Rood, Gael & Gries (update)

Print

Vooraan: vorst Lei Schepers (67) van CV de Senioren in Stein met naast hem zijn prinsenbroer Mat III Schepers en prinses Anja. Afbeelding: Diana Scheilen

De oudere carnavalist haakt af. Ze zijn er wel, 65- plussers die drie dolle dagen op pad gaan. Maar de groep wordt kleiner en kleiner. In deze korte carnavalsserie aandacht voor de volhouders.

Wel een wals, geen gehos

Hij heeft er al vijf ten grave moeten dragen: leden van de raad van elf aan wie de laatste carnavalsgroet gebracht werd. Inmiddels weet vorst Lei Schepers hoe hij het woordje vooraf in het crematorium moet voeren of precies wanneer de groep - uiteraard alleen met toestemming van meneer pastoor - in de kerk het lijflied ‘Geneet van ’t Laeve’ laat aanheffen. Drie keer overkwam het hem zelfs met regerend prinsen die ‘we niet meer hebben kunnen laten aftreden’. Carnavalsvereniging De Senioren in Stein, met een gemiddelde leeftijd van 71 jaar, is er niet alleen in vrolijke, maar ook in moeilijke tijden voor elkaar. Over twee jaar hoopt Schepers zijn 2 keer 11-jarig jubileum te vieren als president van de vereniging die hij in 1997 vanuit een bestaande carnavalsvereniging een doorstart liet maken. „Ik ben destijds begonnen mensen uit de zaal te pikken om boven op het podium in het Socio Centrum plaats te nemen. Alleen zo kregen we een raad van elf bij elkaar.”

Grootheden
CV de Senioren stelde zich ten doel de lokale senioren ook echt bij het carnaval te betrekken. Anno 2017 leidt dat op de vierde zondag in januari tot een seniorenmiddag met optredens van lokale grootheden als Rappe Petie, Wim en Lou en De Zingende Senioren. Het besluit van de plaatselijke Zonnebloemafdeling om om verzekeringstechnische redenen niet langer ouderen thuis met een busje op te halen, heeft niet geleid tot minder bezoekers. Terwijl de Steinder Bök elders in die plaats die middag de kindermiddag programmeren, bezoeken 250 Steindenaren in Brasserie De Merode de seniorenzitting. Eerder, op de derde zondag in december, hebben de Senioren dan hun buuttemiddag met maar liefst zeven buuttereedners en vierhonderd bezoekers. En op de eerste zaterdag na de elfde van de elfde wordt de prins gekozen. Nieuwe leden van de raad van elf moeten minstens vijftig zijn, voor prinsen geldt een minimale leeftijd van zestig.

Pan
„Op de jaarlijkse prinsenreceptie hoor ik altijd weer mannen tegen me zeggen: ‘Lei, denk je volgend jaar eens aan mij?’ Maar als ik dan maanden later bij ze aanklop, krijg ik nul op het rekest. Eén keer heb ik bij een huisbezoek een pan naar mijn hoofd geslingerd gekregen door de vrouw des huizes. Die was eigenlijk bedoeld voor haar man, toen ze ter plekke hoorde dat die prins wilde worden. Maar hij wist die te ontwijken.” De meesten willen uiteindelijk niet omdat ze denken dat het duur is. „Maar met maximaal 1100 of 1200 euro kun je klaar zijn. Dit jaar is de eer aan Math III. Achternaam Schepers. Jazeker, de jongere broer van Lei zelf. Hij zucht eens diep: „Nooit meer”, lacht hij naar prinsenadjudant Willie Janssen (65) en Nico Kempener (61) die ook bij het interview aanwezig zijn. „Best moeilijk om je te realiseren dat ik vooral niet zijn broer, maar gewoon de vorst ben als ik in functie ben. Ik heb nu met hem afgesproken dat ik hem als broer bel als we wat door te spreken hebben. Als vorst van de carnavalsvereniging mail ik alleen nog maar met hem.”

Polonaise
Dit weekeinde nemen de Senioren met hun eigen carnavalswagen deel aan de optocht van Stein. Daarna gaan ze nog even binnen in een paar cafés. Gehos van hier tot gunder zit er dan niet meer in. Maar aan een vrolijke polonaise of een walsje mogen Lei en zijn senioren zich nog best even wagen. 

