Ook konden de kinderen iets op papier zetten over dit moeilijke onderwerp. Jort schreef een gedicht, dat hij vervolgens naar De Limburger stuurde zodat iedereen het kan lezen. “Ik heb hem gemaakt voor Tharukshan. Omdat ik er van geschrokken ben en ik wil laten weten wat ik er van vind”, zegt Jort.

 

Pesten is heel gemeen,

Je voelt je als een blok steen.

Schoppen, slaan, schelden en meer,

Het gebeurt keer op keer.

 

Het pesten was niet leuk,

Maar toch lagen de pesters in een deuk.

Het pesten gebeurde heel erg vaak,

En voor jou geen leuke zaak.

 

Pesten dat wil niemand meer,

maar toch gebeurde het weer.

Het zeggen dat durfde je niet,

daarom maak ik dit lied.

 

maar wie zijn die anonieme pesters dan?

niemand die het weten kan.

Online werd jij gepest,

door de rest.

 

we treuren allemaal,

en volgens mij was je heel speciaal.

Dit gedicht heb ik voor jou geschreven,

en ik hoop dat niemand dit ooit nog hoeft te beleven.

 

Zelf vind ik pesten onnozel gedrag,

maar toch gebeurt het iedere dag.

De pesters vinden zichzelf vaak stoer,

en liggen vaak op de loer.

 

Ik weet niet waarom hij of zij het doet,

misschien wel omdat het moet.

Worden ze betaald?

Of hebben ze het uit zichzelf gehaald?

 

Pesten kan op veel manieren,

en het is zeker geen klieren.

Pesten vind ik niet kunnen,

daarom zijn pesters sullen.

 

Waarom gebeurt het dan,

als ze weten dat het helemaal niet kan.

Je kwetst er iemand mee,

en ik zeg nogmaals het is NIET OKE

 

Helaas heb je het gedaan,

je bent naar de hemel gegaan.

Je was niet blij,

helaas is dit lied voorbij.