Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee van De Limburger te lezen
Plus-artikelen zijn exclusief voor abonnees. Bekijk onze abonnementen >

'Wat is er fijner dan het landsbelang te dienen met een chef die altijd lacht?'

© De Limburger

COLUMN - Meestal staan er bloemen op het bordes, een enkele keer een kabinet. Raar dat ze dat blijven doen. Want beginnen op het bordes betekent dat het daarna alleen nog maar bergafwaarts kan gaan. Toch bezet Rutte donderdag weer de treden. Met zijn derde leg.

Gerard Kessels

Zijn eerste kabinet in 2010 telde maar twaalf ministers. De politiek wilde toen een kleine, zuinige overheid. Twaalf moest voldoende zijn om het land boven de zeespiegel te houden. Bovendien had je met al die computers steeds minder mensen nodig, hoogstens meer printers. Maar omdat de politiek in springerigheid de vlo achter zich laat, moet het dit keer weer allemaal anders, uitgebreider, royaler. Zestien ministers dus.

Sommige departementen krijgen er zelfs twee. Op Onderwijs heb je Van Engelshoven (D66) en Slob (CU). De tweede is vooral benoemd opdat de sector geen moment vergeet hoe slecht het gaat.

De ministers boffen. Wat is er fijner dan het landsbelang te dienen met een chef die in een torentje zit en altijd lacht? Ze zijn beter af dan de Kamerleden. Geen saaier beroep, niets meer te doen. Want na maanden praten hebben de onderhandelaars alles vastgelegd in een ijzeren formatieakkoord. De vakken hoeven alleen nog gevuld. De rit die Nederland moet maken, heeft Rutte al van A tot Z op de TomTom staan.

Het kabinet heeft maar een meerderheid van één zetel. Maar dat zal genoeg zijn. Want hoe graag zij zelf ook minister waren geworden, de fractieleiders Buma, Pechtold en Segers blijven als schapendoes in de Kamer om hun kudde bijeen te houden. Hier waak ik.