 

Balanceren op het randje

De Einzelgänger is het creatieve brein van de carnavalsoptocht. Zijn of haar korte boodschap, als het goed is gedompeld in een mix van spitsvondigheid en humor, heeft als taak bezoekers langs de kant aan het lachen te maken en reacties uit te lokken. Dat lukt de ene keer beter dan de andere, weet Frans Essers. De 63-jarige ‘dierenarts in ruste’ bedenkt al sinds zijn eerste optreden in 1973 (toen nog in groepsverband) originele ideeën en duikt sindsdien op in verschillende optochten. Ook dit jaar is hij present in Waubach, Kerkrade, Landgraaf en (na carnaval) Mechelen. Essers mag dan de 60 zijn gepasseerd, de Kerkradenaar houdt ervan de grens op te zoeken. Niemand of niets wordt gespaard als hij – meestal vanaf het begin van het carnavalsseizoen in november – zijn hersens laat kraken over een onderwerp. „In principe moet alles kunnen, al pas ik altijd een vorm van zelfcensuur toe. De boodschap moet niet te zeer onder de gordel zijn, maar hij mag er wel in de buurt komen. Ik speel niet op de man, tenzij iemand het er zelf naar gemaakt heeft. Dan is hij het zelf schuld.”

Risico
Wie balanceert op het randje, loopt Risico Wie balanceert op het randje, loopt het risico wel eens te worden geweigerd. Toch heeft hij in al die jaren nog nooit een startverbod gekregen. Zelfs niet toen hij het dringende verzoek niets te doen met de spotprenten over Mohammed, aan zijn laars lapte. „Ik liep mee als Mohammed, verstopt achter een gordijn en met de tekst: als iemand me ziet, hebben we grote zeik. Ik won dat jaar de eerste prijs. In Kerkrade heeft men ooit getwijfeld of ik toegelaten moest worden, toen ik als priester gekleed een wierookvat te koop aanbood. Maar dat heb ik pas achteraf gehoord. En twee jaar geleden was ik als reactie op de onthoofdingen door IS te zien als iemand met een doorgesneden keel waaruit rode bietensap gutste. Althans dat was de bedoeling, maar de spuit was kapot, waardoor die truc mislukte. Allochtonen die langs de kant stonden, vonden het geweldig. In tegenstelling tot mijn vrouw, die vond het niet zo leuk. Maar als eenmaal iets in mijn hoofd zit, wil ik het ook uitvoeren. Zo koppig ben ik wel.”

Interactie
Hoewel hij soms met een ander een Interactie Hoewel hij soms met een ander een koppel vormt, gaat Essers’ voorkeur uit naar een solo-optreden. „Ten eerste kun je het idee precies uitwerken en presenteren zoals jij het wilt. Bovendien is het gemakkelijker om interactie te krijgen met de mensen langs de kant. Ik loop ook geregeld mee zonder nummer. Dan kun je zelf bepalen achter of voor welke wagen of groep je instapt. Dat vind ik wel belangrijk.” Die interactie verschilt per optocht, zo heeft hij in zijn lange carrière als Einzelgänger ervaren. „In Kerkrade heb je een sterke traditie van Einzelgänger. Ik ben daar ook lid van de Stammdusch va Einzelgänger. Met name de ouderen daar hebben een scherp gevoel voor humor. In de Landgraafse optocht valt me steeds op dat de mensen in Nieuwenhagen uitgelatener zijn dan in Schaesberg. Hoewel dat er ongetwijfeld ook mee te maken heeft dat ik uit Nieuwenhagen kom, hoor ik het ook van anderen.” Alsof het bedenken van één motto niet voldoende is, presenteert de collector van tal van prijzen zich sinds 1996 in elk van de drie verschillende optochten in een andere gedaante. „Ik wilde op die manier in elf jaar 33 ideeën proberen te bedenken. Dat beviel zo goed, dat ik ermee ben doorgegaan. Behalve toen Geert Wilders de film Fitna had gemaakt. Ik ben toen overal als Wilders meegelopen met een camera en de tekst: ‘Ik kan niet klaarkomen.’ Vond mijn vrouw ook niet zo’n succes.”

