Oorlog achter de kiezen: 'Je hebt nooit je tanden gepoetst'

Print
Oorlog achter de kiezen: 'Je hebt nooit je tanden gepoetst'

"Hij heeft de tanden niet gepoetst", moppert de tandarts vinnig. Afbeelding: Thinkstock

De Syrische Rouchash (33) is met haar gezin gevlucht voor de oorlog. Ze bouwt in Beesel een nieuw bestaan op. Taalbuddy en verslaggeefster Angela Janssens beschrijft in de serie Nieuwe Buren wat Rouchash meemaakt.

 „We moeten naar de tandarts. Wil je meegaan?”  Al snel wordt duidelijk dat het hier niet zomaar om een controle gaat. Er mankeert enorm veel aan het (melk)gebit van de jongste van acht, zo blijkt als hij in de tandartsstoel ligt. „Je hebt nooit je tanden gepoetst”, moppert de tandarts bozig tegen het angstige kind. Vinnig kijkt ze naar Rouchash die bloednerveus door de behandelkamer ijsbeert. „Je moet hem zijn tanden laten poetsen”, wordt de Syrische moeder meermaals toegebeten. „En ik had van de zomer gezegd dat je met spoed terug moest komen. Dat is maanden geleden.” 

Ik kan het toch niet laten om me met dit gesprek te bemoeien. „Deze mevrouw verstaat u niet en kent het woord ‘spoed’ niet. Dat moet u rustig uitleggen”, zeg ik zo vriendelijk mogelijk. „Bovendien kon deze jongen drie jaar niet naar school vanwege rondvliegende kogels en bommen in Aleppo. Ik kan me voorstellen dat tandpasta in die tijd niet de eerste prioriteit van deze moeder is geweest.”

Tanden getrokken
De tandarts haalt de schouders op en begint tegen een assistente wat jargon uit te slaan. Dat begrijpt Rouchash al helemaal niet. Ik wel. Mijn telling blijft staan op twee vullingen en vier tanden die getrokken moeten worden. Met spoed, dus. Deze tandarts heeft vandaag echter maar tien minuten tijd. Maar over twee dagen kan de knul terecht bij een collega in een ander dorp. De informatie wordt in rap Nederlands over ons heen gestort. 

Rouchash is het spoor helemaal bijster. Ik maak de vervolgafspraak voor haar en kijk haar even vriendelijk aan om aan te geven dat het wel goed komt. „Hij moet wel gaan poetsen”, zegt de tandarts voordat ze verdwijnt. Voor het eerst ben ik blij dat Rouchash niet alles kan verstaan. Eenmaal buiten leg ik rustig uit wat er gezegd en geregeld is. Dat we over twee dagen naar een andere tandarts gaan en dat haar kleinste dan twee of drie kiezen krijgt getrokken. Plus wat vullingen. En dat de knul nog eens terug moet voor de rest. „Ik breng jullie met de auto. Ik laat je geen tien kilometer fietsen met een bloedend kind”, beloof ik. 

Tranen
Twee dagen later vraag ik me stiekem af waar ik mee bezig ben. Daar sta ik dan. Bij een tandartsstoel met daarin een jongetje dat inmiddels twee vullingen rijker is en twee tanden armer. En nu trekt de - overigens erg lieve - tandarts aan een derde tand. Er drupt bloed door een slang. Rouchash is in alle staten. Ze probeert haar kind te troosten, maar kan niet bij hem komen. 

Tranen schieten in haar ogen. Ik zou ook huilen als dit mijn kind was. De knul piept angstig als de tandarts weer richting kies gaat. Het kreng breekt af en het wordt een bloederig geheel. Dit heeft niets met taal te maken, schiet het door me heen als ik Rouchash over haar arm aai. Je moet toch wat. Als alles achter de rug is, vertelt de tandarts mij dat warm en koud drinken of eten de komende twee uur taboe zijn, dat paracetamol een must is als alle verdovingen zijn uitgewerkt en dat het niet erg is als er de komende uren nog bloed uit de wonden komt. Verder krijg ik een papiertje met instructies voor gaasjes die het bloeden stelpen. „Nu is hij klaar. Over drie weken gaan we verder.” 

Pijnstiller
Eenmaal thuis met een lijkbleke moeder en haar versufte, bloed kwijlende zoon, duurt het nog lang voordat ik er min of meer zeker van ben dat Rouchash alles begrijpt wat ze weten moet. Ze heeft nog maar één pijnstiller in huis. Ik vraag naar de bijsluiter. Weggegooid. Kan ze toch niet lezen. Een buurvrouw die lief komt informeren hoe het is gegaan bij de tandarts, belooft om straks nog een doosje pijnstillers te brengen. „De buurvrouw heeft nog wat paracetamol voor je. Om de twee uur geven. Dit gaasje moet je dubbel vouwen en in het bloedende gat stoppen”, zeg ik. Rouchash knikt dat ze het begrijpt. Ik aai nog maar eens een keer over haar arm voordat ik ga. „Komt goed. Echt.”

Reageren? angela.janssens@delimburgerl.nl 
 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →