De Kachelpiepers -geboren- in Tapijnkazerne

Print
De Kachelpiepers -geboren- in Tapijnkazerne
Ze dragen Schotse uniformen, maar hun roots liggen wel degelijk in het Nederlandse leger: De Kachelpiepers. De Tempeleers vroegen adjudant Harrie Leenhouts van de Tapijnkazerne in 1951 of hij een prinsengarde kon leveren. Leenhouts wist veertig korporaals en onderofficieren te ronselen om de stadsprins te escorteren.  Het eerste jaar verschenen ze in geleende historische Napoleontische uniformen, daarna viel de keuze op de Schotse kilt. De naam Kachelpiepers is afkomstig van het regiment Menno van Coehoorn dat in die tijd in de kazerne gelegerd was. Deze soldaten leerden mortieren te bedienen. Omdat deze wapens de vorm hadden van lange metalen buizen, werden ze door de soldaten kachelpijpen genoemd.  

In de eerste jaren stond op hun vaandel nog Kachelpijpers; later werd dit het -Garderizzjemint De Kachelpiepers-. In die tijd werd ook een echte -kachelpijp- meegedragen, waarin een fles jenever zat verborgen. Deelname aan De Kachelpiepers was populair omdat de soldaten er verlof voor kregen en aan het Maastrichtse carnaval deel konden nemen. Maar ook al was het een kolderieke brigade: tijdens de uitrukken werd wel militaire discipline verwacht. Toen het garnizoen in 1967 uit Maastricht vertrok, namen Maastrichtenaren met steun van de Verkennersband de militaire traditie van De Kachelpiepers over.