Weer terug naar de basis

Print
Weer terug naar de basis

Prinsenreceptie bij de Noatevraeters vrijdagavond in Ohé en Laak. Afbeelding: John Peters

Vastelaovend in het dorp. Grote evenementen trekken tijdens carnaval hordes mensen weg uit de dorpen, zo luidt de klacht al jaren. Hoe zorg je dat carnaval in het dorp blijft bestaan. De Limburger legt het oor te luister in drie totaal verschillende dorpen in Noord- en Midden- Limburg. Vandaag: Ohé en Laak, het dorp waar carnaval bijna uitstierf.

Donkere wolken pakten zich twee jaar geleden samen boven het carnaval in Ohé en Laak. Carnavalsvereniging De Noatevraeters kon geen prins vinden. „Er waren misschien wel geschikte kandidaten, maar die hadden niet genoeg tijd. Het ledental van de vereniging liep terug. Dan moet je je afvragen voor wie je het eigenlijk doet”, vertelt secretaris Albert Griens. En dus namen De Noatevraeters een radicaal besluit. Ze bliezen carnaval 2015 af. „We wisten dat dit het definitieve einde kon betekenen. Maar het was ook een signaal. Misschien komt er wel een reactie, was onze hoop.” Ohé en Laak is een wat bijzonder dorp. Een dubbelkern, feitelijk. Loop er op een doordeweekse dag door de straten en je kunt een kanon afschieten. Een week voor carnaval is er van versiering amper sprake. Het enige café, Bongaarts, ligt met de bijbehorende zaal De Ruïne in de kleinste kern Laak. Een uithoek, maar nog altijd dichterbij dan de andere dorpen in de omgeving van het door Maas, Julianakanaal en grindplassen omsloten Ohé en Laak. Het is mede door de dorpse beslotenheid dat er na het radicale besluit van De Noatevraeters in 2015 een schokgolf door Ohé en Laak gaat. Geen carnaval? Dat kan écht niet. De organisatie van de Boerenbruiloft neemt meteen de organisatie van de optocht over waar jaarlijks ongeveer een kwart van het ruim achthonderd inwoners tellende dorp in meeloopt. Gelukkig maar, zegt Bas Busschops. „Want we hebben altijd op zaterdag optocht. Op die dag is in Echt ook het Platsspektakel. Als we één jaar geen optocht hadden gehad, waren mensen naar het Platsspektakel gegaan en hadden we ze in de volgende jaren maar met moeite terug kunnen krijgen.” 

Spannend
Busschops is een van de twintig tot dertig jongeren die in het beruchte ‘jaar zonder carnaval’ de handen ineen sloegen en onder de werktitel ‘oet Noat Geboare’ op carnavalsvrijdag tóch een prins uitriepen. „Dat was spannend, want we hadden niets met de carnavalsvereniging overlegd.” De actie werd binnen de nog geen tien leden tellende carnavalsvereniging met gemengde gevoelens ontvangen. Secretaris Griens zegt blij te zijn geweest. „We zijn die vrijdagavond naar de zaal gegaan, en het was mooi om te zien dat het zo was opgepikt.” Toeval of niet, maar op het carnavalsmonument in Ohé en Laak is deze prins Roel I nooit gemeld. Toch lijkt hij met de spontane actie de redder te zijn geweest van carnaval in Ohé en Laak. In elk geval voorlopig. Want, zoals een anonieme Laakse het verwoordt: „Je kunt zo’n beetje uittellen hoeveel prinsen er in die nieuwe groep zitten. Wie het daarna moet doen, is de vraag.” Busschops erkent dat wel. „Maar tot 2020 heb ik de prinsen in elk geval al klaarstaan.” 

Modern
De jonge redders van carnaval zijn geen lid van De Noatevraeters. Ze fungeren als een soort werkgroep. Het past perfect binnen de moderne invulling van vrijwilligerswerk. Niemand wil vast zitten aan een taak, maar iedereen is bereid om af en toe te helpen. Dat betekent echter ook dat de prins nog altijd geen raad van elf om zich heen heeft. Meestal bestaat de raad slechts uit een handjevol ‘mutsen’. De nieuwe jonge aanwas gaat wel mee op pad, maar niet ‘in uniform’. Het prinsschap zelf heeft inmiddels ook een nieuwe invulling gekregen. Carnaval is terug naar de basis. De Noatevraeters lopen niet langer alle recepties van verenigingen in de regio af. De sleuteloverdracht van de gemeente Maasgouw slaan ze over. Prins Bauke I hoeft dit jaar geen weken vrij te vragen om zijn rol te vervullen. Twee weken voor carnaval is hij tijdens de bonte avond uitgeroepen. Tijdens de dagen zelf viert hij feest in het enige dorpscafé en op de maandag bezoekt hij de Boerenbruiloft in het gemeenschapshuis. Die dag bezoekt hij ook de optocht in buurdorp Stevensweert. Op zondag is het rustig oppe Laak, want dan staat het halve dorp in of naast de stoet van Echt. Na afloop blijven mensen daar hangen. Die dag heb je het rustig, weet ook cafébaas Jeu Bongaarts. Hij is niet afhankelijk van de omzet met carnaval. 
Zijn café ligt aan een drukke fietsroute, en hij heeft een goed verhuurde feestzaal. Maar zo’n carnavalszaterdag is toch zeker een mooie dag voor zijn café. „Al is het wel minder dan vroeger. Toen hadden we zes- zevenhonderd man binnen. Nu zijn het er driehonderd, denk ik. Je merkt ook dat het eerder is afgelopen. Vroeger gingen mensen na de optocht even naar huis, en kwamen dan naar het café. Nu blijven ze na de optocht hangen, en is het om tien uur gedaan.” Om die reden is dit jaar ook de afsluiting op dinsdag vervroegd. In de hoop dat niet alleen insiders blijven hangen tot de noat ritueel is verbrand.