Brussel onderzoekt Nederlandse belastingdeal IKEA

Print
Brussel onderzoekt Nederlandse belastingdeal IKEA

Afbeelding: ANP

Meubelgigant IKEA heeft 'mogelijk' dankzij twee fiscale deals in Nederland 'minder belastingen hoeven te betalen' dan andere bedrijven. Brussel start daarom een diepgaand onderzoek naar de afspraken met de Nederlandse Belastingdienst.

Dit kondigde EU-commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) zonet aan. Het onderzoek van de Europese Commissie heeft betrekking op afspraken ('rulings') met dochterbedrijf Inter IKEA Systems dat in Delft is gevestigd. 

"Op basis van ons voorlopig onderzoek lijken twee fiscale rulings die de Belastingdienst in 2006 en 2011 heeft afgegeven de belastbare winst van Inter IKEA Systems in Nederland aanzienlijk te hebben verlaagd", aldus Vestager. Dat komt neer op ongeoorloofde staatssteun omdat andere bedrijven niet dezelfde voordelen hebben.

IKEA bestaat uit twee holdings: de IKEA Group, waaronder alle meubelwinkels hangen, en het in Delft gevestigde Inter IKEA Systems dat gaat over het intellectueel eigendom. Via een franchiseconstructie werd onderlinge winst en geld tussen Nederland, Luxemburg en Liechtenstein doorgeschoven om gebruik te maken van gunstige belastingconstructies.

Belastingontwijking
Vestager noemt geen bedragen maar in een eerder onderzoek door de Groenen in het Europees Parlement naar belastingontwijking van IKEA wordt een bedrag van bijna 1 miljard euro tussen 2009 en 2014 genoemd.

GroenLinks-Kamerlid Bart Snels juicht het onderzoek toe. "Dit laat zien dat Europa zijn buik vol heeft van Belastingparadijs Nederland. Ik ga Kamervragen stellen aan staatssecretaris Snel. Hij moet, in tegenstelling tot zijn weigerachtige voorganger Wiebes, uitleggen welke stappen hij nu gaat nemen om deze ontwijking via Belastingparadijs Nederland te stoppen."

In 2016 vorderde Nederland op last van de commissie al 25,7 miljoen euro terug van Starbucks. De Amerikaanse koffieketen genoot via een deal met de Belastingdienst miljoenen euro's voordeel in de jaren 2008-2014, oordeelde de commissie. De Nederlandse regering heeft de zaak ondanks de terugvordering aan het Europees Hof van Justitie voorgelegd, maar die loopt nog.