 

Vollgas met tachtig jaar

Tachtig jaar en still going strong. Francien Schrö- der loopt al 47 jaar mee in de optocht van Spekholzerheide en is al die tijd ook vaste klant van het traditionele klonetrekke op carnavalsdinsdag. In Heilust wel te verstaan, niet op de Markt in Kerkrade. „Daar staat iedereen naar optredens te kijken. In Heilust is het klonetrekke zoals het bedoeld is: van café naar café trekken.” De Sittardse verhuisde ruim een halve eeuw geleden naar Spekholzerheide. Daar nam ze met haar echtgenoot de familieslagerij over, waar ze nog steeds dagelijks te vinden is. Na haar vertrek uit Sittard heeft ze daar nooit meer carnaval gevierd. „Mijn zussen zijn daar niet blij mee. Vroeger deden we met een groep mee aan het appelsienengooien op dinsdag. Dan trokken we, sinaasappelen werpend, met een groepje door de stad. Maar ik woon en leef nu hier, dan moet je hier ook carnaval vieren.”

Verschil
Zo gek veel verschil tussen het carVerschil Zo gek veel verschil tussen het carnavalsfeest in Sittard en dat in Kerkrade-West is er niet, vindt de krasse tachtiger. „Het is in Sittard iets chiquer met de Marotte en zo. In een stad is het sowieso strakker georganiseerd. Hier is het allemaal iets losser. Voor mij is carnaval een feest waarbij je alles van je afschudt. Dat kan overal.” Niet zozeer de locatie bepaalt het karakter van de drie dolle dagen, vooral de component tijd heeft daar grote invloed op. „Vroeger had je alleen al in deze straat 75 cafés. Daar zijn er niet veel meer van over. Het klonetrekke wordt ook steeds minder. De jeugd viert carnaval op een andere manier. Geen probleem, al vind ik het jammer dat ze niet zonder telefoon op pad kunnen. Daar lopen ze constant op te kijken. Laat dat ding gewoon thuis en vier lekker feest, denk ik dan wel eens.” Francien Schröder trok ook gisteren weer mee in de optocht van Spekholzerheide. Bovendien bezocht ze in de aanloop naar het driedaagse feest tal van sitzungen en maakt ze zich nu op voor het klonetrekke van morgen. Daarvoor heeft ze speciaal een nieuwe outfit aangeschaft. „Ik besteed daar normaal gesproken niet zo veel aandacht aan. Ik trek gewoon aan wat ik hier heb liggen. Voor mij hoeft dat allemaal niet zo pontificaal.”

Acht kruisjes
Tal van zittingen afstruinen, op zondag de optocht lopen, op dinsdag de hele dag van café naar café trekken totdat het lichtje uitgaat; lukt dat nog allemaal met acht kruisjes achter de naam? „Maar zeker, waarom niet. Ik heb achttien keer de Nacht van Gulpen gelopen. Het is belangrijk dat je ’s morgens op pad gaat met een goede bodem: spek en ei. Anders kom je in de problemen. Bovendien blijf ik constant in beweging. Ik ga vaak naar de sauna en laat me dan, zeker in de week voor carnaval, goed masseren. En ik stap nooit op iets anders over dan sjoes. Bij mij moet je niet aankomen met die sterke rotzooi. Op die manier houd ik het lang vol. En als de trööt vol is, is het schluss en ga ik naar huis. Ik wil de vijftig halen. Dat gaat ook lukken, zolang daar boven niemand me komt halen.” Vandaag is de traditionele rustdag. „Op maandag breng ik thuis alles op orde en doe ik de was. Dan ben ik tenminste ook een keer thuis. De grote optocht in Kerkrade heeft me nooit getrokken.” Morgen geeft ze weer vol gas, als afsluiting. „Heerlijk om met zo’n groep klone en de harmonie alle cafés te bezoeken, ik sla er geen enkele over. O ja, we gaan ook langs bij zorgcentrum Firenschaft. Dat vinden de oudjes daar prachtig…”

