Advocaat De Beer vergelijkt ov-fraude met boek 'A Time to Kill'

Print
Advocaat De Beer vergelijkt ov-fraude met boek 'A Time to Kill'

Matthew McConaughey in de film A Time to Kill over de brute verkrachting van een zwart meisje Afbeelding: A Time to Kill

Advocaat Carel Raymakers gebruikte donderdag een vergelijking met het verfilmde boek A Time To Kill om duidelijk te maken dat justitie de plank mis slaat in de zaak over de aanbesteding van het Limburgse openbaar vervoer.

In die zaak werden deze week forse straffen geëist tegen vijf oud-directeuren van de NS en NS-dochterbedrijven, en tegen de NS zelf. Bizar, onevenredig en gevoelloos. Zo kenmerkt Raymakers die eisen. Raymakers’ cliënt, oud-Veoliadirecteur René de Beer hoorde in die zaak dinsdag acht maanden onvoorwaardelijke celstraf tegen zich eisen. Volgens Raymakers is de zaak alleen maar zo zwaar aangezet omdat de NS er bij betrokken is.

Grisham
“Ik heb me lang afgevraagd hoe ik dit het best duidelijk kan maken,” stelt de advocaat om vervolgens te verwijzen naar het verfilmde boek van John Grisham. In A Time To Kill wordt een zwart meisje gruwelijk verkracht en vermoord. In het slotpleidooi vraagt de advocaat in de film aan juryleden de ogen te sluiten. Hij beschrijft de gebeurtenissen en vraagt uiteindelijk: “Stel je nou voor dat het meisje blank was.”

Lees ook: Abellio-directeur zei ‘nee’ tegen De Beer

Raymakers tegen de rechters: “Stelt u zich eens voor dat deze zaak niet over de NS ging. Ik weet zeker dat dan niemand in deze zaal en daarbuiten de rechter zou kunnen overtuigen van het feit dat dit tot een strafrechtszaak moet leiden.” Volgens de advocaat wordt er bij justitie met verschillende maten gemeten. In de zaak tegen politiemannen na de dood van Mitch Henriquez mochten agenten onherkenbaar in de rechtszaal zitten. René de Beer is door het Openbaar Ministerie echter veelvuldig met naam en toenaam genoemd voor de draaiende tv-camera.

Schijnconstructie
Raymakers en zijn collega Joyce Verhaert hadden voorafgaand aan deze woorden al enkele uren juridisch uit de doeken proberen te doen waarom oud-Veoliadirecteur René de Beer geen straf verdient. Justitie verdenkt De Beer, samen met vier andere oud-directeuren van NS en NS-dochterbedrijven, van omkoping, valsheid in geschrifte en het lekken van bedrijfsgeheimen. De Beer werkte in 2014 via een schijnconstructie voor NS-dochter Abellio. Die constructie was nodig omdat De Beer een concurrentiebeding had bij Veolia. Hij mocht het eerste jaar na zijn vertrek geen concurrerend werk doen. Nog voor zijn overstap gaf De Beer al Veolia-documenten over het openbaar vervoer in Limburg aan zijn nieuwe baas.

Geheimen
De Beer heeft niets verkeerds gedaan, bepleitten zijn advocaten donderdagmorgen in de rechtszaal tijdens de vijfde zittingsdag van een zaak waar maximaal acht dagen voor zijn uitgetrokken. Het ontduiken van een concurrentiebeding is niet strafrechtelijk te vervolgen, stellen ze. Daar komt nog bij dat in ogen van de advocaten het beding helemaal niet geldig was. Ook heeft De Beer helemaal geen geheimen gedeeld. Hij deelde informatie die openbaar beschikbaar was, omdat Veolia die aan de provincie moest leveren. Ook is er geen sprake van valsheid in geschrifte omdat De Beer precies deed wat in contracten was afgesproken.

Lees ook: NS beschuldigt politie van vervalsen aangifte

Voor de derde dag op rij wijzen advocaten op het feit dat een aangifte van Veolia door de politie in Maastricht is vervalst. Een hoofdagente paste de aangifte achteraf buiten medeweten van Veolia aan, omdat het stuk anders niet tot vervolging zou kunnen leiden. Alleen al om die reden zou een deel van de aanklacht niet ontvankelijk zijn.

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →