Welkom bij je nieuwe buren: een gevluchte Syrische vrouw, haar man en drie kinderen

Print
Welkom bij je nieuwe buren: een gevluchte Syrische vrouw, haar man en drie kinderen

Afbeelding: Laurens Eggen

Station Reuver. Zomer 2016. Een Syrisch gezin (papa, mama, drie kinderen) staat op het perron. Dit is hun eindstation. Maanden geleden zijn ze uit Aleppo gevlucht. Hun flat daar is aan flarden geschoten. De kinderen zijn al drie jaar niet meer naar school geweest. De kans dat ze door bominslagen of kogels niet meer thuis zouden komen, was te groot. Vluchten was de enige kans op een toekomst. En dus staan ze nu hier. Op de drempel van een nieuw leven in een Limburgs dorp waar ze niemand verstaan.

Een verjaardagsfeest in Reuver, Zomer 2016 
Vlaai, chips en koffie staan op de eiken salontafel. Het gesprek gaat over vluchtelingen, statushouders en alles wat daarmee te maken heeft.

„Bij mij achterom woont ook zo’n gezin uit - ik meen - Syrië. Die hebben zelfs zonnepanelen op het dak en dat hele huis is voor zo ver ik kan zien compleet ingericht. Nou vraag ik je: waar doen die mensen dat van?” Meningen, vooroordelen, nuances; het stuitert allemaal over de borrelnootjes en plankjes met brie. Het beeld dat vluchtelingen alles gratis krijgen en dat ze in een gespreid bedje komen, overheerst. Maar het kan ook zijn dat de mensen die dat denken het hardst schreeuwen en zich doorgaans met gestrekt been in de strijd mengen. Uiteindelijk gaat de discussie alle kanten uit. Van: „Als hier oorlog is, wil ik mijn kinderen ook ergens in veiligheid brengen” tot: „En toch zitten er veel te veel gelukszoekers tussen die alleen voor het geld komen”.

Dat de nieuwe inwoners van Beesel geld moeten lenen om iets van een interieur bij elkaar te schrapen, haalt de hardste schreeuwers wat wind uit de zeilen. „Maar waar leven die mensen dan van? Ze werken niet, want ik zie ze de hele dag door de straat lopen”, is een soort standaard tweede vraag aan de feestvierder die de nieuwe dorpsgenoten verdedigt. Het woord uitkering blijkt de volgende rode lap op een stier. „En wij maar werken”, is een verzuchting die steevast volgt. Een relaas over mensen die geen enkele baas wil aannemen omdat ze nog maar een paar maanden in Nederland zijn en de taal niet spreken, zorgt even voor wat stilte. Tijd voor een slokje bier of een hapje gebak. „Ja maar het wordt toch allemaal van onze belastingcenten betaald”, is een logisch vervolg van zo’n discussie. Het lijkt wel afgesproken werk. Alsof er een website is die voorschrijft hoe te reageren tijdens dit soort eiken-salontafelgesprekken over vluchtelingen.

Een redactievergadering bij De Limburger in Venlo, Herfst 2016.
Er staan weer eens allerlei verhalen over statushouders in onze krant. Limburgse burgemeesters, gedeputeerden en gemeenteraadsleden buitelen bijna elke dag over elkaar heen als het gaat over de duizenden vluchtelingen die in Nederland mogen blijven. Er zijn geen geschikte huizen voor hen te vinden en als Limburgse gemeenten niet snel máken dat ze huizen vinden, krijgen ze boetes. Tenminste, daar wordt mee gedreigd. Op landelijk niveau roept Geert Wilders van alles over de nieuwe inwoners van Nederland. Ministers bemoeien zich ermee. Kamerleden stellen vragen...

Ik heb er genoeg van. Ik ben het zat dat er altijd alleen maar óver deze mensen wordt gepraat. En dat ik daar als verslaggeefster van de krant ook nog vrolijk aan meedoe. Nieuws is nou eenmaal nieuws. Als bestuurders over elkaar heen rollen, sta ik klaar om daar verslag van te doen. Zo hoort dat. Dat is mijn werk. Maar volgens mij behoort het ook tot de taak van mij en mijn collega’s om  iedereen een podium te geven. Wordt het dan niet eens tijd om ook de statushouders zelf aan het woord te laten, zo vraag ik me hardop af? Ook al spreken ze dan misschien geen Nederlands, ze hebben ons vast veel te vertellen. Want hoe is dat nou om een nieuw leven op te bouwen in een land ver van huis waar je niemand kan verstaan, waar alle gebruiken en gewoontes anders zijn en waar je niemand kent die je om hulp zou kunnen vragen?

Gemeente Beesel, Winter 2016
Ik sta voor de deur van een Beeselse huurwoning en bel er voor het eerst aan. Ik ben taalbuddy geworden van een Syrische vrouw van 33 jaar. Ze is met haar man en drie kinderen een paar maanden geleden in Beesel komen wonen. Ze spreekt nog niet zo goed Nederlands, maar ze vindt het goed dat haar taalbuddy bij de krant werkt en dat er verhalen over haar en haar gezin worden geschreven. Op die manier kan iedereen bij deze nieuwe buren over de schouder kijken. Dan weten we in de toekomst misschien allemaal een klein beetje beter waar we over praten.

Dinsdag in De Limburger deel één van de serie: Nieuwe Buren

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →