‘Hoogheid’ met beetje hoogtevrees (interview)

Print
‘Hoogheid’ met beetje hoogtevrees (interview)

Sander Klinkers is de eerste zoon van een Geleense stadsprins die het zelf ook tot prins schopt. Met harmonie Sint Augustinus en een vriendengroep loopt hij al jaren mee in de optocht. Afbeelding: Mitchell Giebels

Sander Klinkers is uitgeroepen tot de 70ste stadsprins van Geleen. Daarmee gaat een al jaren gekoesterde droom in vervulling.

Op de verjaardag van zijn moeder Jolien is de 27-jarige Sander Klinkers in de Geleense Hanenhof woensdagavond uitgeroepen tot prins van Sjtadsvastelaoves vereniging De Flaarisse. Voor het eerst in de geschiedenis van De Flaarisse valt het prinsschap daarmee toe aan de zoon van een oud-prins. „Mijn vader Jack was 33 jaar geleden prins”, vertelt Sander. Hij was nog niet geboren toen pa in de Waereldsjtad de scepter zwaaide. „Maar carnaval heb ik wel met de paplepel ingegoten gekregen.” Sinds zijn vierde jaar loopt hij mee in de optocht. 

Harmonie
Als lid van harmonie Sint Augustinus, maar ook vaak met een vriendengroep. „Eén keer heb ik niet meegedaan, omdat ik ziek was.” Prins worden is al jaren een droom voor Sander Klinkers. En stiekem hield hij er al een beetje rekening mee dat het nu wel eens zijn beurt kon zijn. „Ik wist dat het 33 jaar geleden was dat pa prins was. En de harmonie waar ik bij zit, bestaat dit jaar 120 jaar.” Reden om afgelopen zomer al wat zuinig te zijn met het opnemen van vrije dagen bij Intertek, waar Sander sinds negen maanden werkt, want die zouden rond carnaval hard nodig kunnen zijn. Toen het telefoontje van Opperflaaris Bert Lemmens inderdaad kwam, hoefde Sander niet na te denken over de vraag of hij prins wilde worden. Zijn broer Arno (25) had er minder rekening mee gehouden. „Hij gaat voor het eerst met carnaval op vakantie, met zijn schoonouders. Uitgerekend nu ik prins ben. Gelukkig vertrekt hij op carnavalsmaandag en kan hij de optocht wel zien”, zegt Sander. Een optocht die voor hem een opgave wordt, gezien de vijf meter hoge, wiebelende prinsenwagen waar hij met zijn adjudanten Roij Driessen (22) en Joey Luyten (27) op moet staan. „Mijn vader is schilder, dus thuis moest ik wel eens een ladder of steiger op. Ik vroeg ooit aan Arno waarom de steiger van één meter hoog wiebelde. Hij zei dat het kwam omdat ik er zo met mijn benen op stond te trillen.” 

Spreuk
Toch gaat hij ervoor, blijkt wel uit zijn spreuk: „Vanaaf noe kleurt Gelaen weer raod gael greun en blaos ich mit de hermenie ’t daak d’r aaf, want de vastelaovend mot gekker waere, hie in os Waereldsjtad, alaaf!”