 

 

Een clochard met aanzien

Leven als een clochard. Rudy Gilissen zwerft al tientallen jaren op straat. Zij het alleen met carnaval. De 72-jarige Maastrichtenaar vormt samen met 6 vrienden al 36 jaar lang de Mestreechter Clochards. Daar stonden ze met z’n allen bij elkaar. In de Bonbonnière. Zeven ondernemers uit Maastricht. Strak in het pak tijdens de hierezitting van 1981. Voor de gein werd geopperd het jaar erop als clochards te verschijnen. Ze hielden woord, zij het niet met de hierezitting maar met carnaval zelf. 
Zesendertig jaar later. Carnavalszondag, half tien ’s ochtends. Rudy Gilissen en zijn kompanen arriveren in café Tien aan de Helmstraat om spek met ei te nuttigen en aansluitend gegrimeerd te worden als hun zwervende alter ego’s. 

Rol
Ieder heeft daarbij zijn eigen rol. Zo sleept Gilissen steevast met een houten kruk door de straten van Maastricht en heeft hij zijn zakken vol met ‘piercings’, plastic nepsieraden, bedoeld om gesprekjes aan te knopen met leuke vrouwen. Zijn jongste broer loopt ieder jaar met twaalf oude fototoestellen om zijn nek om zogenaamd alles en iedereen op de gevoelige plaats vast te leggen en Ed, kapper van origine, sjouwt rond met een koffertje vol scheergerei en haarstukjes om op zijn manier het vastelaovendvierend vollek vaan Mestreech te vermaken. „Dit is echt een unieke groep. We zijn allemaal getrouwd en toch mag ieder van ons drie dagen lang door de stad zwerven. Zo heb ik Hilde - met wie ik dit jaar 47 jaar getrouwd ben - vorige week met 30 graden Celsius achter gelaten op Bali. Daar ga ik haar donderdag weer ophalen.” Het vastelaovesvirus zat er bij Gilissen al vroeg in. „Mijn ouders runden een textielbedrijf, Wiener S.I. Zij hielden van hard werken en plezier maken.” Zelf herinnert Gilissen zich nog goed hoe hij op zijn twaalfde zijn eerste eigen pekske maakte. „Een indianenkostuum met tooi tot op de grond, waarvoor ik de veren bij de poelier in Achter het Vleeshuis haalde. Van de steel van een keerbeurstel werd een speer gemaakt. Met succes. Mijn creatie werd tot mooiste kinderkostuum verkozen.” 
Hoe anders ziet zijn outfit er nu uit. „Dit pak is eigenlijk al 35 jaar onveranderd gebleven. Er zijn hoogstens wat medailles bijgekomen. Het hangt het hele jaar door thuis op een paspop en voor ik het aantrek wordt het eerst met een halve fles parfum ondergespoten. Dure parfum.” 

Ambassadeurs
Werd er eerst vanwege hun sjebbetege uitdossing neergekeken op de Mestreechter Clochards, nu worden ze steeds vaker als -zelfbenoemde - ambassadeurs van de Mestreechter vastelaovend gezien. Sterker nog: prominenten staan in de rij om een dagje gastclochard te mogen zijn. Zo trad gouverneur Theo Bovens vorig jaar een dag toe tot het zwerversgenootschap en had diens vrouw de grootste moeite om hem te herkennen. „Enkele weken na de vastelaovend ontvingen we een dankbrief van hem die begon met ‘Hiere clochards’. De strekking luidde: ‘Ik moet iets bekennen. Het werd me afgeraden om een dagje clochard bij jullie te zijn. Maar als iéts fijn is geweest, dan was het die dag wel. Jullie tillen de Mestreechter vastelaovend echt naar een hoog niveau’.”  Zelf is Gilissen ook trots op de zelfvervaardigde clochardsmedailles die al 35 jaar lang een gewild verzamelobject zijn, en op de eigen cd met clochardsliederen. Maar het meest van alles hecht hij aan de bijzondere vriendschap die al jaren standhoudt. „Dat komt omdat we elkaar nooit uit het oog verliezen. We weten altijd waar de ander uithangt en waken ervoor dronken te worden. We eten op tijd iets en drinken geregeld een spaatje tussendoor. Anders houd je het ook niet vol, want morgenvroeg om half tien moeten we weer in deze grimeerstoel zitten.” 
 

