'Ach, wat moet een vluchteling hier op een racefiets?'

© De Limburger

Reggio Calabria is zo'n beetje de lelijkste plek in Europa die ik ken. Visé en Charleroi zijn er niets bij. Maandelijks komen duizenden vluchtelingen via deze Zuid-Italiaanse havenstad Europa binnen. De meesten levend, maar 1 op de 35 sterft tijdens de oversteek, die bekendstaat als de dodenroute.

Robin van der Kloor

De zesde rit van de Giro startte er donderdag en het moet de meest sfeerloze start ooit zijn geweest. Overal afval, vervallen gebouwen en kapotte wegen. De vluchtelingen die zich ophielden in panden aan de haven keken vol onbegrip naar renners die voorbijreden.

Lotto-Jumbo-renner Stef Clement wist niet dat deze stad deze problematiek kent, en eigenlijk niemand met wie ik het erover had. Niet gek ook, want organisatie en gemeente negeerden dit gegeven vooraf in alle juichboekjes en reclames volledig. Er kon geen expositie of participatieproject vanaf, nog geen verwijzing naar de duizenden mensen die voor de kust van deze stad om het leven zijn gekomen.

Dat Clement tijdens drie weken afzien in de Giro d'Italia niet in wil gaan op de vluchtelingenproblematiek begrijp ik goed, maar dat de organisatie en de gemeente geen enkel initiatief namen om de link te maken met of aandacht te vestigen op het vluchtelingenprobleem, snap ik heel wat minder.

Niet in Reggio Calabria dan, want de twee werelden leefden gigantisch langs elkaar heen. In de week dat het pijnlijke 'Bel Malta maar' naar buiten kwam, ging het grote feest van de honderdste Giro compleet voorbij aan de bootmigranten. “Ach”, zei een Italiaan langs de kant. “Wat moet een vluchteling hier op een racefiets? De wegen zijn hier toch veel te slecht.”