Niets is hechter dan familie

Print
Niets is hechter dan familie

Een bescheiden selectie van de carnavalsfamilie Lacroix, met helemaal links Henk, en vooraan in het midden Minou - met de allerjongste van de club, neefje Xander - op de in aanbouw zijnde wagen in de optochtloods van Beek. Afbeelding: Stefan Koopmans

Wie het in Beek over vastelaovend heeft, komt nauwelijks om de familie Lacroix heen. Al ruim een kwart eeuw stoppen ‘die van Lacroix’ veel creativiteit en energie in alles wat met carnaval te maken heeft. En altijd samen, in familieverband.

Nee, meer dan dit dozijn wordt het vandaag niet, zegt Henk Lacroix terwijl hij de selectie van zijn familie monstert die deze zaterdagochtend acte de présence geeft. De carnavalsfamilie Lacroix is groter, een stuk groter - het schommelt tussen de veertig en vijftig personen - dan de twaalf mannen, vrouwen en kinderen die zich in de optochthal in Beek gemeld hebben. „Maar de rest is druk aan het werk in een andere loods, aan de wagen die op carnavalszondag in de lichtstoet meegaat. Daar moet nog veel aan gebeuren.” Hier, in de officiële optochtloods van Beek, staat de wagen waarmee de familie Lacroix op carnavalsmaandag present is in de grote optocht in Beek. En daar moet - ongeveer een week voor carnaval - ook nog het een en ander aan gedaan worden. Kortom: de hele familie heeft het druk, druk, druk. Zoals altijd met vastelaovend. Henk Lacroix mag met zijn 65 jaar de pater familias heten. Hij is in ieder geval de Lacroix met de meeste optochtervaring. „Ik bouw toch al zo’n 48 jaar wagens. Eerst met een groep van een café, maar dat was afgelopen toen daar de deur op slot ging.” Zijn familie bood hem een stevige nieuwe basis. „Het begon met een zilveren bruiloft waarbij de twee jongste neefjes optraden met een parodie op het toen bekende liedje Twiedel twiedel twiedel twiet, ik ben een kanariepiet van André van Duin. Ze waren verkleed als kanaries. Dat vonden we zó sjiek dat nog diezelfde avond werd besloten dat we dat jaar met z’n allen als kanaries in de optocht mee zouden lopen.”

Els-flessen
Maar al tijdens een eerste voorbereiEls-flessen Maar al tijdens een eerste voorbereidend overleg thuis bij opa Lacroix werd duidelijk dat ’m dat niet zou worden. De tijd was te kort om de ingewikkelde kanariepakjes te maken. Al snel werd een actueel alternatief bedacht. De Els-fabriek, producent van de authentieke Beeker kruidenbitter, het Aelske, zou vanuit Beek naar ‘Holland’ verplaatst worden. Daar was nogal wat om te doen. „We hebben toen een wagen gemaakt in de vorm van een grote fles Els - er kwam ook echt Els uit - en iedereen die meeliep was ook verkleed als Elsfles. Dat leverde tijdens de optocht zó’n leuke reacties op, dat we meteen besloten het jaar daarop wéér mee te doen. Als familie, inderdaad. Dat heeft bij ons van meet af aan vooropgestaan.” De familie Lacroix was daarna niet meer uit de optocht weg te sláán. En het werd en wordt van jaar tot jaar groter, sjieker. Van jong tot oud, iedereen doet mee. Minou EggengoorLacroix (40): „Tot op de dag van vandaag bestaat onze groep voor het overgrote deel, ik schat zeker 95 procent, uit familie, inclusief aangetrouwd. Soms vallen er mensen af. Door overlijden, maar ook wel omdat ze er even geen zin in hebben. Als ze zeventien, achttien worden, dan lokt het vermaak uit de grote stad.” Maar, zegt Henk: „Vaak zie je ze ook weer terugkomen als ze 27, 28 zijn en een beetje tot rust zijn gekomen. Want niets is hechter dan de familieband. En niets is mooier dan samen met je familie vastelaovend vieren.” Dat laatste wordt iedereen bij de familie Lacroix zo ongeveer met de paplepel ingegeven, zegt Minou. „Dat zie je al bij Xander, het zoontje van mijn broer en de jongste van de hele club. Als we hier carnavalsmuziek opzetten, dan is hij niet te houden. En als je hem gelooft, moet je drie keer per dag met hem naar de optochtloods.”

Vereniging
Om de boel een beetje in goede banen te leiden, heeft de familie zich min of meer georganiseerd als een vereniging. Compleet met contributie. „Niet voor de kinderen, natuurlijk. Daar betalen de ouderen voor.” En met democratische besluitvorming. Minou: „We komen meestal in september voor het eerst bij elkaar. Ideeen uitwisselen, thema’s voor de wagen bespreken, pèkskes bedenken. Uiteindelijk wordt dan een keuze gemaakt, waarbij de meeste stemmen gelden. En dan gaan we aan de slag.” Of ze het, zoals dat binnen de meeste families gebeurt, wel eens niet met elkaar eens zijn? „We hebben in al die jaren nog nooit ruzie gehad”, zegt Minou heel stellig. Henk: „Nou, we hebben echt wel eens woorden, hoor. Maar meestal komen we daar ook weer snel uit. Het blijft tenslotte in de familie, hè?” Voor in Beek de optocht trekt, is er achter de schermen al maandenlang gewerkt. In de optochtloods, maar net zo goed thuis. Minou: „Wat jullie, mannen, hebben met de wagens, hebben wij, vrouwen, met de kleding. En bij iedereen is er toch altijd het idee dat het allemaal perfect moet zijn. Voor minder doen we het niet. Daarvoor hebben we inmiddels een te goede naam opgebouwd.” Bedrijfje Voor niets gaat de zon op, ook in de wereld van de vastelaovend. „Daar is helaas weinig aan te doen”, zegt Henk. „Alleen al met het aanschaffen van een plateauwagen - steeds moeilijker te vinden, we hebben er ooit al uit Brabant gehaald - is een bedrag van 700 tot 1000 euro gemoeid. En dan het optuigen en de aankleding nog. We kopen niets kant-en-klaar, maken alles zelf - met zo’n grote familie heb je gelukkig op allerlei terreinen wel vaklui in huis - maar dan nóg kost het een hoop geld. Dus verhuren of verkopen we de wagens en de kleding ook weer om uit de kosten te komen. Zo kunnen we het familie-vastelaoves-bedrijfje overeind houden.” Dat is nu al ruim 25 jaar gelukt. En als het aan ‘die van Lacroix’ ligt, komt er voorlopig geen einde aan. Want het vastelaovesvirus heeft zich muurvast in hun genen genesteld.