Zaak Sven Prins: 'Moorden bekend die nooit gepleegd zijn'

Print
Zaak Sven Prins: 'Moorden bekend die nooit gepleegd zijn'

Foto: De Limburger

De drie verdachten Jurandy T., Xionel B. en Sergio K. zijn niet verantwoordelijk voor de moord op Sven Prins uit Brunssum en de poging tot moord op zijn bijrijder. Dat bepleitten hun advocaten donderdag in de rechtbank van Maastricht.

De verdediging verwijt het OM onder meer ‘tunnelvisie’ en ‘doelredenering’. Justitie eiste afgelopen vrijdag nog 25 jaar cel voor het trio.

Prins werd in september 2015 op de grens van Brunssum en Heerlen doodgeschoten. Het was het fatale einde van een wilde achtervolging per auto. De man bij wie Prins in de auto zat kon ontkomen. Aan een undercover agent zou T. later hebben verteld over de liquidatie. 

Bluf
Volgens zijn raadsman Serge Weening was het verhaal van zijn cliënt echter pure bluf. „De infiltrant deed zich voor als een grote crimineel die naar Limburg kwam. Hij vroeg de jongens of ze interesse hadden in klusjes. Daardoor is meteen sprake van een hiërarchische verhouding. Hij presenteert zich als de leider en de jongens waren een soort van loopjongens voor hem met een interessant toekomstperspectief. Vervolgens kwam er een ‘marketingcampagne’ op gang vol bluf en grootspraak. T. bekende moorden die nooit gepleegd zijn." 

Lees ook: Onverwachte ontwikkeling in moordzaak Sven Prins

Kippenhok
Bart Nijsten, advocaat van Xionel B., sluit zich daarbij aan. "Er was sprake van een kippenhok met drie haantjes. Ze bouwden ieder aan hun eigen legende. T. zou met een automatisch wapen langs het hoofd van mijn cliënt hebben geschoten. Als dat klopt, was hij nu doof geweest." Volgens Nijsten was B. bovendien thuis ten tijde van de moord,  iets wat zijn partner zou beamen.

Lees ook: Moordzaak Sven Prins: nieuwe getuigenis strookt niet met verhaal van gedachte

Verslag infiltrant
Ook Sergio K. zou tijdens de liquidatie thuis zijn geweest omdat hij moest oppassen, aldus zijn raadsman Luc Bien. De advocaat zet verder grote vraagtekens bij het niet nader onderzoeken van tips uit België en bij de verslaglegging van de infiltrant. Hij wijst op omissies en fouten in de rapportages. "De undercover heeft cruciale info gemist. Als een getuige of deskundige tijdens een proces niet onfeilbaar is gebleken, dan mag diens verklaring niet doorslaggevend zijn."

Uitspraak is op 23 januari.