat vlak nog een heleboel te doen.  Ik dank u. 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →