COLUMN | Met carnaval mag alles (5)

© .

Een columnserie waarin Hugo Luijten de grenzen van het vastelaovesfatsoen opzoekt. Met vandaag: Diech bis op dien köpke gevalle – (Sjeng Kraft, Maastricht). Over de waarheid die eindelijk gezegd mag worden en waarvan het maar goed is dat dit niet altijd gebeurt

Hugo Luijten

In mijn herinnering is het nooit eenvoudig geweest, sjaele zeiver met carnaval. Ik bedoel, gelegenheid genoeg, daar niet van. En de stemming zit er meestal ook prima in, de flow, zeggen we tegenwoordig. Maar die geluidsinstallaties, miene leve tied. Als 18-jarige was ik vastelaoveszunjig al zo heis wie ein kraon. Maar goed, als we er nog iets uitgeduwd krijgen, dan mag alles gezegd mèt die daag.

Wazel en brazel dus. Je hebt ze in twee soorten, officiële en officieuze. Te beginnen met de gemakkelijkste: de officiële. Daarvan zijn er weer twee varianten: door al dan niet lokale artiesten op een podium, of door vastelaoves-officials, ook op een podium. Beiden hebben de bedoeling spitsvondig te zijn, en als ik het positief benader, dan lukt dat sommigen fantastisch. Maar de zwarte-pakkenbrigade heeft patent op openers als ‘In gedachte num ich uch mèt trök nao ’t veurjaor van…’. Dan luister ik alleen nog maar om het aantal stijlbloempjes en open deuren te tellen. Ik weet het, ik deug nergens voor. Al wordt in deze gevallen helemaal niks gezegd, en al zeker niet de waarheid.

De officieuze is wat dat betreft veel interessanter. Zij grijpt plaats aan het buffet, achter drankhekken of staande in een gemeentelijke bloembak. (Jao, det doon veer toes ouch, meister.) Verreweg de meeste zijn niet na te vertellen, al ga ik dat nu toch doen. Waat kan ’t ós ouch sjille, d’n daag is toch kepot.

Na de optocht raasde een wervelstorm door het café. Sjmink dreef over wangen, bier drupte van statafels en een oudere dame brak voor de derde keer bijna haar nek over een trommel die op de grond dof voor zich uitstaarde. Aan de tap gaf een verfomfaaide Ninja Turtle een monoloog ten beste over wat ze in Antwerpen 'de betere helft van mijn trouwboekske' noemen. 'Die aoj van mich die wètj 't, ich doon waat ich wil..!' Wij luisterden en beaamden het zwijgend. Hij haalde adem voor een minstens even ferm vervolg, maar een damesarm dook uit het niets achter hem op. De slanke handen tekenden liefdevol een hartje op zijn arm met een paar autosleutels, en verdwenen weer in het niemandsland tussen bar en biljart. Ninja draaide abrupt om en liep de kroeg uit onder de woorden 'Jao sjatje, ich kóm!' Krijgen ze bij GTST niet verzonnen.

En wat met de vangflarden die je in het voorbijgaan hoort, als tussen twee nummers de wereld even stilstaat. Die je onderschept, nét voordat ze voor eeuwig in een andere tijdzone zitten. Het soort kal die wordt doorsneden door bestellingen die messcherp over de toog vliegen.

‘Eder keer es ich sjmörges opsjtaon en ich höb koppien, den höb ich de sjoon nog aan.’ Meesterlijk. Vooral de oprechte verbazing.

‘Sorry, wie heet eur dochter?’

‘Usnavy.’

‘Usnavy?’

‘Jao, det sjting in Amerika op eine boot.’

Kun je buuttekampioen mee worden.

Een jonge kastelein besloot ooit dat het een goed idee was om vlak voor carnaval een meisje tot de zijne te maken. Het arme schaap verzeilde in de chaos die ‘dörpskroeg mèt vastelaovendj’ heet en wist zich bij momenten geen raad. Ze bleef angstig met een cola-tic op een barkruk zitten, en had zich goed als ‘bang veugelke’ kunnen verkleden.

De jonge kastelein beet haar ten einde raad toe:

‘Hei! Gank ins get glaazer ophaole!’

‘De laege..?’ vroeg het lieve kind.

Het is maar goed dat hij niet zei wat ik hem zag denken.

Vastelaovendj same!

Hugo Luijten is historicus en schrijver. In januari 2017 verscheen zijn debuutroman ‘Offer voor een verloren zaak’.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal