Dag 4: 'Vier keer per week friet, soms wekenlang'

Print
Daisy Derks, 38 jaar uit Reuver, leeft al meer dan 21 jaar in armoede. Haar kinderen - nu 15 en 21 jaar- hebben daar behoorlijk veel last van gehad, zegt ze. Derks reageerde deze week op onze oproep om mee te praten over kinderarmoede omdat ze het taboe wil doorbreken.

“Ik kom uit een gezin waar nooit geld was. Mijn vader werkte in ploegendienst, mijn moeder werkte niet. We moesten de eindjes aan elkaar knopen. Ik herinner me dat nog heel goed. Als kind voelde ik al aan dat ik mijn ouders niet om iets moest vragen wat ze eigenlijk niet konden betalen. Ik wilde ze niet belasten. Mijn zoon van 15 jaar doet dat nu ook, merk ik. Hij heeft geen fiets, maar loopt liever 8 kilometer door de regen, dan dat hij mij vraagt om geld voor een kaartje voor de bus. Kilometers heeft hij zwart gereisd.

Schulden
Al 21 jaar leef ik in armoede. Al 21 jaar heb ik schulden waar ik niet meer uit kom. Het begon toen ik als alleenstaande moeder op mijn 19e met mijn zoontje van twee jaar mijn ouderlijk huis verliet en  zelfstandig ging wonen. Wist ik veel dat ik elke maand rekeningen moest betalen van de WML of Essent. Ik was naïef, ik wist het niet en al gauw had ik een schuld van 1000 euro.

Ik zat toen in de bijstand en kon al die rekeningen ook niet betalen, zeker niet de extra rekeningen, zoals jaarafrekeningen die er ineens bijkomen. Als ik moest kiezen tussen eten of een rekening betalen, dan koos ik voor eten natuurlijk. Ik kwam niet meer uit die schuld.

Stress
Op een gegeven moment werd alles afgesloten. Geen water, geen gas en licht. Mijn kinderen konden niet meer douchen thuis. Dat deden ze af en toe bij mijn ouders. Het toilet spoelde ik door met een kom water van de buren. Die periode was heel stressvol. Ook voor de kinderen. De gordijnen hield ik dicht om te voorkomen dat deurwaarders zouden merken dat ik thuis was. Continue was ik bang voor de post, die ik ook niet meer openmaakte. Ik zag door de bomen het bos niet meer.

Toen besefte ik natuurlijk wel dat dit niet langer ging en dat ik hulp moest zoeken. Ik had toen 10.000 euro schuld. Ik heb toen bij de gemeenten aangeklopt voor schuldsanering, maar het duurde ontzettend lang voordat ik aan dat traject kon beginnen. Eerst werd mijn dossier aan een ander overdragen, die vervolgens met zwangerschapsverlof ging. Toen werd ik zwanger en werd het weer uitgesteld, terwijl mijn schulden bleven oplopen. Ik ben toen naar een particuliere bewindvoerder gegaan.

WC-papier
Drie jaar lang heb ik toen met 70 euro in de week geleefd, met mijn twee kinderen.  Er was geen geld voor wc-papier, niet voor afwasmiddel. De kinderen hadden oude, kapotte kleren aan. Ze konden geen feestje geven als ze jarig waren en met Sinterklaas kregen ze bijna altijd spullen die ik weer had gekregen.

Toen ik - na drie jaar- dacht dat ik van alles af was en met schone lei kon beginnen, viel er een brief van de Belastingdienst op de mat: ik moest 2000 euro terug betalen wegens onterecht verkregen toeslagen. Die toeslagen had de bewindvoerder aangevraagd en gekregen, maar ik moest het terugbetalenDan begint alles weer van vooraf aan, maar het werd nog erger. De gemeente beschuldigde mij van fraude. Ze dachten dat mijn vriend – die ik later heb ontmoet- bij ons was ingetrokken. Meteen werd mijn bijstandsuitkering stopgezet. Dat heeft zeven maanden lang geduurd. Zeven maanden kon ik dus niets meer betalen. Achteraf kreeg de gemeente ongelijk van de rechter en heb ik die zaak gewonnen, maar doordat ik dus maanden niets had betaald, was mijn schuld en die van mijn vriend opgelopen tot ruim 20.000 euro.

Huisuitzetting
We hebben op het laatste moment kunnen voorkomen dat we ons huis uit werden gezet. Vrienden en familie hebben ons geld geleend om een gedeelte van de achterstallige huur te kunnen betalen.Via de Bemoeizorg zijn we opnieuw bij een bewindvoerder terechtgekomen. Daar zijn we nu nog steeds bij, alleen is onze schuld 20.000 euro méér dan toen we bij haar aanklopten. Hoe kan dat? Geen idee, dat zijn we aan het uitzoeken. Mijn vriend en ik werken allebei veertig uur – mijn contract loopt wel af overigens- maar we leven noodgedwongen van 100 euro per week.

En hoe we ooit van deze schuld afkomen? Ik weet het niet. Ik ben er moe van. Moedeloos en kwaad. Omdat ik het gevoel heb dat het mij is overkomen en ik niet bij machte ben om eruit te komen. Dat zijn de instanties. En die instanties zijn in mijn ogen juist de veroorzakers van mijn ellende en die van mijn kinderen.

Huilen
Natuurlijk hebben mijn kinderen hier last van gehad. Ze zijn nu 15 en 21 jaar. Maar we zijn in die 21 jaar nooit op vakantie geweest. De kinderen zijn in die tijd een keer met hun opa en oma naar Hongarije geweest en een keer een weekendje weg.  Op school ben ik wel eens door de leraar aangesproken dat mijn kinderen kapotte kleren droegen. Ik ben ter plekke in huilen uitgebarsten.

Als ze klein zijn, is het nog wel te doen. Maar als ze groter worden, hebben ze mobieltjes nodig of een laptop voor school. Hoe betaal je dat? Mijn jongste heeft voor zijn opleiding speciale werkschoenen nodig. Ik weet niet hoe ik ze moet betalen.

Friet
De kinderen hebben mijn stress gevoeld. Ik was vaak depressief en slecht gehumeurd. Ze konden helemaal niets. Niet zwemmen met andere kinderen, geen verjaardagen vieren en als het kermis was, was ik weken van te voren al nerveus. Mijn zoon is gestopt met zijn opleiding omdat ik de boeken niet kon betalen. Hij heeft er veel hoofdpijn van gehad. Bij een vriendin is hij wel eens in huilen uitgebarsten. Thuis was hij sterk.  Als er weinig eten was, at ik niet en de kinderen wel. Dan zei hij ‘mama, dan eet je morgen maar extra veel.’ Dan breekt je hart toch? Drie, vier keer in de week aten we friet. Soms wel weken achter elkaar. De aardappels haalden we bij de boer uit de grond. Niet gezond nee, maar wel goedkoop.

Schadelijk
Opgroeien in armoede is zeker schadelijk voor kinderen. Het is al schadelijk voor mij als moeder, dan is dat voor kinderen helemaal al zo. De kinderen worden veel te vroeg volwassen omdat ze die verantwoordelijkheid al jong voelen. Er was hier nooit iets en dat wisten ze heel goed. Alles wat in dit huis staat, hebben we gekregen. We hebben het er wel over gehad met ze, maar als ze klein zijn snappen ze het niet goed. Nu wel. Mijn oudste zoon heeft laatst gympen voor me gekocht. ‘Omdat je altijd zo goed voor me hebt gezorgd’, zei hij. Dat doet me wel goed.”

Terug naar Wat beweegt Limburg