'De gedachte dat de lijdensweg van Ricksen wordt gebruikt voor welk doel ook, maakt me misselijk'

© Genaud Molin

Heeft Fernando Ricksen nog enige regie over zijn leven of bepaalt zijn entourage wanneer, hoe en waar hij in de openbaarheid verschijnt?

Patrick Delait

De foto van Fernando Ricksen in een ziekenhuisbed, die vorige week door diverse media werd gepubliceerd, gaf me een vieze smaak in mijn mond. De ex-profvoetballer, bij wie in 2013 de spierziekte ALS werd geconstateerd, lag erbij als een weerloos hoopje mens. Zijn magere en kromgetrokken knoken schril afstekend tegen het witte ziekenhuislinnen. De mond half hopen, blik op oneindig. Het laatste uur leek geslagen, maar zo moesten we deze foto niet interpreteren, aldus Vincent de Vries, journalist en al jaren de vaste buddy van Ricksen. Volgens De Vries had Ricksen een routineoperatie ondergaan en zal hij weer op de been zijn voor een benefietduel, dat eind maart in het Engelse Fleetwood wordt gespeeld.

Sinds hij in 2013, tijdens een emotioneel betoog in ‘De Wereld Draait Door’, bekendmaakte dat hij ALS heeft, is de aftakeling van Ricksen een publieke zaak. Er was in 2014 een benefietwedstrijd tegen oud-internationals in Sittard. In hetzelfde jaar ging Ricksen op de schouders voorafgaand aan Fortuna - Roda JC. De Noord-tribune, pleisterplaats van de harde kern, werd die dag omgedoopt tot ‘de Ricksen-side’. Een paar maanden later was er een eresaluut in Ibrox Park, de thuishaven van zijn voormalige club Glasgow Rangers. De 40.000 fans, die afscheid kwamen nemen van hun voormalige aanvoerder, genoten, maar werden tevens met hun neus op de harde feiten gedrukt. Ricksen was er begin 2015 al zo slecht aan toe dat hij bij het nemen van de aftrap zijn evenwicht verloor en pardoes achterover viel. Zelf kon hij er nog om lachen.

Met doodsverachting in zijn ogen murmelde Ricksen bij elk openbaar optreden dat hij zou blijven vechten tot de laatste snik. Telkens als je dacht dat zijn ziekte hem op de knieën zou krijgen, dook hij weer ergens op. Aan de zijde van voormalige FIFA-baas Sepp Blatter, in Estadio Bernabeu als eregast van Cristiano Ronaldo, op de cover van een naar hemzelf vernoemd glossy. In november bracht een limousine hem naar een sportpark in Brunssum waar hij zijn held Diego Maradona zou ontmoeten. Het verhaal is bekend. De Argentijn kwam niet opdagen, waardoor Ricksen in zijn rolstoel een prooi werd voor kiekjesjagers. Wederkerigheid was er nauwelijks, alsof Fernando Ricksen zich amper nog bewust was van de film waarin hij is beland. Datzelfde gevoel bekroop me toen ik vorige week werd geconfronteerd met de eerder genoemde ziekenhuisfoto. Het is nauwelijks voorstelbaar dat Ricksen zelf de beslissing heeft genomen om zichzelf te laten fotograferen in al zijn kwetsbaarheid.

Heeft de 40-jarige Heerlenaar überhaupt nog enige regie over zijn leven, of bepaalt zijn entourage wanneer, hoe en waar hij in de openbaarheid verschijnt? Alleen al de gedachte dat de lijdensweg van Ricksen wordt geëxploiteerd voor welk doel ook, maakt me misselijk. ALS is een vreselijke ziekte. Dat Fernando Ricksen zich niet wil neerleggen bij het onvermijdelijke en tot het bittere eind wil strijden, verdient respect. Dat hij zich niet verstopt en ons de ogen opent door ongegeneerd de wrede kant van het leven te laten zien: chapeau. Dat hij als oprichter van zijn eigen ALS-stichting elke gelegenheid te baat neemt om de ziekte onder de aandacht te brengen: klasse.

Aan medeleven heeft Ricksen geen gebrek. Een lijdensweg als die van hem gun je niemand. De grens met medelijden is echter flinterdun. Voor mij is die grens vorige week definitief overschreden. Ook kwetsbaarheid kent zijn grenzen. Een ziekenhuisbed is privé, geen voetbalstadion waar je jezelf mag laten toejuichen.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal