Met een alaaf! uit Ierland

Lizette Theunissen treft in de Weerter kroegen kennissen en familie die ze de rest van het jaar niet ziet. Haar ouderlijk huis is de uitvalsbasis. © Jeroen Kuit

Carnaval is behalve een volksfeest ook een reünie. Limburgers die hun ‘thuisland’ verlaten hebben, worden er met vastelaovend als trekvogels weer heen getrokken. Vandaag de derde aflevering van een korte serie. Over een Rogstaekersmaegdje.

Jan Cuijpers

Als Kartoesj er al niet over had gezongen, dan had er wellicht een liedje gemaakt kunnen worden over Lizette Theunissen (36) uit Dublin, de hoofdstad van Ierland. Ze heeft het vastelaovesgeveul namelijk met de paplepel ingegoten gekregen en weet dan ook maar één antwoord op de vraag ‘waar zit die drang om met carnaval naar huis terug te keren dan in?’: „Het moet in de genen zitten, ut zitj bi-j ôs in de femilie.” Vader Peter en moeder Mieke sleepten Lizette als klein meisje al mee naar Weert. Ze waren lid van carnavalsgroep De Feepers, „waarmee we in 1985 de laatste optocht hebben gelopen”, vertelt Mieke. Lizette denkt dan ook met weemoed terug aan de oude Rogstaekerskelder en de Wichterhosmiddaag.

VersierdHo, wacht, Weert? We zijn hier zijn hier toch in Ittervoort? Dat er echte carnavalisten wonen op het aangeven adres was al meteen duidelijk, want het is de enige woning in de straat waar ballonnen, slingers en een carnavalsposter voor het raam hangen. „We zijn hier vanwege mijn werk komen wonen, maar met de vastelaovundj gingen we altijd terug naar Weert”, legt vader Peter uit. „Onze dochters zijn allebei jeugdprinses geweest in Ittervoort. Die jaren konden we niet naar Weert. Dat was een straf voor ons”, aldus Mieke. „Als mijn ouders carnaval niet zouden hebben gevierd, dan was het bij mij ook anders geweest”, zegt Lizette. „Ik zie het aan mijn twee beste vriendinnen: de ene viert, de ander niet. De ouders van die laatste ook niet, dus dat speelt zeker een rol. Degene die wel viert, Daniëlle Tillemans, schminkt me altijd.” Hoewel Lizette sinds een jaar met haar eveneens Limburgse vriend in Dublin woont, is die niet meegekomen naar zijn geboortegrond. „We zijn pas een jaar weg uit Nederland. Maar ik woonde daarvoor al dertien jaar in Den Haag. Tot vorig jaar ben ik elk jaar carnaval komen vieren en mijn vriend kwam dan altijd mee, omdat hij wist dat ik dat fijn vond. Nu is-ie in Dublin gebleven. Bij hem zit het niet zo in de familie.”

Nationale feestdag Zat er vorig jaar dan een kink in de Nationale feestdag Zat er vorig jaar dan een kink in de kabel? „Ik ben verpleegkundige en moest op zaterdag en maandag werken. Het was ver-schrik-ke-lijk! Ik zag op onze carnavals-app foto’s van iedereen voorbijkomen en dat maakte het nog erger. Ik heb meteen geregeld dat ik dit jaar vrij kon hebben. Ze snappen daar natuurlijk helemaal niets van carnaval. Ik heb uitgelegd dat het net zoiets is als de Ierse nationale feestdag St. Patrick’s Day, maar dan vier dagen achter elkaar.” Muziek, gezelligheid en samenzijn. Met die drie woorden vat Lizette het wezen van de Limburgse vastelaovend samen. „Ik heb vroeger saxofoon gespeeld, maar ik ben er mee gestopt, omdat ik het instrument als een belemmering ervoer voor het vieren van carnaval. Je moest er toch steeds op letten, kon het niet zomaar ergens neerleggen. Ik ben ook een aantal keren naar de Sjtasiefestasie in Roermond geweest, maar de liedjes ken je niet zo goed als die van Weert. Dan vind ik het al minder dan in Weert. Of er verschil is tussen Limburg en Brabant? Ik denk dat carnaval in Limburg meer een familiefeest is, bij elkaar, terwijl Brabant toegankelijker is voor Hollandse mensen.” Traditie Lizette blijkt erg van de traditie.

TraditieLizette blijkt erg van de traditie. „Ik dacht dat dat niet zo was, maar nu ik hier niet meer woon, kom ik erachter dat ik er juist zeer veel waarde aan hecht.” Ze arriveert doorgaans op de vrijdag voor carnaval in het ouderlijk huis, maar carnaval begint met een bezoek aan de vastelaovesmis in Weert. „Verkleed naar de kerk, dat vind ik mooi. Daarna schminken en de stad in.” De zondagmorgen begint met balkenbrij en spek. Vervolgens spoorslags naar Weert voor de optocht en daarna weer de stad in. „Je hoort in de kroeg wel wie er gewonnen heeft. In de kroegen kom ik oude kennissen en familie tegen. Mensen die je alleen maar met carnaval tegenkomt. Ik herken hen altijd, word zelf niet vaak herkend. Meestal herken ik anderen aan de stem.” Maandag wordt er lekker ontbeten en is het rustdag, want vier dagen ongestraft de remmen los gooien zit er niet meer in. „Misschien op het gemak in een van de buurdorpen een optocht kijken.” De laatste dag staat in het teken van de Slaag um de Mêrrentj, een muziekfestijn in Weert. „Daarna naar het aftreden van de prins. Als dat afgelopen is, wordt het altijd gezellig.” En dan weer een traditie: „Op Aswoensdag eet ik altijd vis. In Ierland vasten ze nog echt veertig dagen, want Ierland is heel erg katholiek. Ze doen daar alles, behalve carnaval vieren.”

GlittermaillotsIntussen rent een als indiaan verkleed neefje van Lizette door de woonkamer. Dat is Morgan van vier. Opa en oma voeden ook hem op in de carnavalstraditie. „Hoe ik mezelf verkleed? Weet ik nog niet. Er hangt hier zoveel. Je verzamelt in de loop der jaren natuurlijk van alles, zoals bijvoorbeeld glittermaillots. Toen ik nog in Den Haag woonde, zocht ik al in december naar stof en kwam ik naar mam toe die er een pèkske van naaide en vlak voor carnaval kwam ik passen. Dat gaat nou niet meer. Maar nu heb ik nog een tweede reden om naar huis te komen. Afgelopen jaar hebben we voor het eerst oud en nieuw gevierd in Ierland. Dat gaat daar zó rustig, geen vuurwerk, niks. Dat is voor mij geen Oud en Nieuw. Dus dit jaar komen we de jaarwisseling ook in Limburg vieren.”

Lees ook aflevering een en twee.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal