Dit artikel is exclusief voor abonnees van De Limburger
Dit exclusieve artikel lezen? Doe het gratis >

Fastfoodreus wil in een frikandellendoos worden begraven

Dit artikel krijg je van ons cadeau

De snackbar in Susteren doet dankzij warme verlichting niet aan als een kille operatiekamer. Afbeelding: De Limburger

RECENSIE - Wekelijks legt culinair verslaggever Ray Simoen een Limburgse eetgelegenheid op de grill. Brengt Snackpoint Zöstere deze week zijn smaakpapillen op hol? Fastfood is hier zijn vette hap imago voorbij.

De gevraagde gasteters hadden geen trek in een frituur. Friet en fastfood vloeken met de vers aangesneden goede voornemens van gezond, mager en vetvrij. "Ik heb er helemaal geen trek in om erna als gebakken kroket thuis te komen. Mijn vrouw is niet vies van een snack maar niet als die bij haar in bed kruipt”, zei er een. En een andere zei afwerend: "Je denkt toch niet dat je me blij maakt met zo’n snack van gefrituurde koeienuiers met vlees van een oud Roemeens paard, dat tien keer de Balkan heeft afgejakkerd met een laadbak vol dikke, besnorde boerinnen.”

Figuur van een bamiblok
Laat Roger Gielen het niet horen, dacht ik toen ik parkeerde voor zijn Snackpoint Zöstere. Gielen is een ruim negentig kilo zware fastfood fighter. Leerde lopen, praten en hard werken in de frituur van zijn ouders in Spaubeek. Tot in zijn vezels is hij fastfood. Kan kijken als een grote, boze bitterbal, die dreigt te ontploffen. Maar dat is allemaal schijn. De Gelener met het vierkante figuur van een bamiblok heeft een gevatte babbel en een gezellig soort humor. Maar begin niet te roepen dat fastfood vette hap en cafetaria’s vaak net smeerputten zijn. Dan riskeer je een onderdompeling in de hete olie. "Ik zit constant in de verdediging. Als je in de fastfood zit, kom je niet van het vetklep-imago af. Dat frustreert me, we bakken met gezond vet en serveren verse salades en gezonde broodjes”, aldus de fastfoodreus, die zegt in een frikandellendoos begraven te willen worden.

Geen kille operatiekamer
Vrolijk versierd met carnavalsdriekleuren is Snackpoint Zöstere. Warm goudgeel licht. Niet zo’n setje tl-buizen aan het plafond, waardoor zo veel snackbars op kille operatiekamers lijken. Tegenover de counter, waar de snacks en friet worden gebakken, gezellige zitjes, waar je op je bestelling kunt wachten. Wie zijn fastfood zittend aan een tafeltje wil genieten, kan achterin terecht, waar plaats is voor zo’n achttiengasten. Comfortabele stoelen met zachte zittingen en houten banken tegen de muur: warm geel en monter oranje. Vlot worden blikjes bier en frisdrank gebracht, netjes met een glas, door de in het zwart geklede bediening, die beide keren uiterst attent en vriendelijk is. Duidelijk mensen die lol in hun werk hebben en het motto van baas delen: niet zeiken maar poetsen. Dat laatste doen ze goed en vaak: alles is uiterst schoon. En wie wil ‘zeiken’, kan terecht in de keurige toiletten, aan oog en neus onttrokken door scheidingswanden.

Doorgesneden druif
Fastfood is hier ook echt fast, het wordt snel gebracht en het oogt ook als ‘food’ , geen vetklepwerk of smeerputtenbaksel.Ik bestel expres geen frikandellen. Ik wil in geen geval de indruk wekken het einde van de Snackpointbaas te wensen door een doos frikandellen leeg te eten. In een houdertje komt een kloeke zak friet op tafel. Erbij een bord met sjaslik, wat wortel, sla en kouwe schotel van spirelli met enkele erwtjes: beide groentes aangemaakt met mayonaise. Ter decoratie een (overbodige) schijf sinaasappel en een doorgesneden druif . Als ik geweten had dat het bord al zo veel mayonaise bevatte, had ik het schaaltje mayo niet besteld. Niet voor die 0,65 cent, maar gezond is zoveel mayo niet.

Glibberige saus
De sjaslik heeft Gielen een eremedaille opgeleverd in 2017. Zou hij nu niet krijgen, vrees ik. Wel een royale portie, maar het (varkens)vlees is niet of amper gemarineerd en smaakt daardoor nogal droog. Is niet "mooi rosé”, zoals de kampioen sjaslik volgens de jury was. Wel, zoals het hoort, gegrilde stukjes bacon en ui erbij. Mooi ook de reepjes groene en rode paprika in de rode saus. Die is helaas erg zuur van smaak. Bevat nogal wat bindmiddel, waardoor hij gel-achtig en glibberig wordt.

De kibbelingschotel bevalt stukken beter. Elf stukjes vis (die best wat groter hadden mogen zijn) liggen er op het bord. Heerlijk: krokant van buiten en sappig als verse vis van binnen. Net als bij de sjaslik een grote zak knapperig gebakken goudgele friet. Plus sla en ditmaal bonensalade. De remoulade is royaal maar heeft een erg dikke mayosmaak, terwijl hij iets fris zurigs moet hebben. Zelfs een dessert (frambozenmousse of walnoten-karamel ijs) en een kop thee of koffie zitten bij de prijs inbegrepen.

Dit is niet snel een vette bek halen. Dit is een slow snack diner á la Snackpoint. En je gaat niet als een vetklep met een dikke walm frietvet in je kleren weg. Welkom thuis.