Rood, geel en groen door Syrische ogen

Hoewel ze de vastelaovend niet kent, doet Rouchash sportief aan alles mee. © John Peters

De Syrische Rouchash (33) is met haar gezin voor de oorlog gevlucht. Ze probeert in de gemeente Beesel een nieuw bestaan op te bouwen. Dat gaat met vallen en opstaan. Verslaggeefster Angela Janssens is haar taalbuddy. Ze beschrijft in de serie Nieuwe Buren wat zij en Rouchash samen meemaken. Vandaag: Vastelaovend vieren.

Angela Janssens

„Trumke....zunke...” Hoor ik dat goed? Loopt de twaalfjarige dochter van Rouchash daar nou echt een Reuvers vastelaovesleedje te zingen? Warempel. Ik hoor het echt: „Ich wil mie trumke...lalala zunke....” In een soort Reuvers dialect met een Syrische ondertoon herhaalt ze steeds dat ene zinnetje van de carnavalsschlager waarmee een grote groep kinderen van Oppe Ruiver dit jaar het Kinjer Vastelaovesleedjes Konkoer heeft gewonnen. Ik krijg een afstandsbediening in handen gedrukt. Of ik Het Trumke kan intoetsen op YouTube, zodat mama het ook kan zien. Wat blijkt: één van de kinderen van Het Trumke zit bij onze Syrische meid in de klas. En ze vindt het allemaal prachtig. Samen zoeken we het filmpje op. Rouchash komt erbij en dan zitten we met z’n allen lachend en (dochterlief en ik) zingend mee te doen met het carnavalslied. Intussen kijkt de jongste spuit van acht in de plastic zak met verkleedkleren die een vriendin van mij heeft meegegeven. Ik heb de spullen maar vast geregeld. Ook bij ‘mijn’ Syrische kinderen wordt straks op school carnaval gevierd en ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze daar dan zonder kostuum heen te laten gaan. Voor dochterlief moet ik nog even bij een andere vriendin langs, maar dat komt wel goed. Natuurlijk heb ik eerst nog geprobeerd om Rouchash uit te leggen wat carnaval is en dat ze kostuums voor de kinderen nodig heeft. Maar aangezien wij Limburgers de vastelaovend al niet uitgelegd krijgen aan mensen van boven de grote rivieren, is het onbegonnen werk om essentie van de drie dolle dagen aan Syrische mensen uit te leggen. Dankzij de meegebrachte verkleedspullen ga ik echter de goede kant op, merk ik. Het piratenpak valt zeer in de smaak bij de jongste telg. Al snel wandelt er een Syrische variant van Kapitein Haak door de huiskamer. Het pak gaat niet meer uit. Rouchash kijkt lachend naar haar zingende en verklede kinderen. „Wij gaan op vrijdag voor carnaval samen naar de kindermiddag in de tent”, roep ik enthousiast.

FeestOmdat de Reuverse carnavalsvereniging De Windjbuujels het 66-jarig jubileum viert, zijn alle kinderen van alle basisscholen uitgenodigd om op carnavalsvrijdag feest te vieren in de tent op de markt. Ik ga er met mijn eigen dochter heen en het lijkt me gezellig om met Rouchash te gaan. Haar kinderen vinden het een prima plan. Ze hebben op school al veel gehoord over het gekke feest. „We krijgen snoepjes, net als bij Sinterklaas”, heeft onze piratenknul van horen zeggen. Waarop ik Rouchash probeer uit te leggen dat er met carnaval twee optochten door het dorp trekken en dat er dan inderdaad met snoep wordt gegooid. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, overigens. Uitleggen wat een optocht is. Het lukt redelijk. Maar of het echt helemaal begrepen wordt? Ik krijg wel goed uitgelegd dat Rouchash zelf ook verkleed naar de tent moet. Denk ik. Blozend slaat ze echter haar handen voor haar gezicht als ik op de bewuste vrijdag met een lakeienjas onder de arm bij haar naar binnen wandel. De verlegenheid verdwijnt deels als ze ziet wat ik aan heb: roze rok, bloemetjeslegging en blauwe lakeienjas. Het volgende kwartier wordt er flink wat afgelachen en gefotografeerd in huize Rouchash. Onder toeziend oog van mijn eigen heksenkind en haar twee piratenkinderen (mijn andere vriendin bleek een prima piratenjurk te hebben) wordt ze een soort paarse lakei. De vader des huizes maakt foto’s. Van verkleden of feesttent wil hij niets weten. Hij vindt ons maar vreemd. En dat zijn we natuurlijk ook al je ons door Syrische ogen bekijkt. Desondanks doet Rouchash sportief met alles mee, ook als we eenmaal tussen de hossende, feestende en verklede menigte in de tent staan. Ze kijkt haar ogen uit. Haar kinderen ook. Maar zodra ze een ketting met bonnetjes voor snoep, chips en drank hebben, net als al het andere kroost, dansen ze achter hun vriendjes en vriendinnetjes aan en verdwijnen ze in de menigte. Precies zoals het hoort.

Rouchash kijkt. En kijkt. „Waarom dansen de volwassenen niet?”, wil ze weten. Ik probeer uit te leggen dat de meesten zich nog moed in moeten drinken, zo vroeg in de middag. Maar als moslima is ze volgens mij niet bekend met de uitwerking die alcohol heeft op een tent vol feestvierders. Na een tijd komt haar kleine piratenman met een lang gezicht naar ons toe. De bonnetjes met chips, snoep en ranja zijn op. „Buikpijn”, klaagt hij. Te snel te veel gesnoept. Tijd om naar huis te gaan. Ook dat is vastelaovend.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal