'Ik keek boven tv en die viel na een flinke knal uit, net als het licht'

Print

Herman Gelissen is geëmotioneerd omdat dat zijn vrouw, zoon en vogeltje de brand gelukkig hebben overleefd. Foto: Ermindo Armino

In een mum van tijd brandde hun huis maandag af. Steindenaar Herman Gelissen zag na renovatie van het dak lijdzaam toe hoe vlammen door de pannen sloegen en alles verzwolgen. Hoewel? Het voor hem belangrijkste bleef ongedeerd.

Of ze nog steeds op de bank werkt, vraagt hij een voorbijlopende vrouw die hem met een bezorgde blik veel sterkte toewenst. Jammer dat het niet zo is, want Herman Gelissen heeft een bankpas nodig. "Ik heb geld genoeg, maar kan er niet aan”, zegt hij lachend om zijn eigen woorden.

Meterkast
De 75-jarige Steindenaar zit in de Kelderstraat op een bank voor het huis van een overbuurman. Het zijne is nog geen half etmaal geleden verloren gegaan door een brand die volgens de brandweer waarschijnlijk in de meterkast begon. Ega Maria zit stuk in hotel Van der Valk, hun tijdelijke onderdak. Herman en zoon Paul zijn terug bij de woning waar ze kort na middernacht nog voor hun leven hebben gerend. Herman pas nadat hij een brandblusser heeft leeggespoten. In de ochtend helpt hij met een ladder mee hun parkiet Koekie levend en wel van de binnenplaats te halen.



Alles kwijt
Een achterbuurman, die zich in zijn pyjama ook uit de voeten maakte, zegt dat de vlammen wel tien meter hoog door het dak schoten. Herman had het juist voorzien van nieuwe pannen. Nu is hij dus alles kwijt. Dat wil hij niet horen. "Het is maar een huis met spullen”, zegt hij met doordringende ogen in het door roet bevuilde gelaat. Ook zijn kleding is vies na de hectische uren.

Koekie
Dan breekt hij even. "Het belangrijkste heb ik nog. Mijn vrouw en zoon en ons vogeltje, voor mij net zo belangrijk als een mens”. Hij kan zijn verhaal opvallend nuchter doen. Zoon Paul is wel zichtbaar ontzet. "Het ging razendsnel. Ik keek boven tv en die viel na een flinke knal uit, net als het licht. Mijn moeder was wakker geworden, die nam ik mee naar buiten. Koekie heb ik met een deken afgedekt en in een hoek van de binnenplaats gezet.”



Ziekenhuis
Het gezin werd beademd in het ziekenhuis, maar hoefde niet te blijven. Isa en Evy Hochstenbach brengen broodjes kaas en koekjes. Met handen als kolenschoppen neemt Herman ze dankbaar aan. "Kom eens hier lieverds, dat ik jullie een knuffel geef”, zegt hij. Er komen weer tranen in zijn ogen, maar op medelijden is hij niet uit. Overbuurvrouw Rachel, die zich over Koekie ontfermt, noemt hem "een echte bikkel”. Hij grijnst. "Hoe groter de ellende, hoe harder ik lach. Ik heb 25 jaar alternatieve geneeswijzen gedaan. Het belangrijkste is rustig blijven en er weer het beste van maken.” Of hij dat aan de Kelderstraat gaat doen, weet hij nog niet. Zo meteen komt de schade-expert en dan vlug naar zijn Maria, met wie Herman al vijftig jaar lief en leed deelt.