Hoe prins carnaval een blijvertje werd in Venlo

Print
Hoe prins carnaval een blijvertje werd in Venlo

Met de klok mee vanaf linksboven: de prinsen Jan I, Renier I, Sef III, Hay I, Tom I, Toën I en Jan IV met Johan Cruijff. Afbeelding: Foto archief Jocus, privéarchieven en fotokino Linders

Tegelen - De eerste prins carnaval was een moetje. De nieuwste is een Venlonaar die daar al jaren van droomt. Over de evolutie van prins carnaval.

De nieuwe Venlose prins carnaval die zaterdag wordt uitgeroepen legt dit jaar 280 bezoeken af. „Wie het zelf nooit heeft meegemaakt, kan zich er geen voorstelling van maken. Alles is voor hem geregeld, alle bezoeken van minuut tot minuut gepland, de prins hoeft zelf nergens aan te denken”, vertelt prins Ruud II (Stikkelbroeck, 2015). Dat had de eerste officiële stadsprins Toën I (Zumdick, 1936) nooit kunnen denken. Hij werd prins omdat het moest. Of in ieder geval ‘in het belang van Venlo en om de actie voor een volledige optocht te doen slagen’, zo valt te lezen in het Jocusarchief. Voor het juiste tijdsbeeld: 1936 was het jaar waarin voor het eerst een officiële carnavalsoptocht werd georganiseerd door het heropgerichte carnavalsgezelschap Jocus. Toen enkele dagen voor die optocht werd bedacht dat in de stoet ook een prins hoorde, keek iedereen van het organiserende comité naar de bekende bioscoopexploitant. 
Toën I vreesde dat hij voor schut zou staan, maar prins carnaval bleek een blijvertje te zijn. 

Jong en onbekend
Waar de prins tegenwoordig een (semi) bekende Venlonaar lijkt te moeten zijn, was het prinsschap in de jaren vijftig en zestig voorbehouden aan twintigers. Ze werden bekend juist omdat ze prins waren. Jan I (Drost, 1956) was 25 jaar. „Achteraf gezien was ik te groen. Funs van Grinsven (stadsprins in 1938, red) gaf les in hoe ik me op de bühne moest gedragen”, vertelt hij. „Officiele bezoeken waren er nauwelijks, met vastelaovend trokken we met ceremoniemeester Bertus Hummel langs de cafés. Als die genoeg had gedronken, gingen we naar huis. Het protocol was nog niet zo streng. Ik stond als prins carnaval op de boerendinsdag gewoon in een ketel erwtensoep voor het boerengezelschap te roeren.” Prins Tom I (Van de Loo, 1965): „Ik was 25 jaar en volstrekt onbekend, woonde na jaren van stages in het buitenland pas weer een jaar in Venlo. Journalist Cor Deneer trok iedere dag met de prins mee en schreef daarover in de krant. Zo werd ik toch bekend.” 

Gekostumeerd bal
Tot 1967 werd de Venlose prins op een gekostumeerd bal uitgeroepen. „De belangstelling daarvoor was in mijn jaar al tanende. Mijn uitkomen werd die avond twee keer uitgesteld, omdat er niet genoeg mensen in de zaal waren”, herinnert Tom I zich. Toen in 1967 prins Jos I (Wolff) uitkwam, stonden er 58 mensen in de zaal, zo blikte hij zelf ooit terug in deze krant. Het Hofbal bracht daar een jaar later verandering in. Ondanks de kritiek dat Jocus met een galabal wel heel elitair werd, kwam het de belangstelling voor de prins wel ten goede: er is sinds het Hofbal geen Venlose prins meer geweest die in een lege zaal moest uitkomen. Om de belangstelling voor het bal te vergroten was het officieel beleid de naam van de nieuwe prins ‘goed te laten uitlekken’, zo lezen we in het draaiboek voor 1968. 

Droom
Vanaf dat moment is het met de evolutie van de Venlose prins hard gegaan. Het aantal bezoeken groeide, prins werd je fulltime. „Lang was het de traditie dat de prins van Venlo niet thuis sliep, maar in een hotel. Ik was een van de laatsten, zag mijn vrouw alleen ’s ochtends bij het ontbijt”, zegt prins Hay I (Kuyper, 1974). Hij had tevens de primeur van de eerste prinsenposter die overal werd opgehangen. Met ieder decennium groeide het aantal bezoeken en optredens van de prins, zo leren gesprekken met Jan IV (Klein, 1987) en Renier I (Linders, 1997). Net als het gezelschap rond de prins. Wat hetzelfde bleef: prins carnaval maakt wat los. Het is de man waarmee je op de foto wil, waarvan je een medaille wil hebben of die op ziekenbezoek mensen even laat vergeten dat ze ziek zijn. En dat overvolle programma? Het levert dagelijks een berg aan nieuwe indrukken en verhalen op, zeggen de prinsen stuk voor stuk. Maar het is ook een sneltrein die doordendert tot Aswoensdag. „Het is terecht dat mensen over het prinsschap dromen” zegt Ruud II. „Want het overstijgt elk verwachtingspatroon.” Sef III (Derkx, 2006): „Het is tevens mooi dat het eindig is. Twee weken lang draait alles om de prins en na carnavalsdinsdag 0.00 uur ebt dat langzaam weg.” 

Reageren? harry.lucker@delimburger.nl 

Weetjes
- De Venlose prins is gemiddeld 38 jaar. Sef Derkx (2006) is met 55 jaar de oudste. Jac Collin (1952) en Sjraar Smeets (1960) waren met 24 jaar het jongst. 
- 1500 medailles deelt de prins uit. Prins Tom I had er in 1965 slechts 150. Hay I in 1974 250 en prins Jan IV in 1987 750. Prins Renier I (1997) had er al 1000. 
- Prins Jan I had in 1956 3 officiële bezoeken. Prins Tom I (1965) had er 22. Prins Hay I in 1974 al 111 en prins Jan IV in 1987 175. In de jaren daarna ligt het rond de 200, die van 2018 heeft er 280. 

Het prinsschap in Venlo kost je zeker een auto
Als het gaat over prins carnaval in Venlo zijn er twee spannende vragen: wie wordt er prins en wat moet hij betalen? Over het laatste worden eigenlijk nooit mededelingen gedaan. In het geval van prins Jan I (Drost, 1956) was het de vraag ‘wie moet het betalen’. „Sponsoring bestond in die tijd nog niet en de prins moest alles zelf betalen. Ik had het geluk dat mijn vader enthousiast was, als 25-jarige had ik dat zelf nooit kunnen doen.” 

Daarna stond de oud-prins Jan mede aan de basis van stichting ’t Prinsekruuts, bestaande uit oud-prinsen. „Die gaf de nieuwe prins een financiële bijdrage. Ik was in 1974 de laatste prins die iets kreeg, een enveloppe met 750 gulden”, zegt Hay I (Kuyper). Tom van de Loo (prins Tom I in 1964 en jaren vicevoorzitter van Jocus) houdt de algemene stelregel aan: „het prinsschap in Venlo kost een auto. Het ligt aan de prins of dat een Dafje is of een Rolls Royce”. 
 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →