Onze huisdieren zijn massaal te dik

Print
Maar liefst de helft van de Nederlandse honden en katten is te dik. Dat blijkt uit recente cijfers van de Universiteit Utrecht.

Diervoedingsspecialist Ronald Jan Corbee luidt de noodklok: "We moeten echt meer aan preventie gaan doen, want een te dikke kat krijg je moeilijk aan het sporten."

Fors
Studenten van de Universiteit Utrecht onderzochten het afgelopen jaar onder leiding van Corbee zo'n 400 honden en 400 katten. Maar liefst 50 procent daarvan bleek in meer of mindere mate te dik. "Dat is een fors aantal", stelt Corbee. Het strookt bovendien met de cijfers uit een gelijksoortig onderzoek in Engeland dat deze week naar buiten werd gebracht, wat aangeeft dat het een breder probleem is.

Corbee wijt de massale vetzucht bij onze viervoeters voor een groot deel aan de baasjes zelf: "We zijn ons huisdier steeds meer gaan vermenselijken. Net zoals wij een koekje bij de thee krijgen, krijgt onze hond of kat nu ook af en toe een koekje. Er zijn zelfs speciale ijssalons voor honden tegenwoordig."

Compenseren
Daarnaast hebben onze huisdieren ook last van ons gebrek aan beweging: "Net zoals wij de afgelopen 20 jaar minder zijn gaan bewegen, is dat bij dieren ook het geval. Terwijl ze wel nog net zoveel eten krijgen." Ook een gebrek aan aandacht speelt een rol: "Dat proberen we dan te compenseren door een snoepje te geven. Maar je kunt net zo goed buiten een rondje gaan lopen om je hond wat aandacht te geven. Bij katten is dat natuurlijk lastiger."

Volgens Corbee is voorkomen in dit geval ook beter dan genezen: "Je moet voorkomen dat je hond of kat te dik wordt, anders belanden ze in een negatieve spiraal. En hoe langer je je huisdier te veel voert, hoe langer het je zal kosten om je dier dat gedrag weer af te leren. Vraag vooral een advies op maat bij de dierenarts, want voor ieder dier is de energiebehoefte anders. En labels in de supermarkt bieden wat dat betreft ook weinig informatie."

Dieet
Is je dier toch te dik, dan zijn er, net als voor mensen, speciale diëten. Corbee: "Er is dieetvoeding met meer eiwitten en vezels en minder vetten en koolhydraten. Daarmee krijgt je dier wel structureel te weinig energie binnen en dat ga je merken. Katten kunnen hun baasje gaan bijten, honden blijven eindeloos smeken om eten. Ze snappen er natuurlijk niks van dat ze ineens minder krijgen." 

Ook beweging kan helpen. Dat is voor honden wel eenvoudiger dan voor katten: "Bij een hond kun je het dagelijkse rondje iedere dag wat langer maken. Maar een te dikke kat krijg je moeilijk aan het sporten. Die heeft daar zelf geen motivatie voor en ook het lichaam niet. Na twee keer tikken met de laserpointer is zo'n beest het alweer zat."

Corbee hoopt dan ook dat dierenbezitters dit probleem wat serieuzer gaan nemen en niet meteen in de verdediging schieten: "Collega-dierenartsen vertelden me dat ze het best wel lastig vinden om dit probleem aan te kaarten. En baasjes zien het niet of willen het niet zien. Toch is het voor zowel het baasje als het dier beter om er wat aan te doen, want het zorgt gewoon dat dieren gezonder en langer leven."