'Lage straffen roekeloze rijders niet in verhouding met leed nabestaanden'

© De Limburger

Roekeloos rijden wordt zelden bewezen verklaard. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg - dat gisteren is gepubliceerd- in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp.

Annelies Hendrikx

Hij ging het niet eens vrágen aan de Maastrichtse rechtbank. Officier van justitie Martin Scharenborg beklaagde zich er ruim twee weken geleden over dat „roekeloosheid in het verkeersrecht niet meer bestaat. Dat is de hoogste vorm van schuld, maar die mag niet meer worden toegepast van de Hoge Raad. Ik begrijp er niks van.”Voor de rechtbank stond een 52-jarige Maastrichtenaar, die in de vroege ochtend van nieuwjaarsdag 2015 een mede-cafébezoekster naar huis bracht op zijn snorfiets. Hij was „stomdronken”, aldus de officier, had een alcoholpromillage van ruim 3,5; hij negeerde een rood stoplicht en een stopstreep en knalde tegen een auto. Zijn passagier liep zwaar hersenletsel op en bezweek een week later aan de gevolgen. De man, die ter zitting verklaarde dat hij zich niets kon herinneren van het hele ongeluk, was eerder veroordeeld voor rijden onder invloed. Toch was vragen om een veroordeling wegens roekeloos rijgedrag zinloos, wist Scharenborg: hij koos voor ‘dood door grove schuld’ en eiste twee jaar celstraf plus drie jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.Hier ging de rechtbank niet in mee: er was sprake van ‘aanmerkelijke schuld’ en daarbij past in de ogen van de rechtbank een celstraf van zeven maanden, waarvan twee voorwaardelijk. De officier heeft beroep aangetekend.TerughoudendArtikel 6 van de Wegenverkeerswet (WVW) stelt een strafmaximum op ‘dood door schuld’ van drie jaar. Komt daar ‘roekeloosheid’ bij, verdubbelt het maximum.De onderzoekers van de Universiteit van Tilburg concluderen dat „de kans op een veroordeling wegens een schulddelict in de zin van roekeloosheid kleiner is geworden sinds enkele arresten van de Hoge Raad in 2013.” De terughoudendheid van de Hoge Raad heeft, stellen de onderzoekers, een duidelijke weerslag gehad op de lagere rechters. Een analyse van artikel 6 WVW-zaken leerde dat zij sinds die arresten significant minder vaak voor roekeloosheid veroordeelden: van 18 procent vóór de arresten naar 6 procent erna. Dit terwijl ‘roekeloosheid’ in 2006 juist werd geïntroduceerd met de bedoeling de strafrechter meer armslag te geven.Een man die in Huissen 94 kilometer harder dan toegestaan, onder invloed, in het donker over een smalle en onverlichte buitenweg had gereden en in botsing was gekomen met een bromfietser, die daarbij ernstig letsel opliep, werd door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld wegens roekeloosheid. De Hoge Raad draaide die veroordeling terug. „Mede met het oog op het strafverhogende effect van roekeloosheid, dus de zwaarste vorm van schuld, (…) dient de rechter daaraan in zijn motivering nadere aandacht te geven.”ErnstigDe Hoge Raad benadrukt dus, schrijven de onderzoekers in hun rapport, dat een veroordeling voor roekeloos rijgedrag ernstige implicaties met zich mee kan brengen voor verdachten. Hen wacht doorgaans een fors hogere straf dan wanneer ze enkel wegens ‘gewone’ schuld terecht staan. „Om deze reden mag de rechter dus niet lichtvaardig voor roekeloosheid veroordelen en zal hij goed moeten beargumenteren waarom het gedrag als roekeloos kan worden bestempeld. Dit geldt met name wanneer de gedragingen vooral bestaan uit veel te hard rijden, rijden onder invloed, gevaarlijk inhalen, bumperkleven of het niet verlenen van voorrang. Voor deze omstandigheden geldt namelijk al een aparte strafverzwaring. Om dubbeltelling te voorkomen, moet er dus meer aan de hand zijn dan deze zelfstandig tot verhoging leidende gedragingen.” Bijvoorbeeld bij een straatrace, waarbij veel te hard wordt gereden en rode lichten straal worden genegeerd, kan sprake zijn van roekeloosheid in juridische zin.LeedZo vernietigde de Hoge Raad ook een uitspraak van het hof in Den Bosch, dat een man wegens roekeloos rijgedrag veroordeelde, omdat hij onder invloed te hard en door rood reed en daarbij een vrouw dodelijk raakte met zijn auto op de fietsersoversteekplaats op de A2-traverse in Maastricht. Roekeloos heeft juridisch gezien een andere betekenis dan in het normale taalgebruik, stelde de Hoge Raad. ‘Roekeloosheid is de zwaarste aan opzet grenzende schuldvorm, waarvan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn.’De huidige strafmaat bij verkeersmisdrijven doet in elk geval onvoldoende recht aan het leed van slachtoffers en nabestaanden, aldus de onderzoekers, die 175 slachtoffers van verkeersmisdrijven bevroegen: 65 procent vindt de straf (veel) te licht.Zo ook Erik Derijks, die de onvrede over taakstraffen voor doodrijders hoog op de agenda plaatste door met een stoel te smijten uit pure frustratie over de taakstraf (120 uur) voor de man die zijn dochtertje (2) en zijn beide schoonouders doodreed in Meijel. In hoger beroep kreeg de bestuurder alsnog vijftien maanden celstraf. ,,Misschien is dit wel het vertrekpunt dat een ruimere strafmaat bij wet geregeld wordt,” reageert Derijks op het Tilburgse onderzoek. De onderzoekers adviseren (naast een wijziging van de wet) de rechters minder terughoudend te zijn met betrekking tot roekeloosheid. „De wetgever had namelijk een minder restrictieve interpretatie in gedachten dan de invulling die er momenteel aan wordt gegeven.”Reageren? annelies.hendrikx@delimburger.nl

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee