Politiemol Mark M. grote afwezige bij eigen ontslagzaak

Print
Politiemol Mark M. grote afwezige bij eigen ontslagzaak

Afbeelding: DL

‘Politiemol’ Mark M. uit Weert heeft de strijd tegen zijn ontslag bij de politie nog niet helemaal opgegeven. Het kan zijn dat hij zelf niet veel geloof meer heeft in een goede afloop. Hij verscheen dinsdag immers niet bij de bestuursrechter waar zijn ontslagzaak een nieuw vervolg kreeg.

Mark M. was zelf niet aanwezig, maar had ook geen advocaat of een andere gemachtigde naar de rechtbank in Roermond gestuurd om namens hem het woord te voeren. De verwachte discussie bleef dus uit.

De vertegenwoordigers van de korpsleiding tegen wie Mark M.  de procedure tegen zijn ontslag is gestart, stonden na goed vijf minuten weer buiten. Ze hoefden niet of nauwelijks toe te lichten dat de politie M. zijn congé heeft gegeven wegens plichtsverzuim, het weigeren om openheid van zaken te geven en het onderhouden van risicovolle contacten. Met criminelen dus.

In de boeien
Rechercheur Mark M. (30) werkte tot zijn arrestatie vanuit Son voor de landelijke eenheid van de politie. Zijn collega’s sloegen hem in oktober 2015 in de boeien vanwege het vermoeden dat hij geheime informatie verkocht aan criminelen. In juni 2016 werd hij ontslagen. Volgens de politie was er voldoende reden voor strafontslag omdat uit disciplinair onderzoek was gebleken dat de agent het politiesysteem vaak raadpleegde en informatie deelde met onbevoegden. Volgens de korpsleiding heeft hij zich daarmee schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim.  

Bezwaar
Mark M. tekende bezwaar aan tegen het ontslag. Na een negatief advies van een interne commissie wees de chef van de landelijke eenheid  het bezwaar af. De agent blijft het oneens met die beslissing en probeert zijn heil bij de rechter te zoeken. Hij vindt dat de politie een eigen onderzoek naar zijn handel en wandel had moeten starten en zich bij diens ontslag niet had mogen baseren op het strafdossier. Dat hij geen openheid van zaken heeft willen geven bestrijdt hij ook. 

De bestuursrechter kreeg daar dinsdag geen mondelinge toelichting  op. Hij doet over zes weken uitspraak.