Dit artikel is exclusief voor abonnees van De Limburger
Dit exclusieve artikel lezen? Doe het gratis >

Jacques Vriens wil, zal en moet verhalen vertellen

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Jeugdboekenschrijver Jacques Vriens is nog lang niet uitgeschreven. Afbeelding: Johannes Timmermans

Jacques Vriens is een van de succesvolste jeugdboekenschrijvers in het Nederlandse taalgebied. Op zijn 71ste is hij nog steeds op zoek naar nieuwe uitdagingen. Zoals een omvangrijke theaterproductie...

Verkeerde vraag om mee te beginnen: wordt het op je 71ste niet tijd om het een beetje rustiger aan te doen? Ach, misschien is het niet eens echt een verkeerde vraag, maar vooral een vraag die je niet aan Jacques Vriens moet stellen. Zijn eerste reactie is een licht verbijsterde blik. Een blik die zegt: hoe kom je erbij?

Want waar anderen het na een schrijverscarrière van ruim veertig jaar misschien langzaam voor gezien houden, staat Vriens momenteel midden in het omvangrijkste project dat hij ooit heeft opgepakt: het omvormen van zijn uit 1997 daterende bestseller - een van de vele - Weg uit de Peel tot een volwaardige theatervoorstelling. Op 19 mei moet het stuk in première gaan. In de openlucht. In de Peel, natuurlijk...

Waar komt die drang vandaan om steeds opnieuw de pen op te pakken, voortdurend in de weer te zijn met nieuwe verhalen?(Hij denkt even na, zoals hij bij alle vragen even nadenkt om vervolgens bedachtzaam te antwoorden). "Ik wil, zal en moet verhalen vertellen. Dat zit in mijn bloed, vermoed ik. Of ik het van huis uit mee heb gekregen? Mijn ouders waren geen lezers, geen echte vertellers. Maar op de lagere school, bij de broeders, werd regelmatig voorgelezen. Daar kon ik echt van genieten. Dan deed ik de ogen dicht, en ik zag het verhaal voor me. Daar werd mijn fantasie losgemaakt, vermoed ik.

Toen we naar Helmond verhuisden, waar mijn ouders een tijdje een hotel met een toneelzaal hadden, kwam ik in aanraking met het acteren. Fascinerend... Ik verzon als kind al mijn eigen stukken, die ik vervolgens samen met andere kinderen op de planken bracht. Ook weer: verhalen bedenken, verhalen vertellen. En dat is er eigenlijk nooit meer uit gegaan.”

Toch heeft het nog tot 1976 geduurd voor je eerste boek gepubliceerd werd, ‘Die rotschool met die fijne klas’. Een boek dat voortkwam uit de onderwijsloopbaan waarvoor je gekozen had. Waarom zo lang gewacht?
"Nou, op zich was schrijven voor mij niet echt gemakkelijk. Ik worstelde met dyslexie en maak trouwens nog steeds fouten als ik schrijf. Op zich was het al een hele klus om - dankzij de steun van een aantal mensen uit mijn directe omgeving die ik nog steeds dankbaar ben - in het onderwijs aan de slag te gaan.

Maar een boek schrijven? Dat leek me nogal een stap... Als ik met kinderen praat over mijn boeken en mijn leven als schrijver, krijg ik regelmatig de vraag: wat was het mooiste moment in uw carrière? Nou, dat was toen ik de stoute schoenen aan had getrokken en mijn eerste manuscript naar een uitgeverij stuurde. Zonder al te veel verwachtingen. Maar ik werd uitgenodigd voor een gesprek, waarbij ook hun adviseur op het gebied van jeugdboeken aanwezig zou zijn. Ik kom binnen, en wie zit daar? Paul Biegel... Ik was sprakeloos.

Een geweldige jeugdboekenschrijver. Ik bewonderde hem enorm, en hij, mijn grote voorbeeld, zou iets over mijn eerste boek gaan zeggen... Hij gaf me een hand, en zei: ‘Meneer Vriens, ik heb genoten van uw werk.’ Ik dacht dat ik opsteeg, dat ik plotseling kon vliegen. Dat moment vergeet ik nooit meer.”

