Blog Nieuwe Buren: Niet goed: leren op een oude fiets

Print
Blog Nieuwe Buren: Niet goed: leren op een oude fiets

Afbeelding: iStock

Een Syrische vrouw (33) is met haar gezin gevlucht voor de oorlog. Ze bouwt in Beesel een nieuw bestaan op. Taalbuddy en verslaggeefster Angela Janssens beschrijft in deze blog wat deze nieuwe Nederlanders allemaal meemaken en hoe ze met vallen en opstaan wennen aan hun nieuwe land. Vandaag: fietslessen.

„Ga jij onze buurvrouw fietsen leren? Dat kan ze echt niet. Ze valt telkens om. Kijk maar. Daar komt ze.” Het is nog niet gezegd, of mijn Syrische pupil komt half vallend uit een paadje slingeren. Het is tijd voor fietsles nummer één.

Het vehikel waarmee ze komt aanzetten, zou ik in mijn studententijd nog niet eens als stapfiets hebben gebruikt. Te klein - haar knieën blijven gebogen waardoor ze nooit echt haar evenwicht kan vinden, bovendien is fietsen zo wel heel erg vermoeiend - en veel te oud. Het is eigenlijk een kinderfiets met een pedaal die er bijna af valt. En met een voorband waar geen zuchtje lucht in zit. „Je hebt een platte band”, meld ik. Uiteraard verstaat ze dat niet. Ik druk haar voorband in tot op de velg en maak een pompend gebaar. Dat blijkt internationaal. Tot mijn verbazing brengt zoonlief snel een fietspomp. „Mama valt om”, zegt ook hij fijntjes.

Vlijtig gaat mijn Syrische met de fietspomp aan de slag. Ze heeft duidelijk geen idee hoe dat moet: lucht in een band krijgen. Hoewel ze tegenstribbelt, neem ik de pomp van haar over en druk het ding helemaal naar beneden. „Kijk, zo: anders krijg je geen lucht in je band”, leg ik uit. Ze knikt beschaamd en bloost een beetje. In Syrië wordt nou eenmaal niet gefietst. Daar doen de mensen alles met de auto, zo heeft ze me al eens eerder verteld. Terwijl de band wordt opgepompt, babbelt mijn Syrische pupil met haar buurvrouw. „Jij valt steeds om. Gewoon doorfietsen”, klinkt het.

Maar al snel blijkt dat opstappen er ook nog niet helemaal in zit.  Het lukt haar gewoon niet om op het zadel te gaan zitten. „Niet goed”, verontschuldigt ze zich na de derde poging vanuit het struikgewas waarin ze terecht is gekomen. Ik hoop dat mijn vriendelijke lach haar geruststelt. Ze moet tenslotte snel leren fietsen. Als ze naar de inburgeringscursus moet, vijftien kilometer verderop in Roermond, is het wel belangrijk dat ze kan fietsen. Anders komt ze niet op school.

We oefenen een poos in haar rustige straatje. Zij stapt op, ik hou de fiets rechtop en ren een stukje mee totdat ze voldoende vaart heeft om niet om te kieperen. Dit hebben we een paar jaar geleden ook met ons dochtertje gedaan. Die was toen een jaar of drie, vier, schat ik. Maar met zo’n volwassen vrouw die duidelijk een beetje bang is voor haar fiets, is het toch een stuk lastiger. Daarnaast verstaat ze mijn aanwijzingen niet. Of maar half. Dat maakt haar even later ook een gevaar op de weg. „Rechts heeft voorrang”, hoor ik mezelf gillen.

Te laat besef ik hoe zinloos dat is. Weet ze wel wat het Nederlandse woord ‘rechts’ betekent? Geen idee. Maar „stop” werkt beter, merk ik al snel. Alleen kan ze niet op de automatische piloot in haar remmen knijpen en staat ze telkens veel later stil als ik en de andere weggebruikers zouden willen. Dat het haar ooit is gelukt om zonder kleerscheuren op deze fiets en zo zonder enig benul van verkeersregels naar de voedselbank in Tegelen te rijden, mag een wonder heten.

„Moeilijk, voedselbank. Eten in rugtas en achterop”, vertelt ze, terwijl het zweet over haar voorhoofd parelt. „Niet goed. Kinderen lachen. Man ook.” Praten en fietsen is ook niet goed. Dan rijdt ze weer zo de struiken in. Beschaamd verontschuldigt ze zich voor de honderdste keer. „Niet goed.” Omstanders reageren vriendelijk, zeggen dat alles nu eenmaal geleerd moet worden. Maar ze is toch al nerveus en ze verstaat het vriendelijke gebabbel niet. Uiteindelijk is ze blij dat we weer in haar rustige straatje aankomen en dat les één achter de rug is. „Volgende week weer fietsen? Is goed!” zegt ze. Ik knik en neem me voor om dan de weg tussen Beesel en Reuver te nemen. Rechtdoor over het fietspad. Dan halen we in ieder geval les drie nog.

Dinsdag in De Limburger deel 2 van de serie Nieuwe Buren

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje