Dag 4: De eerste tranen

Print
Dag 4: De eerste tranen

Afbeelding: Judith Janssen

Bomvol is mijn agenda. Hoewel dit onderzoek pas een paar dagen loopt, puilt mijn agenda nu al uit met afspraken. Geweldig. Dat had ik niet verwacht. Kinderarmoede is een taboe, dacht ik. Maar al na mijn eerste oproep via deze site en op Facebook, krijg ik mailtjes, appjes, chatberichten en tweets van mensen uit het hele veld.

Leraren die zich melden, de GGD die van zich laat horen, artsen die willen praten, raadsleden, de voedselbank Nederland en vooral vrouwen- het zijn vooral vrouwen- die over kinderarmoede willen praten. Over hoe zij dit hebben ervaren en over hoe hun kinderen dat doen.

Tranen
De eerste tranen – niet bij mij- zijn ook al gevloeid. Armoede is lijden, blijkt wel. Maar er is ook woede. Op de gemeente, op ‘instanties’, op bewindvoerders. Onmacht, frustratie. Ik heb het in de vier dagen dat we nu bezig zijn, allemaal voorbij horen komen. “Ik heb op het punt gestaan mezelf voor de trein te werpen, maar mijn dochter hield me overeind”, zei een moeder uit Echt vandaag nog tegen me.

Armoede is heftig, zeker als er kinderen bij betrokken zijn. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat een moeder met drie kinderen van 70 euro per week rondkomt? Deze week betrapte ik mezelf erop dat ik tegen mijn kinderen zei ‘gedraag je niet zo verwend. Er zijn kinderen die helemaal nooit een kinderfeestje krijgen.”

Roken
Dit project confronteert me ook met de vooroordelen die ik heb, die anderen hebben. Ik heb iemand de vraag gesteld. ‘Waarom rook je en heb je twee hondjes?’. “Mogen armen geen dieren hebben als ze er dol op zijn? Moet je ze al het fijne onthouden?” , was het antwoord. 

De komende dagen ga ik als een dolle verzamelen, verzamelen, verzamelen. Er staan afspraken gepland met artsen, docenten en nog meer moeders. Ik ben benieuwd.

Terug naar Wat beweegt Limburg