Dag 14: 'Wij vallen buiten alle potjes die er zijn'

Print
Dag 14: 'Wij vallen buiten alle potjes die er zijn'

Afbeelding: De Limburger

Theo (30) en Jenny (32) uit Geleen zitten al meer dan negen jaar tot over hun oren in de schulden. Ze zijn opgelicht door Theo’s vader, oordeelde de rechter. Maar de schulden bleven wel staan. Theo reageerde vorige week op een berichtje over kinderarmoede. Dat armoede niet altijd eigen schuld dikke bult is. Ik zocht het stel op in Geleen.

Theo: “Ik verdien nu tussen de 2500 en 2800 euro per maand. Meer dan genoeg, zou je zeggen. Maar zodra het op de bank staat, is het weg. Meteen. We zorgen er snel voor dat er nog geld is voor luiers en eten voor de kinderen, maar daarna is er niets meer. Door het loonbeslag is bijna alles weg.

Gevangenis
Mijn vader heeft mij opgelicht voor 80.000 euro. Vanwege mijn werk – destijds bij de marine- moest ik hem machtigen zodat hij in geval van nood bij mijn rekeningen kon. En daar heeft hij misbruik van gemaakt. Hij sloot leningen af, kocht televisies, laptops, telefoonabonnementen. En dat allemaal op mijn naam. Drie jaar terug is hij opgepakt en veroordeeld voor fraude. Een ton  aan cash vond de politie in zijn huis. Hij zit nu – net als mijn moeder- in de gevangenis. Maar mijn zaak – waarin hij ook schuldig is bevonden- is verjaard. Het geld kunnen we niet meer op hem verhalen.

Overal hebben we hulp gezocht. Maar niemand geloofde ons verhaal. Bovendien hadden we meer dan vijftig schuldeisers. Daar wilde niemand zich aan branden? Zie die eisers maar eens op een lijn te krijgen. We werden van het kastje naar de muur gestuurd.

Onschuldig
Op papier zijn we onschuldig verklaard. Maar de schuldeisers zijn onvermurwbaar. Behalve de Belastingdienst. Die heeft de schuld kwijtgescholden. En er blijven maar kosten bijkomen. Gerechtskosten, deurwaarderskosten, kosten van schulden die worden overgenomen. De echte schuld is minder dan de helft, maar door al die extra kosten blijft het bedrag hoog.

Op papier hebben we een goed inkomen, maar in de praktijk is er niets. We hebben 275 euro per maand om van te leven van ons gezin met twee kleine kinderen. We hebben nergens recht op. De potjes van de gemeente zijn niet bedoeld voor ons. De toeslagen ook niet. Er wordt niet gekeken naar wat we daadwerkelijk te besteden hebben.

Voetballen
Onze kinderen kunnen niet sporten, niet naar de peuterspeelzaal. Onze zoon wil heel graag voetballen, maar we kunnen het niet betalen. Hij zit maar de hele dag binnen voor de televisie. Soms gaat hij met oma naar de film, dat wel. Ik kan ze niet geven wat ik graag zou willen. Ik kan niet sparen. Er is geen geld voor een stoere trui, of een kleine vakantie. We zien elk jaar enorm op tegen de zomervakantie. Dat is het ergste. Altijd weer de vraag ‘waarom gaan wij niet weg?’. Er is niet eens geld voor een ijsje. Hoe moet dat straks als de oudste naar de middelbare school gaat?

We hebben ook geen vrienden. Wij zijn altijd het stel dat niet mee kan. Niet naar verjaardagen of een avondje uit. Ik heb het wel verteld op het werk. Maar dat is niet makkelijk. Het venijn van mensen is groot. De vooroordelen over armoede nog groter. Wij hebben er alles aan gedaan om het op te lossen, maar het lukt niet. Dat vind ik moeilijk te accepteren. Je voelt je minderwaardig. Alleen al door de manier waarop instanties met je omgaan. Van ‘o daar heb je weer zo iemand met schulden en wij moeten het weer oplossen’.

We proberen het de kinderen niet te laten merken, maar er is geen moment dat we geen stress hebben. Maar ik weet dat ze het voelen.”

De namen van Theo en Jenny zijn niet hun echte namen. Ze willen dat liever niet uit angst voor alle negatieve reacties. 

Terug naar Wat beweegt Limburg