Alleen op maandag

Ze zingen hard en zuiver en alleen op carnavalsmaandag, noemen zich De Manne va d’r Moandig, en hun gemiddelde leeftijd is 70. Al 23 jaar maken ze er een feestje van. Om elf uur ’s ochtends staan de mannen met een pilsje in de hand in stamkroeg D’r Klinge in Heerlen. Na het eerste glas gaat het loos. Ze zingen, van café naar café trekkend, klassiekers van het ooit befaamde Heerlense carnavalskoor Klumpkes Blumkes. 

Kapot
Bij de Klumpkes hebben de carnavalisten bijna allemaal leren zingen. Dat heeft als voordeel dat ze op dinsdag nog bij stem zijn, vertelt Jo Braeken, zo’n beetje de stamvader van het carnavalskoor en van De Manne va d’r Moandig. „Maar kapot zijn we morgenvroeg toch”, stelt Linnard Hanssen nuchter vast, die met zijn 61 jaar de benjamin van het gezelschap is. Deze carnavalsmaandag zijn ze voor het eerst met zijn zessen. Een teleurstellend aantal, vinden ze. Maar wat wil je? Door de jaren heen zijn er mannen afgehaakt: geen zin meer. Ooit telde De Manne va d’r Moandig 25 zangers. Vorig jaar waren ze met elf man. Deze carnaval zijn er enkele zieken. Helaas. 

Confetti
De mannen treffen elkaar ieder jaar weer om te zingen, maar vooral om de sjpas die ze met elkaar hebben. „En je hoort op zo’n maandag heel wat sjaele zeiver”, legt René van Rooijen uit. Niet alleen het aantal zangers nam in de loop der jaren af, ook het aantal cafés, constateert het zestal triest. Tegenwoordig valt er vroeg op de dag weinig te beleven in het stadscentrum, concluderen ze, terwijl de kroegbaas aantoont dat het na de optocht en ’s avonds een heel ander verhaal is. Met een schop schraapt hij een dik tapijt confetti van zijn terras. In de beginjaren van hun zangclub traden de mannen in de cafés op met een jaarlijks wisselende act, met bijpassende kleding en een bij de act passende cd. Als Grieken hebben ze de Heerlense horeca bezocht, als schaatsers toen de klapschaats op de markt verscheen en als soulmen met grote pruiken. De act, de kleren en de cd, daar ging veel werk, tijd en geld in zitten. Tegenwoordig dragen de mannen een slipjas, bolhoed en een rode strik, en zingen ze mee op de cd’s van de Klumpkes. Hun optredens zijn inmiddels net zo aan het Heerlens carnaval verbonden als de liedjes die ze zingen. De kroegbazen weten niet alleen dat De Manne va d’r Moandig komen, ze weten ook precies welke muziek ze moeten opzetten. „Ze zien ons graag komen”, aldus Van Rooijen. „We brengen stimmung.” De bodem voor de ieder jaar steeds meer energievretende kroegentocht leggen de zangers thuis, natuurlijk met spek en ei. Hoe laat het precies wordt, kunnen ze niet voorspellen. René van Rooijen heeft het een keer gewaagd om met carnaval in Zuid-Amerika te zijn. Toen werd hij om half zeven door een vrolijke bende uit bed gebeld. „Het moet toen in Heerlen toch half twee ’s nachts zijn geweest.” Waar de mannen altijd naartoe moeten, is het Sjtundje Knipa waar de Heerlense carnavalsklassiekers worden gezongen door plaatselijke artiesten. „Daarna zien we wel hoe laat het wordt.” 

Tekst
Met D’r Kloon en dan de Emmapleij Marsj trappen de zangers af, een pilsje in de hand. Halverwege blijken ze wat minder tekstvast en valt het voor heel even stil. Maar dat komt helemaal goed, bezweren ze. De dag is nog maar net begonnen. Nog negen kroegen te gaan.