Ergeren, schelden, debatteren, lachen, gieren, brullen

Print

Afbeelding: De Limburger

Ivo op den Camp, Formule 1-verslaggever van de Limburgse kranten, doet dit weekeinde verslag van de race in Abu Dhabi. In dit blog vraagt hij zich af hoe hij verder moet in het wereldje, nu een gewaardeerd collega afzwaait.

Het gigantische perscentrum van het Yas Marina Circuit in Abu Dhabi, ter grootte van zo’n 3000 vierkante meter, biedt plaats aan 450 journalisten. Die plekken zijn dit weekend allemaal bezet, ofschoon er in de Grand Prix zondag niets meer op het spel staat. Het is alsof iedereen er nog één keer bij wil zijn, voordat drie maanden winterstop beginnen. Afscheid nemen, dat is het.

Territorium
De zitplaatsverdeling in de perscentra, waar ook ter wereld, vertoont telkens opvallende paralellen. Het is net als in de dierenwereld een soort terreinafbakening, je territorium veiligstellen. De Britten vormen het grootste front, maar ze verdelen zich in groepjes door de zaal. Er is nogal wat haat en nijd tussen de diverse Engelse media. De Duitsers, in elk geval de Duitstaligen, vormen ook een groot gezelschap. Collegialiteit staat hier voorop, al vormt – hoe kan het anders – Bild de grote uitzondering. Die horen nergens bij.

Helpen
Een eiland op zich vormen de Italianen. Veelal oudere mannen, gezaghebbend. Ze zonderen zich graag af; denken het beter te weten dan de rest. In tegenstelling tot de overige Zuid-Europeanen, die er meestal een gezellige boel van maken en niet te beroerd zijn elkaar te helpen. Datzelfde principe hanteren de Zuid-Amerikanen en de Noord-Europeanen. Die laatste groep vertegenwoordigt twintig procent van het Formule 1-veld, maar dat percentage wordt in het perscentrum niet bereikt. Dan zijn er nog de Japanners. Plichtsgetrouw, correct doen ze hun werk. Her en der verdeeld over het perscentrum nestelen zich nog wat Australiërs, Canadezen en Amerikanen, maar hun aantal varieert sterk per Grand Prix.

Klik
En dan zijn er de Nederlanders. Bij alle races sinds het tijdperk Max Verstappen is Frank Woestenburg van De Telegraaf mijn buurman in het perscentrum. Journalistiek zijn we het niet altijd met elkaar eens, maar op het menselijk vlak is er een klik. Vaak logeren we in hetzelfde hotel en bezoeken ’s avonds samen een restaurant. Als je zo’n tachtig dagen per jaar in elkaars gezelschap bivakkeert, komen er ook persoonlijke thema’s ter sprake. Dan is het prettig om lief en leed te kunnen delen met iemand die je vertrouwt.

Vaarwel
Frank heeft er echter voor gekozen de journalistiek vaarwel te zeggen. Een groot verlies voor De Telegraaf, maar zelf ervaar ik dat ook zo. Want tegen wie moet ik nu mijn ergernis uiten of lopen schelden? Met wie kan ik debatteren over opvoeding of andere zaken rond onze gezinnen? Of vooral ook, met wie ga ik nu lachen, gieren en brullen? Het zal vreemd zijn, over een paar maanden als in Melbourne het nieuwe Formule 1-seizoen begint. Wie zit daar naast me in het perscentrum? Bedankt, collega!