Rechtspsycholoog kraakt politieverhoren in moordzaak Weert

Print
Rechtspsycholoog kraakt politieverhoren in moordzaak Weert

Rob Creemers werd in januari 2013 dood gevonden in Weert. Afbeelding: Archief De Limburger

Voor het scenario dat Karel van L. (53) uit Weert zijn plaatsgenoot Rob Creemers in januari 2013 niet heeft doodgeschoten en om een andere reden in 2014 het misdrijf wel heeft bekend is veel steun te vinden.

Dat schrijft rechtspsycholoog Robert Horselenberg van het TMFI (The Maastricht Forensic Institute) in een deskundigenrapport aan het gerechtshof Den Bosch over deze moordzaak in het Weerter drugscircuit. 

Slechte kwaliteit
Horselenberg velt daarin een keihard oordeel over de politieverhoren in deze moordzaak: "Die zijn van zeer slechte kwaliteit." Het gerechtshof Den Bosch behandelde vrijdag het hoger beroep dat Van L. had ingesteld tegen zijn veroordeling tot vijftien jaar cel. Die straf legde de rechtbank Limburg hem twee jaar geleden op wegens het doodschieten en beroven van het slachtoffer op 9 januari 2013. De politie hield de verdachte in februari van dat jaar al aan.

Twee maanden later, hij was inmiddels zestien keer verhoord, kwam hij op vrije voeten bij gebrek aan voldoende bewijs. Van L. meldde zich op 1 februari 2014 weer bij de politie en zei dat hij Creemers had doodgeschoten. later trok hij deze verklaring weer in. 

Voldoende bewijs
Het Openbaar Ministerie blijft erbij dat Van L. de moordenaar van Rob Creemers is en eiste vrijdag opnieuw vijftien jaar cel. Het OM vindt dat er los van de bekennende verklaring van Van L. voldoende bewijs is. Karel van L. bleef bij zijn verhaal dat hij op de fatale dag met Rob Creemers in Venlo, waar het slachtoffer op kamers woonde, is geweest en met hem naar Weert is gereisd. In de wijk Graswinkel zouden hun wegen zich gescheiden hebben.

Advocaat Ruud van Boom vindt dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken. Volgens hem is het bewijsmateriaal tegen Van L. niet overtuigend genoeg om hem te kunnen, De belastende eigen bekentenis van de verdachte is volgens de raadsman niet alleen cruciaal, maar ook aantoonbaar vals. "Mijn cliënt verdient het voordeel van de twijfel."