'Moordenaar slachtte prostituees als beesten af'

Print
'Moordenaar slachtte prostituees als beesten af'

Afbeelding: iStock

Met een eerste arrestatie lijkt het grote politieonderzoek naar 85 moorden op prostituees in de laatste dertig jaar resultaat te gaan geven. 'Deze vrouwen zijn als beesten afgeslacht.'

Het waren van die zaken die hij in zijn hoofd 'af en toe mee naar huis nam'. Prostituees, jonge vrouwen vaak nog, die waren gedood in sekshuizen en op tippelzones. Sommige zelfs vriendinnen die kort na elkaar de dood vonden.

Beesten
"De tragiek van die levens. Verslaafde vrouwen die als beesten waren behandeld en uiteindelijk ook als beesten waren afgeslacht", zegt René Bergwerff, leider van het Cold Case-team van de Rotterdamse politie.

Onder zijn hoede startte in 2011 een grootschalig, landelijk onderzoek naar 85 onopgeloste moorden onder prostituees en zwervende vrouwen. Met een subsidie werden de zaken in kaart gebracht, in de hoop dat in een ultieme poging toch nog een doorbraak kon worden geforceerd. 

Lees ook: Rotterdammer gelinkt aan Limburgse prostitueemoorden

Limburg
De moorden op prostituees die het cold caseteam onderzoekt, zijn niet alleen in Rotterdam gepleegd. In 2013 maakte het team al bekend dat, naast vier andere Limburgse zaken, ook de moord op de 20-jarige Simone Riedel wordt onderzocht. De Duitse prostituee werd in 1997 gevonden in een veld in Heerlen. Ze was doodgestoken. 

Voor Bergwerff is het onderzoek naar de overleden vrouwen een kwestie van medemenselijkheid. "Die vrouwen waren ook mensen. Met ouders. Met families. Ergens waren ze op een verkeerd pad gekomen, maar wij vonden dat het een laatste kans verdiende om hun moordenaars te vinden."

Vijf moordzaken
Met de arrestatie van een 58-jarige Rotterdammer deze week die aan twee, mogelijk zelfs vijf moordzaken kan worden gelinkt, is er een eerste oogst. Justitie heeft bewijs tegen de man voor de moorden op Maria Hofland en Berendina Stijger, maar ziet 'overeenkomsten' met de moorden op Beppie Michels, Mientje van Balkom en Jeanet Sip.

"Het onderzoek als geheel was een monnikenwerk", houdt Bergwerff het algemeen om het onderzoek niet te schaden. 

Schaamte
Sterker, collega's bij de politie hadden er aanvankelijk een hard hoofd in. Moorden onderzoeken uit de jaren '80 en '90 is al moeilijk genoeg. Die op prostituees in het bijzonder. Getuigen meldden zich niet uit schaamte. Slachtoffers leefden aan de rand de maatschappij. Er heerst schaamte bij families, of bekenden. En sporen bleken soms niet op de juiste manier opgeslagen te zijn. "Je maakt met zo'n onderzoek een valse start. Gelukkig hebben we ons niet laten ontmoedigen."

Uniek
Toch is het onderzoek voor rechercheurs ook uniek. De politie is er altijd vanuit gegaan dat er meervoudige moordenaars actief waren. "Die 85 zaken hebben niet één dader, maar al die zaken hebben er ook geen 85 verschillende", zegt Bergwerff. "Officieel heette het dat er in Nederland geen seriemoordenaars actief waren, maar wij hebben altijd naar onderzoeken en buurlanden gekeken. Waarom zou dat wel in België en Engeland hebben gespeeld en niet bij ons?'"

Bovendien bleek bij nader onderzoek van enkele zaken al dat enkele vrouwen op een zelfde wijze waren gedood, of dat er soortgelijke seksuele handelingen waren gepleegd met de slachtoffers. "We zitten in veel zaken nog middenin het onderzoek en ze zijn dus taai. Maar wij hebben er alle vertrouwen in dat we meer zaken gaan ophelderen."

Stug
In het geval van de Rotterdammer die is opgepakt voor de moorden op Beredina Stijger (1990) en Maria Hofland (1991) bleek wel hoe stug dat was. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kon aan de slag met een DNA- spoor dat de man had achtergelaten, maar moest de nieuwste technieken aanboren om een verdachte te kunnen vinden. 

Via zogenoemd verwantschapsonderzoek werd gekeken of er mogelijk familieleden voor van de vermoedelijke dader in de DNA-databank zaten. Dat bleek niet zo, maar in het gevonden DNA bleek een kenmerk te zitten dat zeldzaam is voor DNA van Europeanen. Het versmalde de zoektocht, maar ze hadden geluk dat uiteindelijk een mannelijk familielid werd opgenomen in de DNA-databank voor een ander delict. 

Ingewikkeld
Zo konden het NFI en de politie aan de hand van een opgemaakte stamboom op het spoor van de verdachte komen. "Het tekent hoe bijzonder en ingewikkeld het is geweest", zegt Bergwerff. "Maar iedere man-uur werk was het waard."