Inmiddels zijn we ruim veertig jaar en ruim honderd titels, goed voor meer dan vier miljoen verkochte boeken, verder...

Waar zit dan de uitdaging nog?
"Het verhalenreservoir is nog lang niet uitgeput. Op de middelbare school had ik een heel goede geschiedenisleraar. Voor hem was geschiedenisles: verhalen vertellen. Nou, dat sprak mij natuurlijk meteen aan. Heel inspirerend. Sinds ik in Limburg woon, heb ik diverse boeken geschreven die wortelen in de Limburgse geschiedenis, in de verhalen die ik hier hoor.

Oorlogsgeheimen gaat bijvoorbeeld over oorlog en verzet in Limburg, Tien Torens Diep speelt rond de mijnen, Smokkelkinderen gaat over botersmokkel in de grensstreek. Limburg is een heel inspirerend gebied, waar ik nog lang niet klaar mee ben. En dan zijn er nog de tv-series, de verfilmingen, toneelbewerkingen... Ik word voortdurend geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, maar ik zoek ze ook op. Vermoeiend? Ben je gek... Drukte, uitdagingen, daar blijf je jong bij.”

En nu is er ‘Weg uit de Peel’, een theaterspektakel waarbij honderden mensen betrokken zijn. Zeventien voorstellingen, met Jacques Vriens als regisseur. Een superuitdaging?
"Nou, het zal wel het grootste karwei worden dat ik ooit heb aangepakt. Spannend, dat zeker. Ik heb inmiddels wel heel wat ervaring als toneelregisseur, maar dat is bij vaste gezelschappen. Zo’n cast waarbij de mensen uit alle windstreken van het land komen, dat is toch een heel ander verhaal.

Maar gelukkig heb ik een groep heel goede en ervaren mensen om me heen, onder wie mijn zoon Casper - al een jaar of zestien actief als theatermaker - en producent Bas Leenders. Zonder hen zou ik het, denk ik, niet aangedurfd hebben. Maar goed...We hebben een mooie, hechte groep gecreëerd. Half december hadden we de eerste doorloop, hebben we het hele stuk doorgespeeld. Dat was zó mooi...”


Waarom heb je juist voor ‘Weg uit de Peel’ gekozen als basis voor een theaterstuk? 
"Omdat ik sinds mijn jeugd iets héb met de Peel. De machtige natuur, de vergezichten, de verhalen... Maar ook omdat Weg uit de Peel als verhaal bol staat van de dramatiek en de theatrale elementen. En - misschien niet in de laatste plaats - omdat ik me verwant voel aan de hoofdrolspeelster, Janneke, het meisje dat ervan droomt om aan het zware leven in de Peel te ontsnappen en schooljuffrouw te worden. Ze gáát ook voor die droom, tegen de verdrukking in. Zoals ik, dyslectisch of niet, alles op alles heb gezet om mijn eigen dromen waar te maken: schoolmeester worden, en schrijver.”

En als deze klus er na de laatste voorstelling in september op zit? Eindelijk een beetje rust?

(Hij lacht breeduit, haalt een zo te zien maagdelijk boek uit de rijk gevulde kast in zijn werkkamer) "Dit is mijn nieuwste: Niet Thuis. Net uitgekomen. Ik blijf schrijven. En terloops hebben we het in de afgelopen maanden natuurlijk ook al eens gehad over verdere theateravonturen.

Een boek als Smokkelkinderen zou zich daar prima voor lenen... We hebben voor de productie van het project Weg uit de Peel de stichting Theatermakers opgericht, die na dit karwei natuurlijk ook nieuwe dingen kan oppakken. Niet eens per se met mij als schrijver of regisseur. Hoewel... Ik zeg nooit ‘nee’ tegen een goed verhaal... ”
 

Voor de speellijst van ‘Weg uit de Peel’ en kaartverkoop, zie www.weguitdepeel.nl