Vastelaovend & ik: Na twaalf jaar joekst het weer

Print
Vastelaovend & ik: Na twaalf jaar joekst het weer

Afbeelding: .

Mijn vastelaovend heeft een behoorlijke dip gekend. Vrij abrupt ook. Van paplepel tot puber is er nooit een vuiltje aan de lucht geweest. Ik zit nog in een luier als ik tussen de serpentines op de biljarttafel word gezet. En als de Hazekeutel een Piëlhazin is geworden, begint het al vrij snel na de zomervakantie te kriebelen.

Pakje bedenken dat mam gaat naaien, liedjes uit het hoofd leren en aftellen tot het joeksig geweld weer begint. Op vrijdag verkleed naar school en na afloop naar In den Engel (nu: De Stad). Zondag aftrappen met het optreden van het Hofkoor dat alle nieuwe Venrayse liedjes zingt en drie avonden op rij naar tent of schouwburg, café De Koets en met de laatste Piepkesbus naar het Vlakwater waar onze ouders zich tot het restaurant in 1985 is afgebrand prima amuseren. 

Alles prima tot ik met 18 jaar naar Utrecht verhuis. Ineens is alles over. Met plaatsvervangende schaamte heb ik daar een keer een optochtje gezien terwijl ik moet leren voor tentamens. Onbegrip ook onder medestudenten met harde G. ‘Gek doen mag hier het hele jaar, daar hebben we geen carnaval voor nodig.’ Van onze groep keert geen enkele vriendin naar Venray terug voor carnaval. 
Een deel omdat ze in Maastricht studeren en hossen, de rest moet net als ik leren omdat ze boven de grote rivieren geen rekening houden met het feest. Vanwege ‘belangrijke nevenactiviteiten’ duurt mijn studie tamelijk lang en zo lijken de carnavalskriebels twaalf jaar later uit mijn lijf verdwenen. Het maakt me niet uit om te werken tijdens carnaval als in 2000 mijn loopbaan bij deze krant aanvangt. Ik ga wel naar de optocht kijken voor een sfeerverslag. 

Daardoor duurt het niet lang of ik krijg weer zin in uitdossen en hossen. Nu neem ik liefst de hele week vrij om me vol aan de vastelaovend over te geven. Proberen deze onbedwingbare behoefte in de Randstad uit te leggen, heb ik niet meer. Ik hos voor jullie de winter wel het land uit, denk ik stilletjes voor mijn ongelovige vrienden daarboven. Drie dagen gek doen, drie dagen ziek en ik ben net zo zen als Clara van de meditatieweek op Ibiza. Het gevoel is weer terug als vanouds, op nieuwjaarsdag hebben we thuis al carnavalsmuziek opgezet. De liedjes moet ik in Weert opnieuw leren. En heel chauvinistisch ben ik niet, het is prima feesten in de Rogstaekersstad. Maar er zijn grenzen: Ich bin as Rogstaeker geboeëre krijg ik mijn strot niet uit. Voor de rest: alaaf!