COLUMN | Met carnaval mag alles (3)

Print
COLUMN | Met carnaval mag alles (3)

Afbeelding: .

Een columnserie waarin Hugo Luijten de grenzen van het vastelaovesfatsoen opzoekt. Met vandaag: ‘Dootj de glaaze nog us vol’ (Ton Donders, Weert). Over het en masse nuttigen van alcoholische versnaperingen

Tegen iedereen die het maar wil horen – vooral als ze níet uit Limburg komen – wordt door menig carnavalist bij hoog en laag volgehouden dat de Vastelaovendj geen hoogfeest voor dronkaards is. Natuurlijk, een glaasje bier hoort erbij. Maar er is zoveel méér, mijnheer of mevrouw.

Yeah right. Er is zeker heel veel meer, sterker: het bier is maar één van de vele details die carnaval maken wat het is. Maar leg het droog en kijk dan eens welke volkswoede er losbarst. Precies. Vandaag dus verhalen over bier. Gerstenaat, beer, draank, zäöp. En vooral de gevolgen daarvan als het door brave mensen in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd.

Zo zat ik ooit in de bus naar Roermond, op weg naar de Sjtasie Festatie, ongetwijfeld en met enige afstand het grootste drinkgelag van Midden-Limburg. Tegenover mij in de propvolle bus, leunde een hoed vermoeid tegen het raampje. En het moest nog beginnen. Even lichtten de ogen onder de hoed op en keken mij aan. ‘Ich bön nog get radio-actief van gister’, sprak de mond die pas zichtbaar werd toen een laag blauw-witte schmink openbrak.

‘D’r besjtaon pille wo se geine kater van kriegs,’ adviseerde ik goedbedoelend. De ogen fonkelden een ogenblik met oprecht ongeloof. ‘Waer se dao waal zaat van denne?’

Het verhaal onderstreept dat de prijs die menigeen bereid is te betalen voor een pint, de grens van twee euro vele malen overstijgt.

Enfin. Is de kaap van een al dan niet hardnekkige kater eenmaal genomen, dan heeft het merendeel van de vierders een aantal uren nergens last van. De grotere evenementen worden in no time overspoeld door een zee van plastieken bekers, waar in verreweg de meeste gevallen geine limmenaad in gezeten heeft. Na een tijdje neemt Koning Alcohol zijn onderdanen echter stevig in een houdgreep en vinden er taferelen plaats die Fellini niet bedacht kreeg.

Zo zag ik ooit een musketier één van zijn schoenen verliezen. Hij merkte het aanvankelijk niet eens. Tot hij op een zeker moment in een plas bier stapte en langzaam omlaag keek naar waar het onheil zich zo ongeveer moest situeren. Een moeizame zoektocht begon, die hij merkwaardigerwijs staande volbracht. Ik had hem al eerder voor veel minder tussen een stapel jassen zien vallen namelijk. Het halve café ging zich met de zaak bemoeien en op een gegeven moment kwam het kleinood onder gejuich boven water.

Nu hij hem had gevonden, bleek het niet zo eenvoudig om het ding weer aan te trekken. Na enkele pogingen waarbij hij gevaarlijk wankelde, trapte hij de hiel plat, zodat zijn voet in een ongemakkelijk soort pantoffel stak. ‘Aan is aan’ zag ik hem denken en om onbenulligheden als veters bekommerde hij zich al helemaal niet meer. Bij de exercitie viel wel de hoed van zijn hoofd. Hij trachtte die met de zwier die musketiers eigen is op te zetten, maar verloor uitgerekend op dat moment zijn evenwicht en viel onder een statafel.

Een vriend sleurde hem zonder morren naar buiten waar een ijlings gealarmeerde taxi stond te wachten. Bij het instappen verloor onze D’Artagnan natuurlijk zijn schoen en de taxideur ging aarzelend weer open.

De duizend ogen van de dorpskroeg prikten tussen de grote maskers voor het raam, en hij wilde trefzeker uitstappen om het vermaledijde ding op te rapen. Toen merkte hij dat hij zijn gordel nog omhad. Hij keek vermoeid naar de chauffeur, sloeg de deur dicht en maakte een gebaar van ‘rijden maar’.

You win some, you lose some. Ook met carnaval.

Hugo Luijten is historicus en schrijver. In januari 2017 verscheen zijn debuutroman ‘Offer voor een verloren zaak’.