Prins Venlo: over halve waarheden en halvegaren

Print
Prins Venlo: over halve waarheden en halvegaren

Foto: Jocus

Journalist Wim Doesborgh werd het mikpunt van spot na een artikel over de keuze van ‘n ‘Amsterdammer’ als prins van Venlo. Daarbij werden grenzen overschreden.

Deil dit berich asse Wimke Doesborgh van Tante Bet auke enne PIPO vinds!’, toeterde de maker van een gefotoshopte afbeelding op Facebook. Op het plaatje: Wim Doesborgh, journalist van De Limburger, omringd door confetti en getooid met  clownsneus. ‘Ik bin enne pipo, enne halvegare’, schreeuwt de begeleidende tekst. Het ‘geintje’ werd meer dan 350 keer gedeeld. In de reacties onder de foto werd Doesborgh nog eens verder gekielhaald. Wat had hij misdaan?

Commotie

Wel, de commotie is terug te voeren op een artikel van zijn hand  in de krant van donderdag. Hij sneed, op basis van enkele kritische ingezonden brieven, het thema van de niet in Venlo woonachtige stadsprins aan, zoals nu het geval is met Lex I.

In het stuk kreeg onder andere de vorst van Jocus alle ruimte om uit te leggen waarom zo’n keuze anno 2017 goed  te verdedigen is. De boodschap van het krantenartikel: tradities zijn niet per se heilig. Waarom de kop van Doesborgh er dan toch af moet? Dat heeft te maken met drie woorden in de inleiding.

‘Half Venlo moppert’, zo begon Doesborgh zijn verhaal. Dat kun je zowel letterlijk (50.000 inwoners morren over de prins) als figuurlijk (er is veel gemor over de prins) nemen. De journalist beoogde het tweede. ‘Half Venlo’ moet hier in de overdrachtelijke betekenis van het woord gezien worden, als een ruime interpretatie. Voorbeeld: in het klassieke vastelaovesleedje ‘Jansse’ wordt gesteld dat ‘de halve stad’ Janssen heet. We weten allemaal dat dat niet zo is, maar we snappen wat de schrijver bedoelt, juist door die overdrijving.

Afijn.  Half Venlo – let op: overdrachtelijk! – nam het letterlijk. En viel over de krant heen. Dat mag. Maar de sfeer werd rap  grimmiger. Al snel werd het persoonlijk, en richtten de pijlen zich op de scribent.

Met als absolute dieptepunt  die geknutselde poster van Doesborgh, die zelfs vrolijk werd gedeeld door de burgemeester en het Jocus Dreejspan zélf. Een onschuldig grapje, zegt u? Integendeel. Er wordt op de man gespeeld, het is nodeloos kwetsend en bovendien blijft zo’n afbeelding tot in de lengte der dagen op internet circuleren. Een buitenproportionele straf voor een paar ongelukkig gekozen woorden.

Aan wie ligt het?

Ligt het dan alleen aan de criticasters die te ver zijn doorgeslagen? Natuurlijk niet. Als er zó fel en zó massaal gereageerd wordt, als er complete blogs aan worden gewijd en als een complete TV-ploeg uit de Randstad naar het Zuiden afreist in de veronderstelling een ‘verscheurde stad’ aan te treffen, dan moeten we als krant ook naar ons zelf kijken.

Je kunt blijven emmeren over zoiets als de ‘overdrachtelijke betekenis van het woord’, als het gros het niet zo ziet, is het dus niet duidelijk genoeg geweest. Een kwestie op scherp stellen is prima,  maar de effecten ervan mogen niet onderschat worden.  De simpele constatering dat er reuring is over de keuze van een ‘Amsterdamse’ prins had volstaan om een artikel over oude en nieuwe tradities te rechtvaardigen.

Aandikken is dan niet nodig, ook niet als je slechts een punt wil maken. Daar moet De Limburger lering uit trekken. Ook de krant weegt zaken soms verkeerd,  en daar willen we graag door lezers op gewezen worden. Edoch: wél  met fatsoen.  

Het Trumpiaanse journalisten aan de schandpaal nagelen is sowieso niet de manier. Dat weet de maker van de fotoshop nu ook. Op ons verzoek heeft hij de afbeelding van Facebook gehaald. Over één ding waren we het gelukkig snel eens: het moet wel Vastelaovend blijven.