Blog Nieuwe Buren: Fietsles, schaamte en tassen vol kleren

Print
Blog Nieuwe Buren: Fietsles, schaamte en tassen vol kleren

Rouchash moet leren fietsen. Ze moet 15 kilometer rijden voor de inburgeringscursus. Afbeelding: Laurens Eggen

De Syrische Rouchash (33) is met haar gezin gevlucht voor de oorlog. Ze bouwt in Beesel een nieuw bestaan op. Taalbuddy en verslaggeefster Angela Janssens beschrijft in de serie Nieuwe Buren wat Rouchash meemaakt. Vandaag: fietslessen.

„Fietsen. Wij oefenen. Is goed. Niet de hele dag binnen.” Rouchash klopt op haar buik en bovenbenen. „Drie kinderen”, grijnst ze. Wij vrouwen en ons figuur. We zijn ook allemaal hetzelfde. Maar inderdaad, ik zou haar leren fietsen. „Mama valt om”, zegt zoonlief als ze met een gammel vehikel de schuur uit komt. Een kinderfietsje is het. Totaal niet geschikt voor deze volwassen vrouw. Bovendien is de voorband leeg. Natuurlijk begrijpt ze me niet als ik dit zeg. Ik druk met mijn vingers de band plat en maak een pompend gebaar. Een fietspomp wordt aangerukt. Mijn Syrische leerling weet zich echter geen raad met het ding. „Nee, helemaal omlaag. Kijk, zo.” Het is soms net alsof ik mijn dochter van zeven iets uitleg. 

Verkeersregels

Dat gevoel blijft als we op onze fietsen zijn gestapt. Rouchash is duidelijk bang op de fiets. Ze zwabbert over de weg en van verkeersregels heeft ze nog nooit gehoord. „Rechts, die auto komt van rechts”, hoor ik mezelf roepen. Ze hoort het niet. Of ze verstaat het niet. En remmen kan ze ook al niet goed. Als ik gil dat ze moet stoppen - „Stóóóp!” - valt ze vlak voor een bumper om. Ik rijd snel naar het bos met dit gevaar op de weg. Giechelend peddelen we daar een poos rond. Een man roept ons na: „Meid, die fiets is veel te klein voor je.” Mijn pupil kijkt me nerveus aan. Ze vraagt zich duidelijk af wat die vreemde man van ons wil. Ik steek mijn duim omhoog. Goed volk. Niks aan de hand. Slingerend ploeteren we verder. Het gaat steeds beter. Lijkt het. Maar als we spontaan besluiten om de twee jongste kinderen van de basisschool te halen, fietst ze pratend en kijkend zo de struiken in. Beschaamd verontschuldigt ze zich voor de honderdste keer. 

Ach, het blijft een kwestie van oefenen, dat fietsen. Dus als het niet regent of gemeen koud is, rijden we door het dorp. Zij op haar kapotte kinderfiets, ik op mijn omafiets. Ze wil niet ruilen. „Bij die van jou staat het zadel te hoog”, piept ze telkens angstig. Toch wil ik haar eens op mijn fiets zetten. Kan ze voelen hoe gemakkelijk en snel je vooruitkomt op een fiets die niet kapot of veel te klein is. Dus als ik tijdens de tweede fietsles een man bij een prachtige, grote boerenhoeve zie staan, stop ik en vraag hem of hij gereedschap heeft waarmee ik mijn zadel naar beneden kan zetten. Hij kijkt me - uiteraard -verbaasd aan en ik leg uit dat ik „mijn vriendin hier” wil leren fietsen en dat haar eigen fiets niet deugt. „Is dit nu zo’n vluchteling?”, vraagt de man. „Waar kom je vandaan? Heb je kinderen?” 

Rouchash probeert zo goed mogelijk antwoord te geven. Ik help een beetje, terwijl de man ons voorgaat naar zijn enorme schuur. Hij woont prachtig. Met het juiste gereedschap buigt hij zich over mijn zadel.  

Schamen

„Ik schaam me kapot” zegt de man plotseling. „Moet je mij zien, hier in dit grote huis met al die luxe, terwijl zij niets meer heeft.” 
Hij vraagt aan Rouchash hoe oud haar kinderen zijn. Ze noemt leeftijd en geslacht. Ze kan het al best goed vertellen. „Wacht even, ik heb nog wat kleding. Winterjassen voor de kinderen. En schoenen. Er zitten zelfs Uggs bij. Lekker warm.” En weg is hij. 
Rouchash snapt er niets van. 

Terwijl ik haar op mijn fiets laat stappen, haar aanduw en achter haar aan hol, vertel ik dat de man kleding voor de kinderen heeft. 
Ze snapt het nog steeds maar half, vrees ik. Voorzichtig fietst ze een poos rondjes over het boerenerf. 
Deze fiets doet het inderdaad beter dan de hare, zegt ze. Dan komt de man terug met drie zakken propvol kinderkleding. Zijn vrouw komt er achteraan. „Sorry, het spul is niet gewassen”, klinkt het beschaamd. We bedanken het tweetal echter uitvoerig. 
Ze willen er niets van weten. De man schaamt zich oprecht voor zijn eigen luxe en dat ontroert me, besef ik als hij ons uitzwaait. Tevreden jaag ik Rouchash nog een poos op mijn omafiets door het dorp. Zelf peddel ik op haar gammele kinderfiets voor haar uit met drie loodzware tassen in mijn hand die het bloed uit mijn vingers trekken. 
Wat een heerlijk gevoel. 

 

 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →