'Voor het eerst snappen we elkaar niet'

Foto van de Syrische Rouchash, zij is een Syrische vluchteling die in de zomer van 2015 naar Nederland is gekomen. Hier zien we haar in het midden tijdens een gesprekje met haar buurvrouw die links op de foto staat. Rechtst staat haar Buddy Angela. © Laurens Eggen

In de serie Nieuwe Buren beschrijft verslaggeefster Angela Janssens hoe een Syrisch gezin met vallen en opstaan inburgert in Limburg. Elk verhaal levert hartverwarmende reacties van lezers op.

Angela Janssens

„Waar kunnen we een laptop voor tweehonderd euro kopen?” Mama en haar drie kinderen kijken me hoopvol aan. Ik zeg dat zulke goedkope laptops niet bestaan. „Tweehonderd euro is te weinig. Laptops zijn altijd duurder”, weet zelfs ik - digibeet bij uitstek - te melden. Daar is het viertal duidelijk ook al achter. „Driehonderd euro goedkoopst bij MediaMarkt. Maar heel kleintje en snel kapot”, krijg ik te horen.Er volgt een relaas waaruit blijkt dat het hele gezin al weken stad en land loopt af te zoeken om een laptop van 200 euro te vinden. Ik vraag me hardop af waarom ze per se dat bedrag uit willen geven, want ik merk aan alles dat die 200 euro op de een of andere manier heilig zijn. Het antwoord is simpel: in een brief van de gemeente Beesel staat dat het zo moet. Tenminste, zo vatten deze mensen dat op. De gemeente heeft deze burgers immers laten weten dat hun zoon van 13 naar de middelbare school gaat, dat zijn ouders leven van een bijstandsuitkering en dat de jongen dus recht heeft op een bijdrage van 200 euro voor de aanschaf van een laptop.Het is gewoon een van de vele regelingen waar alle Beeselse minima, dus ook deze, recht op hebben. Maar in dit geval zorgt de brief met goed nieuws ongewild voor de nodige onrust. Als ik het goed begrijp, is de hele familie ingeschakeld voor een zoektocht naar een laptop voor het genoemde bedrag. De gemeente zegt immers dat het zo moet. Ik probeer de gemoederen tot bedaren te brengen, zeg dat het hier om een tegemoetkoming gaat. „Een bijdrage.” Ik hoor het mezelf zeggen en besef meteen dat niemand in deze huiskamer weet wat dat is ‘een bijdrage’. Een paar verwoede pogingen om het uit te leggen, volgen. Het maakt de verwarring aan de overkant alleen maar groter.Gek genoeg is het niet echt moeilijk om deze mensen die nog niet echt goed Nederlands spreken te volgen als ze vertellen hoe ze te voet vanuit Syrië naar Turkije zijn gelopen, hoe ze vervolgens via allerlei kampen met de bus, trein en boot uiteindelijk in Nederland zijn beland. Dat ze hier acht maanden in „kamp” hebben gezeten, onder meer in Nijmegen. En dat ze wel moesten vluchten uit Syrië, omdat de kinderen in woonplaats Aleppo niet eens meer naar school konden. Met gebaren is me in de loop der tijd duidelijk gemaakt dat het voor de kinderen op een gegeven moment levensgevaarlijk moet zijn geweest om naar school te gaan. Ze konden zomaar door rondvliegende kogels worden geraakt. Of door vallend puin, als er weer eens gebouwen plat werden geschoten.„Alles kapot.” Zelfs de school van de kinderen is op een gegeven moment aan flarden geschoten. Ze zijn uiteindelijk drie jaar niet naar school geweest. Toen ook het huis van dit vijftal kapot werd geschoten - het gezin woonde op een flat, drie hoog - zijn ze te voet op de vlucht geslagen richting Turkse grens. Een heel verhaal. En het kan best zijn dat ik hier en daar een stukje informatie niet helemaal goed begrepen heb. Maar de grote lijnen van dit relaas kloppen met wat ze mij hebben verteld. Beetje handen- en voetenwerk, hier en daar wat woorden Nederlands, een beetje goede wil van beide kanten en je kunt praten zonder dat je elkaars taal verstaat. Grote lijnen schetsen, is dan geen probleem.

Het loopt echter helemaal spaak als er zoiets heel specifieks als - in dit geval - het woord „bijdrage” moet worden uitgelegd. Of: „tegemoetkoming”. Pogingen als: „Je krijgt maar een deel van die laptop, de rest moet je zelf bijbetalen”, stuiten tegen een muur van onbegrip. Onderling overleg tussen moeder en kinderen volgt na elke poging tot uitleg. Ik luister naar de harde klanken van hun Koerdische taal. Ineens praten ze snel. Zelfs hun stemmen klinken anders wanneer ze in hun moedertaal praten. Maar ze snappen er duidelijk niets van. We komen er niet uit. „Zelf sparen voor duurdere laptop. Gemeente betaalt niet helemaal. Marktplaats misschien? Een gebruikte?”Het is onbegonnen werk. Hetzelfde geldt voor alle vragen die ze ook nog hebben over een eventueel abonnement voor internet, mocht die laptop er ooit komen. Ik besef dat ik deze mensen nooit van z’ n leven uitgelegd krijg wat - pakweg - een ‘alles in een-pakket’ inhoudt. Laat staan dat ze zelf kunnen bellen om er achter te komen wat de voordeligste mogelijkheden voor hen zijn. Ik kan me levendig voorstellen dat ze de draad al kwijt zijn als het inleidende bandje bij ‘toets drie’ is aanbeland. Onder de streep ben ik redelijk nutteloos op dit moment. Ik heb informatie, maar krijg het niet overgebracht. Aan beide kanten is er frustratie.Voor het eerst snappen we elkaar niet. Ik vraag me later in de auto af of gemeenten dit soort brieven niet ook in het Koerdisch zouden kunnen opstellen. Dan besef ik dat ook dit geen zoden aan de dijk zou zetten. Mijn Syrische kan helemaal niet lezen, zelfs geen Koerdisch. „Wij praten Nederlands, praten, praten”, is haar oplossing voor dat probleem. „Veel praten Nederlands.” Ze heeft gelijk. Ze is een verstandige vrouw.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal