Tempeleers: geen -elitaire oester- meer

Print
 waarin wordt gevraagd naar de mening over De Tempeleers. Uitgeschreven door de stadscarnavalsvereniging zelf. De Tempeleers willen veranderen. door Stefan Gybels De anekdote mag graag verteld worden door leden van stadscarnavalsvereniging De Tempeleers. Carnaval in een Maastrichtse wijk, paar jaar geleden. Leden van de plaatselijke carnavalsclub kijken wat meewarig achterom als de Tempeleers hun feestzaal binnenkomen. Dao höbste ze weer. De Tempeleers staan niet al te best te boek in Maastricht. Arrogant, elitair, gesloten als een oester, macht ontlenend aan de möts. Het negativisme slaat gauw om als de Tempeleers zich enthousiast onder het carnaval vierend volk melden. Ze eindigen nog net niet boven op de tafel. De Tempeleers zijn in transitie. Ingezet door preses Henk de Jong, die in 2012 aantreedt als prizzedent vaan de Mestreechter vastelaovend. De Jong is een man van samenwerking. Bij zijn eerste interview in deze krant zegt De Jong dat hij blij is dat hij de vastelaovend mede -mag- organiseren. Een houding die hij wil overbrengen op de hele vereniging. Niet de Tempeleers bepalen, het volk bepaalt. Met de stadscarnavalsvereniging in een organiserende en faciliterende rol. Terug met de voeten op aarde. De Jong verzamelt secondanten om zich heen die allemaal diezelfde visie uitstralen. Niemand zegt het hardop, maar ze willen dolgraag af van het negatieve imago dat aan (een deel van) de club kleeft. Openheid, transparantie en gezelligheid worden de toverwoorden. Het heersende strikte protocol binnen de club wordt een middel in plaats van een doel. Een koers die voor stevige discussie zorgt. Bestuursleden leggen hun functie neer of verlaten de vereniging; op meerdere bijeenkomsten knettert het flink. De Jong en de zijnen zijn echter niet te vermurwen: wie niet mee wil, valt af. De nieuwe koers begint op te vallen in de stad. Zo mogen media meer dan ooit een kijkje nemen bij de diverse Tempeleers-activiteiten. Zelfs bij gevoeligheden zoals de aankomst van de dan nog vermomde stadsprins op de dag van het uitroepen. Er is slechts één gebod: het spel van vastelaovend moet volgens de spelregels worden gespeeld. Verder kan veel. Het wordt allemaal minder star. Stadsprinsen worden geboren in Oss (Oscar I) of zijn kastelein (Henri I), eerder min of meer ongeschreven verboden. De nieuwe lichting Tempeleers ziet dat anders: de stadsprins moet vastelaovendsvierder zijn en Mestreechter Geis hebben. De rest is -bijzaak-. Dat niet alles meteen gestroomlijnd gaat, is ook helder. Zowel het schrappen van de Kinderoptocht in 2011 als de Nostallegasie in 2013 stuit bijvoorbeeld op kritiek. Het -volk- wil iets anders. Ook hier geen starheid: de Kinderoptocht is inmiddels in oude luister hersteld, de Nostallegasie wordt georganiseerd door een groep vaste feestgangers, die steun en hulp krijgt van de Tempeleers. Het -samen- van Henk de Jong in optima forma. De deze week gelanceerde enquête, waarin mensen hun mening kunnen geven over de activiteiten én over de Tempeleers zelf, is een nieuw hoofdstuk binnen de vernieuwing. -Dao höbste ze weer- mag niet langer een negatieve lading hebben.