Blog: Twintig jaar collega's, maar woorden wisselen ho maar

© De Limburger

Een paar dagen geleden stond in een Brits blad dat collega Bob Constanduros terug aan het front was na een zware hartoperatie. Bob is een echte heer. Correct gekleed, mooie gebruinde kop met witgrijs haar. Uitstekend ingevoerd in de Formule 1.

Ivo op den Camp

Snel gerekend hebben we zeker al 750 dagen samen in perszalen gezeten, waar ook ter wereld, op meestal niet meer dan twintig meter van elkaar verwijderd. Dat Bob er een paar races niet bij is geweest, was me niet eens opgevallen. Omdat ikzelf enkele jaren geleden een soortgelijke ingreep heb gehad, sprak ik hem donderdag aan.LotgenotenLotgenoten, dat bindt, en er ontstond een geanimeerd gesprek. Een onderonsje zoals dat in de Formule 1 zelden of nooit voorkomt. De Formule 1 staat níet bekend als een gevoelige wereld. De meute reist van hot naar her, is competitief en zakelijk ingesteld, eigengereid, egoïstisch, op het kille af. Vriendschappen bestaan er bitter weinig; genegenheid is een vreemd goed. Ook in de perskamer, waar honderden journalisten achter hun laptop (vaak met koptelefoon op) weggedoken zitten, komen nauwelijks vriendschappen voor. Och, je gaat wel eens een hapje eten, soms duik je samen de bar in, maar dat is het ook wel zo’n beetje.Komen en gaanTientallen collega’s tref ik al meer dan twintig jaar. Ik zie ze – bij wijze van spreken – vaker dan vrouw en kinderen. Bij elke Grand Prix ontspint zich hetzelfde tafereel: je knikt vriendelijk goeiedag, soms spreek je een paar woordjes met elkaar, maar dat is meestal alleen als het van pas komt in de jacht op nieuwsfeiten die onderling worden uitgewisseld. Je komt, je gaat. Dat laatste gebeurt nu ook met de GP van Maleisië. Na 19 keer is het genoeg geweest. De Formule 1 vertrekt er, definitief naar het zich laat aanzien.De Fransen zeggen het mooi: partir c’est mourir un peu. Weggaan is een beetje sterven. Iedereen heeft het weleens. Als je een geliefde moet achterlaten, een favoriet plekje moet verlaten, je kinderen het huis uit gaan. Niks mis mee, maar in de Formule 1 rouwt blijkbaar niemand om het vertrek uit Maleisië. Spijtig, want als een bezoek aan het land ergens goed voor is dan wel om te ervaren wat met improvisatie bereikt kan worden. Planning en structuur? Wat is dat? Uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht. Maar rouwig om het vertrek? Niemand. Zondag staat achter vrijwel elke stoel in de perskamer een koffer. Want na gedane arbeid luidt het parool: taxi in, zo snel mogelijk naar de luchthaven. Wegwezen, zonder ook maar één traantje te laten. Om elkaar donderdag, zo’n 5000 kilometer noordelijker in Japan, hooguit goeiedag te knikken. Behalve bij Bob!

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal