Sittardse 'godenzoon' Frits Rademacher krijgt eigen monument

Print
Sittardse 'godenzoon' Frits Rademacher krijgt eigen monument

Afbeelding: De Limburger

Geleen - Eindelijk gaat het er dan van komen. Oer- Sittardenaar Frits Rademacher behoorde onbetwist tot de Grote Drie van de eerste generatie Limburgse troubadours. Maar een hommage in eigen stad was voor de volkszanger vreemd genoeg nog niet weggelegd. Nu krijgt hij zijn eigen monument.

In zijn geboorte- en sterfplaats Sittard staat hij te boek als een van de ‘godenzonen’ van de stad. Pal naast het lokale supertrio Toon Hermans, Willy Dullens en niet te vergeten Jo Erens, zijn vakbroeder en grote voorbeeld. 



Succesvol
Troubadour Frits Rademacher (1928-2008) was – en is nog steeds – een muzikale held voor ontelbare Limburgers. Alleen al van zijn twee grootste hits, ’t Huikske (Wie ich nog ei jungske waas) en Loeënde klokke, gingen meer dan 130.000 singles over de toonbank. Opvallend genoeg bezorgden die klassiekers de gewezen gemeenteambtenaar niet enkel roem in eigen land, onder meer resulterend in optredens op tv en in het Amsterdamse theater Carré. Ook ver over de grens, tot in Australië toe, was hij populair en ging hij uitgebreid op tournee. 



Hommage
Staat Rademachers status buiten kijf, van een blijvend en meer dan verdiend eerbetoon in Sittard is tot nog toe vreemd genoeg nimmer sprake geweest. Al moeten daarbij wel enkele kanttekeningen worden geplaatst. Een snel onderzoekje in de vergeelde archieven van De Limburger wijst uit dat er ooit, halverwege de vorige eeuw tot begin jaren tachtig, een houten beeltenis van Rademacher in zijn eigen voortuin heeft gestaan. Tijdens een massale bomenkap door de gemeente in de Schaepmanstraat in de wijk De Baandert, waar hij destijds woonde, werd het beeld letterlijk doorkliefd. Niet veel later stond er een nieuwe sculptuur van de zanger in Rademachers achtertuin, ditmaal van steen, maar ook dit object moest het ontgelden. Vandalen brachten het in 1985 onherstelbare schade toe, tot intens verdriet van de troubadour en zijn familie. 

Scheepsrecht
Een derde poging is altijd uitgebleven. Maar daar komt nu, bijna 33 jaar na dato, verandering in. Een groepje Sittardenaren, zonder uitzondering bewonderaars van Rademachers meer dan honderd liedjes omvattende oeuvre, acht het de hoogste tijd voor een tijdloze hommage. Initiatiefnemers John Hanbeukers en Jo Boudewijn hebben inmiddels een comité geformeerd, waarin ook Rademachers zoon Hans zitting heeft. De lokale Veldeke Kring, pleitbezorger van de Sittardse volkscultuur, assisteert de werkgroep met raad, daad en fondsenwerving. 

Brons
Hanbeukers en de zijnen hebben de Limburgse kunstenaar Sjra Schoffelen benaderd om een beeldhouwwerk te maken van de troubadour en zijn onafscheidelijke gitaar. "De eerste schetsen zijn al klaar”, vertelt Hanbeukers, die afgelopen voorjaar om privéredenen onverwacht opstapte als gemeenteraadslid. "Het wordt een bronzen sculptuur waarin de persoon en betekenis van Frits Rademacher tot uitdrukking komen”, legt de 69-jarige Sittardenaar uit. Ook de locatie van het kunstwerk staat al vast: prominent zichtbaar tegen de voorgevel van het geboortehuis op het historische Kerkplein, hartje binnenstad. 



Kerkplein
Frans Strooband, eigenaar van de woning en zelf ook Rademacher- adept, heeft daarvoor al de vereiste toestemming gegeven. „Ja, over die plek is goed nagedacht”, lacht Hanbeukers. "Drie van zijn bekendste liedjes komen daar samen, letterlijk. Want op het Kerkplein staat Mien auwesj hoes, precies op ’t Huikske, waar je de Loeende klokke van de Petruskerk dag in dag uit hoort. Mooier kan niet.” Saillant detail: het standbeeld van ‘branchegenoot’ Jo Erens bevindt zich op nog geen 300 meter afstand. 



Geld
Bedoeling is dat de sculptuur in de loop van volgend jaar wordt onthuld. Al moet er nog één niet onbelangrijke hobbel worden genomen en die is, weinig verrassend, financieel van aard. Het kunstwerk, dat volgens Hanbeukers ‘hufterproof’ opgeleverd en verankerd wordt, gaat ruim 12.000 euro kosten. Dankzij bijdragen van gemeente, provincie en bedrijfsleven heeft het comité inmiddels de helft op tafel. "De rest moeten we dus nog zien binnen te harken. Daarvoor gaan we nu stevig de boer op. Maar het gaat lukken, zeker weten.”